Amerika liet vorig jaar 44.000 bommen vallen

Washington – Toen president Trump woensdag per ‘executive order’ een eind maakte aan het door hem in gang gezette beleid om kinderen van asielzoekende immigranten bij de grens van hun ouders te scheiden werd dit gezien als een overwinning van The Resistance – die onduidelijke coalitie van Democraten, liberalen, linksen en anderen die zich ‘verzetten’ tegen Trump. Van dat verzet werd weinig vernomen toen de Senaat twee dagen daarvoor met 85 tegen 10 stemmen een nieuwe defensiebegroting aannam. Officieuze verzetsleiders in de Senaat, zoals Chuck Schumer en Cory Booker, hebben er geen probleem mee dat het Amerikaanse leger komend jaar waarschijnlijk een budget heeft van 716 miljard dollar.

Het nieuwe militaire budget zal het Amerikaanse publiek grotendeels zijn ontgaan: zelfs The New York Times vond het geen bericht waard. Lezers kwamen het hoogstens als bijzin tegen in het business-katern. Daarin stond een Reuters-bericht over het Britse bedrijf Chemring, dat naar aanleiding van het budget zijn omzetverwachting voor volgend jaar met 5,2 procent naar boven heeft bijgesteld. Chemring maakt onder meer ammunitie en apparatuur om explosieven onschadelijk te maken.

Het nieuwe militaire budget bevat ook een oorlogsfonds van 68,5 miljard, te spenderen aan Overseas Contingency Operations. Nu is de VS formeel met niemand in oorlog, maar dat weerhoudt het land er al jaren niet van om her en der bommen te laten vallen. Volgens het Bureau of Investigative Journalism dropte het Amerikaanse leger onder president George W. Bush 70.000 bommen op vijf verschillende landen. Onder Obama groeide dit naar 100.000 in zeven landen, waaronder Pakistan, Somalië en Jemen – waarmee Amerika niet eens een conflict heeft. In Trumps eerste jaar alleen al vielen 44.000 Amerikaanse bommen, oftewel een bom per elke twaalf minuten. Allemaal in het kader van de oorlog tegen het terrorisme en voor de ‘nationale veiligheid’. In de Amerikaanse Senaat maken alleen mensen als Bernie Sanders (onafhankelijk), Elizabeth Warren (Democraat) en Rand Paul (libertarische Republikein) zich er druk om: zij behoorden tot de tien tegenstemmers. Het grote publiek roert zich al helemaal niet, niet per se omdat de gemiddelde Amerikaan zo harteloos of oorlogszuchtig is: hij is er simpelweg niet of nauwelijks van op de hoogte.