De zware last op Bidens schouders

Amerika’s laatste kans

Joe Biden erft van Donald Trump een stilgevallen Verenigde Staten. Kan hij als crisispresident slagen?

President Joe Biden spreekt in het Witte Huis over zijn plannen vlak voordat hij zijn eerste executive orders tekent. Washington D.C., 22 januari © Jabin Botsford / The Washington Post via Getty Images

In 1933, toen Franklin Delano Roosevelt werd beëdigd als president van de Verenigde Staten, vroeg hij in zijn inaugurele rede om een mandaat ‘om oorlog te voeren tegen de crisis, zo groot als de macht die me zou worden gegeven als we zouden zijn binnengevallen door een buitenlandse vijand’. In ruil voor verregaande uitvoerende macht beloofde ‘fdr’ een ‘New Deal voor het Amerikaanse volk’. Die woorden waren het startschot voor honderd dagen waarin een golf van nieuw beleid en investeringen Amerika uit de Grote Depressie trok, economie en staat transformeerde en, zo concludeert de journalist Jonathan Alter die in 2006 The Defining Moment: FDR’s First 100 Days schreef, waarschijnlijk ook de democratie redde. De New Deal was een antwoord op de verleiding van totalitaire ideologieën die wortel schoten in verarmde democratieën in de jaren dertig. Roosevelt stelde de liberale staat veilig door te laten zien dat die kon functioneren in crisistijd.

Behalve een opgekrabbeld Amerika liet de New Deal nog iets na. Sindsdien gelden ‘de eerste honderd dagen’ als de meetlat voor iedere nieuwe Amerikaanse president. In die korte periode, waarin de gunstige combinatie van de gedrevenheid van een nieuwkomer, het voordeel van de twijfel en de afwezigheid van naderende verkiezingen het stevigst is, moet het gebeuren. Joe Biden, met bijna een halve eeuw aan Washington-ervaring op zak, beseft dit, zo blijkt uit zijn expliciete referenties aan de honderd-dagen-horizon. Hij wil in die periode honderd miljoen Amerikanen vaccineren tegen covid. Anthony Fauci, Amerika’s voornaamste infectieziektenexpert die weer op de voorgrond treedt nu Trump vertrokken is, acht het haalbaar.

Biden heeft zijn intrek genomen in het Witte Huis onder een gesternte vol crises. De economie ligt in duigen, de pandemie woekert voort, de democratie staat onder druk en de klimaatopwarming is het kritieke punt wellicht al voorbij. En dat geeft Biden, afgeschreven als te oud, te veel van het midden en te weinig bereid tot verandering, de kans een historische president te worden. De afgelopen jaren ging politiek in Amerika over alles behalve besturen, zo merkte columnist David Brooks op in The New York Times. Het was een grote culture war. Bidens weinig ideologische, technocratische inslag zou weleens precies kunnen zijn wat Amerika nu nodig heeft: er is nood aan nieuwe deals. Trump was een zelfverklaarde koning van de deal, maar het bleek vooral the art of self-dealing te zijn. Aan Biden om te laten zien dat de staat er is om het leven van mensen beter te maken.

Klimaat, gezondheid en economie vragen vooral om een leider die iets doet in plaats van twittert. Dat lijkt evident, totdat je bedenkt dat onder Trump de machine van de Amerikaanse overheid vier jaar lang vrijwel stil heeft gelegen. Het verlagen van de belastingen is het enige substantiële beleidsplan dat de vorige president gedurende zijn termijn door het Congres heeft geloodst. Dat is de paradox van de Trump-jaren: ze voelen intens bewogen, maar ze hebben hooguit een oppervlakkig stempel gedrukt op Amerika. Een politieke cultuur van vijandschap en polarisatie voelt intens als je er middenin zit, maar kan ook weer worden verdreven. De enige blijvende erfenis van politici zijn wetten, regels en instituties. Trump schrapte daarvan een hoop, maar creëerde er vrijwel geen.

Na vier jaar verwaarlozing treedt daarmee nu een crisispresident aan. ‘Lincoln had de Burgeroorlog, Roosevelt had de Depressie, Kennedy had de piek van een koude oorlog en Johnson had ongekende burgerlijke en sociale onrust’, zei Rahm Emanuel, Obama’s voormalige stafchef in The Washington Post. ‘Biden heeft optie D: al het bovenstaande.’ Het was Emanuel die de frase ‘never waste a good crisis’ muntte, in 2008, tijdens de implosie van het financiële stelsel. Hij maande Biden die woorden ter harte te nemen: beantwoord de grote problemen waar Amerika voor staat met ingrijpend beleid, was zijn boodschap aan de nieuwe president.

