Amerika luistert mee

‘IK BEN VERBIJSTERD’, zegt Hedy d'Ancona, socialistisch Europarlementslid en voorzitster van de vaste commissie voor Openbare Vrijheden: ‘Het idee dat de Amerikanen alle elektronische berichten in wereld afluisteren en dat Europese ministers in het geheim hun medewerking verlenen om te zorgen dat ons elektronisch verkeer ook in de toekomst aftapbaar blijft, is huiveringwekkend. Dit moet grondig worden uitgezocht voordat we deugdelijke regels voor de Europese telecommarkt kunnen vaststellen.’

De afgelopen dagen heerste er een ware paniek onder Europese veiligheids- en telecomspecialisten. Fracties en woordvoerders in Brussel en Straatsburg toonden zich verontrust en in Den Haag bereidde D66-kamerlid Guikje Roethof de eerste vragen aan minister Sorgdrager voor. Roethof: ‘Ik stel ze niet schriftelijk, maar mondeling tijdens het vragenuurtje, zodat ze meteen moet antwoorden.’
Aanleiding voor de consternatie was het rapport An Appraisal of Technologies of Political Control van het onderzoeksbureau Omega in Manchester. Het meest schokkend daarin was de constatering dat de Verenigde Staten samen met Groot-Brittannië, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië stelselmatig alle telefoon-, telex-, fax- en e-mailverkeer in de wereld onderscheppen. Zij maken gebruik van een reusachtig netwerk van satellieten, grondstations en computerverbindingen met de codenaam 'Echelon’. Beheerder van dit netwerk is het National Security Agency, het overkoepelende orgaan van de Amerikaanse veiligheidsdiensten in Fort Meade. Echelon is niet alleen bestemd voor militaire maar ook voor civiele doeleinden. Ook Europese politici, bedrijven, vakbonden en actiegroepen worden afgeluisterd, aldus het rapport. Het citeert de Amerikaanse privacy-expert en auteur David Banisar: 'Datgene waarvan de Oost-Duitse geheime dienst alleen kon dromen, wordt in hoog tempo werkelijkheid in de vrije wereld.’
Het rapport is aanvaard door de werkgroep Scientific and Technological Options Assessment (Stoa) van de Europese Commissie. Omega-onderzoeker en schrijver van het rapport Steve Wright is blij dat allerlei informatie die onder telecom- en spionage-experts al bekend was nu openbaar gemaakt is en een officiële status heeft.
Wright: 'We hebben louter gegevens uit openbare bronnen vergaard. Dat leverde al voldoende stof op om te concluderen dat er sprake is van grootschalige spionage.’
Het rapport benadrukt dat de Europese Unie heimelijk aansluiting zoekt bij het Angelsaksische netwerk: 'Officiële berichten melden dat de EU nauw samenwerkt met de FBI. Uit notulen valt echter af te leiden dat het initiatief van Washington uitgaat.’ Bedoeld zijn hier vertrouwelijke EU-documenten die het Britse Statewatch (een particuliere organisatie die overheden in de gaten houdt) heeft gevonden en bekend gemaakt. De belangrijkste stukken zijn een resolutie en een memorandum van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken (zie kader De aftapnorm).
Ogenschijnlijk is er een tegenstelling tussen het Amerikaanse beleid om alle dataverkeer 'aftapbaar’ te maken en het Europese beleid om dit verkeer juist privacy-bestendig te maken. In werkelijkheid streeft men gezamenlijk naar een telecomstandaard met ingebouwde afluistermogelijkheid. Volgens Statewatch-woordvoerder Tony Bunyan mogen de staten op het Europese vasteland straks gebruikmaken van Echelon op voorwaarde dat zij hun eigen telecomverkeer laten aftappen door Britten en Amerikanen. Bunyan: 'Het is ondenkbaar dat de Europeanen hun berichtenverkeer zomaar laten afluisteren. Ergens in dit traject moet een deal gesloten zijn tussen inlichtingendiensten om afluistergegevens uit te wisselen, al hebben we het bewijs niet boven tafel gekregen. En dan nog: als Echelon en de EU-afluisterpraktijk op elkaar worden afgestemd, is dat een bedreiging voor de privacy van burgers en voor alle bedrijven, bewegingen of vakbonden die het wagen overheidsbelangen te doorkruisen.’
OVER DE werkwijze van Echelon is veel bekend dankzij bekentenissen van voormalig inlichtingenpersoneel en het speurwerk van watchdog-organisaties, wetenschappers en auteurs als James Bamford, de gewezen Canadese geheim agent Mike Frost en de Britse vredesactivist Duncan Dampbell. Het netwerk heeft zijn oorsprong in de UKUSA-overeenkomst van 1948, waarin de samenwerking op inlichtingengebied tussen de Verenigde Staten, de Britten en de andere drie Angelsaksische landen werd vastgelegd.
