Amerika’s eer

President Obama heeft het nog eens met klem gezegd: Guantánamo Bay gaat dicht. ‘Laat me daar heel duidelijk over zijn. Het is ons doel een rechtvaardig wettelijk kader voor de gevangenen op te stellen, en dus niet die verplichting te omzeilen. Volgens onze grondwet hoort over de opsluiting voor onbepaalde tijd niet door één willekeurige man te worden beslist.’ En, zei hij, ‘Amerikanen hoeven niet te kiezen tussen nationale veiligheid en democratische waarden. Dat is geen keuze.’ Je zou het bijna vergeten, maar daarmee gaf hij uitdrukking aan zijn opvatting van een normaal democratisch fatsoen.
Zijn toespraak, donderdag gehouden, had één tactische tekortkoming. Hij heeft nog niet verteld waar deze 240 gevangenen na de sluiting zullen worden opgeborgen. In gevangenissen waar de hoogste graad van veiligheid wordt gehandhaafd, dat mogen we aannemen. Maar waar? Onder het presidentschap van George W. Bush waren er geheime transporten van de CIA, volgens onbevestigde geruchten onder andere naar Polen en Libië. Ook zouden er verdachten in Pakistan worden vastgehouden. Volgens de International Herald Tribune (25 mei) rekent Washington op steun van ‘de bondgenoten’. Welke? In vier niet met name genoemde landen in het Midden-Oosten zijn de afgelopen tien maanden leden van al-Qaeda gearresteerd. Die worden daar vastgehouden.
Bijna acht jaar na 9/11 is ondanks twee oorlogen het probleem van het terrorisme niet opgelost maar groter en ingewikkelder geworden. Tegen deze achtergrond beoordeelt het Amerikaanse publiek Obama’s voornemen om Guantánamo te sluiten. Onder deze 240 gevangenen zullen buitengewoon gevaarlijke terroristen zijn. De eerste vraag is vanzelfsprekend waar ze dan zullen worden opgesloten. Not in my backyard! Door niet te verklaren wat het praktische vervolg op de sluiting zal zijn, heeft de president zijn tegenstanders een groot politiek bedrijfskapitaal cadeau gedaan.
Direct na zijn toespraak verscheen ex-vice-president Dick Cheney op de televisie om te insinueren dat Obama de nationale veiligheid in gevaar bracht. Eerder had hij al verklaard dat met het martelen van verdachten ‘honderdduizenden Amerikaanse levens waren gered’. Wie de New York Post en het tv-station Fox News kent, weet dat ze daar van dik hout planken zagen. Voor de talkradio is geen verdachtmaking te grof. Een storm van rechts populisme loeit over de natie.
Is Obama naïef geweest? Ik denk: op z’n hoogst voorbarig. Misschien heeft hij de erfenis van zijn voorganger onderschat. Het bederf dat onder de verantwoordelijkheid van Bush wortel heeft geschoten, is niet in een paar maanden ongedaan gemaakt. In Amerika heeft zich een rechtse politieke cultuur gevestigd die toen gebaseerd was op de arrogantie van de politieke leiders, de overtuiging dat ze zich na 9/11 niet meer volgens de regels van de democratie hoefden te verantwoorden, en in laatste instantie op hun overschatting van de Amerikaanse macht. Deze diep gewortelde vergissing heeft geleid tot de verwaarlozing van de oorlog in Afghanistan die als gewonnen werd beschouwd toen hij nog moest beginnen. Vervolgens de grote vergissing van Irak waar nu nog, ondanks het veelvuldig geadverteerde succes van de ‘surge’, regelmatig bommen ontploffen en de Amerikaanse bezetting voortduurt. En als bron van anti-Amerikanisme Guantánamo, symbool van hyperarrogante juridische willekeur.
De grootste triomf van het terrorisme is misschien wel dat het binnen een jaar of acht erin geslaagd is het rechtsbesef van een groot deel van het Amerikaanse volk te veranderen. Niet van een meerderheid, want anders was Obama niet met zoveel geestdrift gekozen. Hij heeft zijn aanhang de overtuiging gegeven dat hij de natie zou bevrijden uit de steeg van Bush. Hij is moedig, openlijk en eerlijk aan de slag gegaan. Het is niet overdreven te zeggen dat hij aan een culturele revolutie is begonnen. Hij kent zijn tegenstanders die hem tijdens zijn campagne ervan hebben beschuldigd in het geheim moslim te zijn en bevriend met een terrorist, om een paar krasse voorbeelden te noemen. En toch blijkt de praktijk weer moeilijker.
Binnen het grote kader van alle Amerikaanse (en voor een groot deel westelijke) problemen is Guantánamo een betrekkelijke kleinigheid. Met een goed doordacht alternatief, een penitentiair aanvaardbare manier van opsluiting en de bestaande rechtspleging moet het op te lossen zijn. Als de oppositie de wind uit de zeilen is genomen kan de president zich weer wijden aan de grote vraagstukken. Pakistan met zijn atoombommen, Afghanistan, de economie. Maar dit is nu eenmaal een eigenschap van deze rechtse oppositie: ze bijt zich vast in betrekkelijk kleine problemen die een geweldige publiciteit veroorzaken. Ze veroorzaakt wanbegrip en incasseert daarvan de winst. Obama zal een vergissing hebben gemaakt, maar het gaat om de hoofdzaak. Guantánamo moet dicht, ook voor de eer van Amerika. Dat gaat gebeuren.