In Foreign Affairs vertaalde Meg Jacobs, onderzoeker aan Princeton University, Roosevelts eerste honderd dagen naar een advies aan Biden: ‘De grootste vergissing die je in een crisis kunt maken is niet dat je te veel doet, maar te weinig.’ The Nation riep Biden op tot ‘minder Lincoln, meer fdr’. Alle praat over heling en verbinding is mooi, aldus het linkse tijdschrift, maar er is werk aan de winkel.

Biden, die tijdens zijn campagne naar verluidt de begindagen van Franklin Delano Roosevelt bestudeerde, is inderdaad uit de startblokken geschoten. Op dag één liet hij de VS weer aansluiten bij de Wereldgezondheidsorganisatie en het klimaatakkoord van Parijs, voerde hij een mondkapjesplicht in en vaardigde hij een decreet uit om raciale ongelijkheden in de VS te bestrijden. Dit zijn in het oog springende maatregelen, met een hoge symbolische waarde.

Het is aan Joe Biden om te laten zien dat de staat er is om het leven van mensen beter te maken

Ook kwam Biden met een aantal maatregelen die vanwege hun technocratische aard misschien minder opvallen, maar zeker zo belangrijk zijn. Hij tekende een ‘memorandum om regelgeving te beoordelen’. Daarmee worden criteria als publieke gezondheid, sociaal welzijn en ‘de belangen van toekomstige generaties’ voortaan gebruikt om nieuwe wetten en maatregelen te beoordelen. Dat klinkt saai en ambtelijk, het is cruciaal. Veel van fdr’s maatregelen waren bureaucratisch. Hij kwam met nieuwe overheidsdepartementen en programma’s. Alleen door de machinerie van de staat op een andere manier te laten draaien kan de federale overheid de olietanker Amerika van koers laten wijzigen.

Ook Bidens besluit om extra voedselhulp te geven aan vijftig miljoen Amerikanen die honger lijden als gevolg van de covid-crisis heeft een rooseveltiaans tintje, net als de extra kinderbijslag van duizenden dollars per jaar waar de Democraten momenteel aan werken. Bidens besluit om een uitkering te geven aan personeel dat besluit niet naar het werk te gaan als de werkomstandigheden te veel risico op covid-besmetting geven, doet denken aan fdr’s wetten die vakbondsvorming mogelijk maakten. Biden trad aan met een stimulusplan van bijna tweeduizend miljard dollar in zijn aktetas. Als het Congres dat aanneemt zou het de grootste investering in de Amerikaanse economie ooit zijn.

Groen licht op Capitol Hill is geen gegeven. Voor veel plannen is een meerderheid nodig die groter is dan de vijftig zetels die de Democraten nu hebben in de Senaat, en de Republikeinen hebben een geschiedenis van obstructie. De Democraten staan onder druk om de vereiste tweederde meerderheid af te schaffen als Biden consequent nul op het rekest krijgt – en hij zou daar oren naar hebben. Dat kan de deur openen voor een ingrijpende transformatie van Amerika’s politieke structuur. Nationale wetten om kiezersonderdrukking tegen te gaan krijgen daarmee een kans van slagen. Een status als officiële staat met vertegenwoordiging voor Washington D.C. (al aangenomen door het Huis van Afgevaardigden) en eveneens voor Puerto Rico: het zou de scheve balans in de Amerikaanse politiek, waarbij grote groepen kiezers worden gehinderd of zelfs uitgesloten van vertegenwoordiging, wat rechter trekken.

Biden zit er koud een week, maar het contrast met Trumps eerste periode in het Witte Huis is meteen duidelijk. De oogst van Trumps eerste honderd dagen waren opgezegde verdragen, een inreisverbod voor inwoners uit islamitische landen en een decreet om een muur op te trekken langs de grens. Enkele uren nadat hij was beëdigd vaardigde hij een order uit om Obamacare, dat voorziet in gesubsidieerde ziektekostenverzekeringen voor lage inkomens, te schrappen. Biden heeft het plan om meer onverzekerden, waaronder ongedocumenteerden, op te nemen in de affordable care act. Ook heeft de nieuwe president een decreet uitgevaardigd dat elf miljoen ongedocumenteerden in de VS de mogelijkheid tot burgerschap moet geven.