In Secret Powers: New Zealand’s Role in the International Spy Network (Nelson, 1996) geeft de Nieuw-Zeelandse journalist Nicky Hager een gedetailleerde beschrijving van Echelon. Hager maakte interviews met tientallen gewezen Australische en Nieuw-Zeelandse inlichtingenmensen, van wie velen gewetenswroeging hadden gekregen over hun ondemocratische bezigheden, zo vertelt hij aan de telefoon vanuit Wellington. Hager: 'Pas toen ik het boek af had, begreep ik dat ik op het grootste lek in de geschiedenis van de Amerikaanse inlichtingendiensten was gestuit. Mijn kennis ging eerst niet verder dan die van de mensen die ik interviewde, totdat ik hoorde van het bestaan van Echelon-stations in de hele wereld.’
Echelon bestaat uit drie segmenten. Het eerste is een keten van tenminste vijf stations rond de evenaar die de internationale communicatiesatellieten van Intelsat afluisteren. Een tweede keten van stations luistert andere dan Intelsatsatellieten af, waaronder Russische. Het grootste in deze keten is Menwith Hill in het Britse Yorkshire, het op één na grootste Bad Aibling nabij München. Op beide plaatsen verrezen de laatste decennia steeds meer radomes, de 'golfballen’ van Kevlar waaronder de schotels worden verborgen zodat niemand kan zien op welke satelliet ze gericht staan. Het derde segment is een keten afluisterstations voor kabel- en kortegolfverbindingen, doorgaans gelegen nabij ambassades en plaatsen waar kabels uit de zee of uit de grond komen.
In alle stations werkt NSA-personeel samen met plaatselijke inlichtingenmensen, maar de Amerikanen hebben de leiding. Het NSA staat bij de Duitse inlichtingendiensten bekend onder de codenaam Hortensie III - naar het dichte struikje met de diepe wortels.
HOE ONWAARSCHIJNLIJK het ook klinkt: Echelon luistert niet gericht bepaalde golflengtes of telefoonlijnen af, maar alle elektronische verbindingen. De stroom signalen die continu uit de lucht of van de kabels wordt geplukt, wordt met behulp van computerprogramma’s doorzocht op trefwoorden. Met voice-recognition-programma’s als Memex en Oratory worden de telefoongesprekken gezeefd. Voor de leek lijkt het wereldwijd aftappen van telefoongesprekken een onhaalbaar hoogstandje, maar in de groeisector van de telecommunicatie is alles betrekkelijk. 'Kwestie van geheugencapaciteit’, zegt Jeffrey Richelson, de computer-nerd van de Federation of American Scientists, als ik hem bij zijn nachtelijke computerwerk stoor: 'Heb ik eens uitgerekend. Is goed te doen. Have a nice article!’
Elk UKUSA-land heeft een Dictionary samengesteld waarmee alle Echelon-stations in de wereld berichten door te vlooien zijn. Deze berichten worden vervolgens aan het betreffende land doorgestuurd voor nadere analyse. Uiteraard houden de Amerikanen de vinger aan de pols. Hager: 'De andere UKUSA-landen mogen meeprofiteren als ze zich neerleggen bij de controle en onderscheppingsprioriteit van de Amerikanen.’
Het lijkt erop dat de Europese lidstaten momenteel eenzelfde ondergeschikte verhouding ten opzichte van de Amerikanen accepteren. Als bonus mogen ze de rest van de wereld afluisteren. In 1996 maakte een Europese onderhandelaar duidelijk hoe dit in zijn werk moet gaan. David Herson, hoofd van de Senior Officers’ Group on Information Security (SOGIS), onderhandelt namens Europa met de Oeso-landen over harmonisatie van het telecomverkeer. In een interview met Engineering Weekly noemde hij de strijd tegen de criminaliteit een 'rookgordijn’.
'De juiste term is “buitenlandse inlichtingen”, daar draait het allemaal om’, zei Herson: 'De criminaliteit is een goede kapstok omdat iedereen uit eigen ervaring wel iets weet over politieagenten, rechtbanken en dergelijke. De misdaadbestrijding is inderdaad een belangrijk aspect, dat zal ik niet ontkennen, maar het is ook een dekmantel. De helft van de mensen met wie ik bij de Oeso onderhandel weet dat, de andere helft niet.’
De onderhandelingen zijn bedoeld om alle telecomdiensten blijvend toegankelijk te maken voor westerse spionage. De nieuwe encryptie- en beschermingstechnieken zijn namelijk evenzovele bedreigingen voor de luistervinken. Door enerzijds de netwerken te verplichten tot tagging en decodering van berichten en anderzijds aan zo veel mogelijk landen dezelfde beveiligingsnormen op te leggen, proberen Amerikanen en Europeanen de wereld 'transparant’ te houden. De medewerking van de telecomindustrie is onmisbaar, aldus Herson: 'Export staat gelijk aan beheersing. Als je uitgaat van het paradigma dat exporteerbaarheid hetzelfde is als exploiteerbaarheid, dan kunnen we alle cryptografie waarover bedrijven en individuen straks kunnen beschikken, exploiteren.’