Toen hij nog verkozen moest worden, had Trump een heel pakket van maatregelen die ook hem een fdr-achtige allure gaven. Hij sprak over investeringen in infrastructuur ter waarde van duizend miljard dollar. Kosten voor zorg aan ouderen en kinderen zouden belastingaftrekbaar worden, lage inkomens zouden financiële hulp krijgen bij het aanleggen van spaartegoeden. Er kwam niets van terecht, ook niet in de twee jaar dat de Republikeinen de meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat hadden. De oorzaak lag niet bij gebrek aan steun van volksvertegenwoordigers. Trump diende simpelweg geen wetsvoorstellen in. De poging van de regering-Trump om een nieuw systeem voor ziektekostenverzekering op te tuigen, werd geblokkeerd door het Supreme Court omdat de plannen onvoldoende uitgewerkt waren. Het Witte Huis bleek geen geduld te hebben voor het wetgevende handwerk.

Uiteindelijk verliet Trump Washington D.C. met het grootste deel van zijn campagnebeloftes onvervuld. De tien miljoen banen waarvan Trump zei dat ze er bij zouden komen zijn er drie miljoen in de min geworden. De beloofde economische groei van vier procent per jaar haalde Trump niet, ook niet voordat covid uitbrak. Van 2017 tot 2019 groeide het Amerikaanse bbp met minder dan drie procent per jaar, vooral omdat de regering-Trump nauwelijks investeringen deed. De beleidsfilosofie in de Trump-jaren was dat belastingkorting vanzelf tot een groeiwonder zou leiden. In plaats daarvan gingen de extra winsten zitten in bonussen en terugkopen van eigen aandelen door grote bedrijven. Trump liet het minimumloon wat het was. Biden heeft een decreet uitgevaardigd om het te verhogen van zeven naar vijftien dollar per uur.

Pas in de laatste dagen, wellicht gedreven door het besef van eindigheid, begonnen de raderen van de regering-Trump plotseling te draaien. Onderdeel van de last minute-beleidsdrukte aan 1600 Pennsylvania Avenue was een poging tot nationale geschiedschrijving, uitgevoerd door een club van twaalf Trump-angehauchte journalisten, academische bestuurders en opiniemakers. Ze vormden samen de ‘1776-commissie’, door de president bijeengeroepen om een ‘definitieve vertelling’ te geven van de beginselen van Amerika zoals de founding fathers het voor ogen hadden toen ze in 1776 de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring schreven.

Het Witte Huis bleek onder Trump geen geduld te hebben voor het wetgevende handwerk

Op 18 januari, twee dagen voor de machtsoverdracht, kondigde het Witte Huis met tamtam een ‘historische en wetenschappelijke’ mijlpaal aan. De 1776-commissie had haar taak volbracht. Bijgevoegd was een document van twintig pagina’s, zonder voetnoten en waar geen enkele professionele historicus een bijdrage aan had geleverd. Een wetenschapper van Mississippi State University haalde het document door de plagiaatdetector die universiteiten gebruiken voor scripties – 26 procent van de tekst bleek te zijn overgeschreven uit andere bronnen, onder meer uit papers van studenten, eerder werk van een van de commissieleden en Wikipedia.

Het rapport van deze historische commissie vormt in veel opzichten een metafoor voor het presidentschap dat het bestelde: oppervlakkig, geplagieerd en blind voor de duistere kanten van Amerika’s geschiedenis. Onder het kopje ‘slavernij’ begint een betoog dat Amerika ‘enorme schade’ wordt aangedaan door de vaststelling dat er iets wringt aan het land dat zichzelf committeerde aan de gelijkwaardigheid van ieder individu en ondertussen mensen tot slaaf maakte. De Amerikaanse Burgeroorlog wordt niet behandeld, alsof er nooit een moment is geweest waarop een deel van de VS zich wilde afscheiden van de unie om slavernij te kunnen behouden.