Een andere kwestie is het mogelijke misbruik van Echelon voor binnenlandse politieke doeleinden. Hager: 'Er zijn diverse goed gedocumenterde gevallen waarin Britten en Amerikanen elkaar vroegen om hun eigen burgers te bespioneren. Margaret Thatcher liet bijvoorbeeld haar eigen ministers, de miljardair/uitgever Robert Maxwell en de krant The Observer afluisteren door Fort Meade.’
OOK VANUIT Nederlands standpunt bezien werpt het Stoa-rapport vragen op. Hoe zijn Echelon, de door Bunyan c.s. opgeduikelde documenten en Hersons visie op de telecomstandaard te verenigen met onze 'voorbeeldig’ geachte privacywetgeving? Voorzitter Van de Pol van de Registratiekamer, die waakt over de Nederlandse privacy: 'Ik neem van dit alles met grote bezorgdheid kennis, dat kan ik u wel zeggen. Maar het zijn politieke vragen die mijn bevoegdheid overschrijden, vooral als het gaat om de inlichtingendiensten. Daarvoor moet u bij de ministers zijn.’
Het lijkt inderdaad hoog tijd dat Sorgdrager en Dijkstal zich verantwoorden, bijvoorbeeld voor het feit dat Europese afspraken niet zijn behandeld in de Kamer. En wat gaan zij ondernemen tegen de spionage door de UKUSA-landen? Moeten zij niet namens het Nederlandse bedrijfsleven bij Eurocommissaris Van Miert een klacht indienen wegens concurrentievervalsing?
Als ik mijn vragen naar Justitie en Binnenlandse Zaken fax, raken de voorlichters in grote verwarring. Na een dag delibereren - onderbroken door telefoontjes van de BVD: 'Het antwoord komt eraan, hoor’ - ontkent Binnenlandse Zaken dat er sprake is van een probleem: 'De Europese resolutie die u noemt, heeft betrekking op het gericht aftappen. Echelon is, voorzover wij uit persberichten afleiden, bestemd voor het ongericht ontvangen van berichtenverkeer. Dit is in beginsel niet verboden.’ Daarmee is de kous af; kennelijk leest de BVD alleen kranteknipsels.
De woordvoerder van Justitie heeft aan mijn ruim bemeten deadline niet genoeg: 'Wij kunnen die resolutie nergens vinden. Vreemd, hoor. Zo'n Europese resolutie zou toch moeten zijn aangemeld.’ Terwijl de ministers zich laten excuseren, bezorgt de postbode ter redactie het nieuwste nummer van het tijdschrift Covert Action Quarterly. Het blad onthult dat de Zwitserse firma Crypto AG, die de groten der aarde al tientallen jaren voorziet van 'absoluut betrouwbare encryptie- en beveiligingssystemen’, al die tijd samenwerkte met het NSA. Elk beveiligingsprogramma bevatte een toegangscode waardoor de Amerikanen konden meelezen over de schouders van Kofi Annan, Bill Gates of Sorgdrager en Dijkstal.
D'ANCONA GAAT naar aanleiding van het Stoa-rapport vragen stellen in het Europese parlement. Zij wil bovendien met haar voltallige commissie een initiatiefrapport uitbrengen aan het Europees parlement, inclusief een ontwerpresolutie. Haar liberale collega’s Ellie Plooij en Jan Wiebenga sluiten zich daarbij aan. Wiebenga: 'Wat hier gebeurt, kan absoluut niet door de beugel. Afluisteren moet een uitzondering zijn en het mag alleen gebeuren onder democratisch toezicht. Zelfs in spionagekwesties moet er een verantwoordelijke, aanspreekbare autoriteit zijn en die is hier ver te zoeken. Ik ga nog deze week namens de liberale fractie vragen opstellen, zowel aan de raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken als aan de Commissie. De raad gaat namelijk over spionage- en veiligheidskwesties; het concurrentievraagstuk valt onder Van Miert. En mij dunkt dat hier sprake is van aantasting van de burgerlijke vrijheden én concurrentievervalsing.’
De Britse Eurosocialist Glyn Ford, mede-initiator van het Stoa-rapport, hoopt dat Europese bedrijven inzien dat ze belang hebben bij het terugdringen van de Brits-Amerikaanse afluisterpraktijken. Ford: 'Het volstaat niet als Internet-idealisten en activisten de zaak aanhangig maken. Het bedrijfsleven moet zijn gewicht in de schaal werpen.’ Simon Davies, docent computerbeveiliging aan de London School of Economics, verbaast zich al jaren over de naïviteit van Europese regeringen en bedrijven als het gaat om electronische spionage en de dubbele loyaliteit van de Britten aan de Verenigde Staten en het Europese vasteland. Davies: 'Het Stoa-rapport raakt een open zenuw. Er hoeft maar één regering of bedrijf in Europa een klacht tegen de Britten in te dienen wegens concurrrentievervalsing door middel van economische spionage en de bom barst. Dan komen de Europese Commissie, het Europees parlement, het Europese Hof en talloze nationale instanties eraan te pas. Dat wordt de rechtszaak van het decennium, zo niet van de eeuw. Het betreffende bedrijf verwerft naamsbekendheid tot in alle eeuwigheid.’