Toch is het 1776-rapport interessant. Niet vanwege het onderzoek zelf – vakhistorici deden het unisono af als broddelwerk – maar omdat het een inkijkje biedt in de doctrine waarvan Amerika zojuist afscheid heeft genomen. Het werk van Trumps historische commissie is typerend voor hoe populistisch rechts overal ter wereld naar de geschiedenis kijkt. Het verleden moet louter dienen als voedingsbron voor nationale trots, en alles wat daarvan afwijkt wordt gelijkgeschakeld aan haat voor het eigen land. Er galmt belegen nationalisme door in de stelling dat Amerika het ‘meest rechtschapen en glorieuze land in de hele geschiedenis van de mensheid is’. Het verklaart ook de passiviteit van Trump cum suis. Een land dat volmaakt is, daar hoeft niet aan gesleuteld te worden. Biden is van een tegenovergestelde school die Amerika ziet als een project dat altijd tekortschiet en dus om inzet vraagt, in plaats van behoud.

Ook interessant is de lijst met ‘historische bedreigingen’ voor Amerika die de 1776-commissie opsomt. Naast fascisme en communisme wordt ook ‘progressivisme’ genoemd. Volgens de auteurs werden de VS geen dienst bewezen met de politiek die ontstond eind negentiende eeuw, gericht op het indammen van de excessen van het industriële tijdperk, en die een opmaat vormde naar het tijdperk van de New Deal (‘Tijd om mijn lezingen aan te passen’, grapte Thomas Sugrue, een historicus van New York University op Twitter. ‘Het beëindigen van kinderarbeid en reguleren van de vleesindustrie staat gelijk aan Hitler’).

Nog veelzeggender is de nadere toelichting in het 1776-rapport: Amerika’s progressieve tijdperk was verkeerd omdat er een ambtenarij werd opgetuigd geleid door ‘pragmatisme’ en ‘wetenschap’ (let op de aanhalingstekens), die bekend kwam te staan als ‘de bureaucratie’ of ‘de administratieve staat’. Volgens de auteurs resulteerde dit in een gevaarlijke ‘schaduwoverheid’ die ‘nooit aan verkiezingen wordt onderworpen’.

Er is vier jaar lang gedebatteerd over de vraag of er zoiets bestaat als trumpisme. Volgens het ene kamp was de politiek van Amerika’s 45ste president te grillig en te veel op zichzelf gericht om een ideologische typering te rechtvaardigen. Volgens anderen was er wel degelijk sprake van een doctrine, niet uiteengezet in traktaten of speeches, maar in daden. Het 1776-rapport, een laatste oprisping voordat een tijdvak wordt afgesloten, is het bewijs voor het gelijk van het laatste kamp. Hoe summier ook, de paragrafen van het rapport waarmee Trump nationale trots hoopte aan te wakkeren laten zien wat zijn vertrekpunt was. De staat en haar instituties zijn een last, een vijand van de bevolking en van de regering die tijdelijk de macht in handen krijgt. Meer nog dan antidemocratisch (hij zag zichzelf immers als belichaming van de volkswil) was Trump anti-overheid.

Uiteindelijk is dat ook zijn ondergang gebleken. De slotfase van Trumps presidentschap werd gekenmerkt door problemen die, in tegenstelling tot wat Trump beweerde over covid, niet vanzelf verdwijnen. Vaccineren, zorgen dat inkomens in stand blijven en de economie stutten terwijl de pandemie wordt ingedamd, vergt actie van de overheid. Het is de enige instantie met het vermogen elke hoek van de samenleving te bereiken.

Hetzelfde geldt voor klimaatverandering, een ander onderwerp dat Trump negeerde. Zonder overheidsingrijpen gaat de opwarming van de aarde vanzelf door. Het is de overheid die delen van het land moet beschermen tegen de gevolgen van een hetere planeet die nu al merkbaar zijn.

Er zullen vele politieke autopsies volgen nu Trump is bijgezet in de weinig eervolle galerij van ééntermijnspresidenten. Een van de eenvoudigste conclusies kan worden getrokken aan de hand van de man aan wie Amerika het land liever toevertrouwde: een politicus zonder scherp ideologisch profiel, die de kneepjes van beleid maken kent. Trump wist onvoldoende Amerikanen ervan te overtuigen dat hij iets zou dóen wat de situatie in het land beter zou maken.

De zware last die op Bidens schouders ligt – de grote crises van de 21ste eeuw tegelijk bestrijden – betekent natuurlijk dat hij ook monumentaal kan falen. Misschien is dit een laatste kans, gegrepen door iemand die eigenlijk uitgerangeerd leek, eigenlijk heel Amerikaans. In de Oval Office hangt inmiddels een portret van Roosevelt aan de muur. De 1776-commissie is ontbonden, Biden is begonnen.