Protesten in de vs: Trumps online oorlog

Amerika’s realitycheck

De tijd van nepnieuws is voorbij. Het politiegeweld waartegen Amerika nu in opstand komt, laat zich niet verdoezelen.

Demonstranten in Lafayette Park bij het Witte Huis, Washington D.C., 30 mei © Tom Brenner / Reuters

Aaliya Payton plant haar camerastandaard neer, met daarin haar smartphone geklemd. Er staat een zwartmetalen hek van anderhalve meter hoog tussen de oproerpolitie en haarzelf. Op hoge toon eist Payton een verklaring. ‘Waarom zie ik jullie nooit in mijn klaslokaal? Geen van mijn leerlingen heeft een positieve associatie bij het woord “politie”.’ Vanachter plexiglas gezichtsbescherming kijkt een tiental paar ogen haar strak aan. Daarachter: het Witte Huis, zonder zijn bewoner. Trump heeft zich deze zondagavond verschanst in de presidentiële bunker. Die was voor het laatst in gebruik tijdens 9/11.

Paytons kartonnen protestbord leunt tegen haar camerastandaard. ‘Politie! Wat kunnen jullie doen om de zwarte gemeenschap te helpen?’ staat erop geschreven. Plus suggesties. ‘Wees een mentor voor de jeugd. Houd je collega’s verantwoordelijk voor excessief geweld. Bouw een positieve band op.’ Het is minder puntig dan ‘I can’t breathe’, de laatste woorden van George Floyd die de slogan van de huidige protestgolf in de VS zijn geworden. Wel heeft ze een punt.

Payton, halverwege de twintig, is basisschooldocent. ‘Ik geef les aan groep vijf’, vertelt ze door haar mondkapje waarop ‘Black Lives Matter’ staat gedrukt. ‘En ik ben vlogger. Alles wat ik vandaag film gaat meteen online.’

Amerika is aangekomen op een punt waarop de digitale en fysieke politiek met elkaar vermengd zijn geraakt. Hoe George Floyd net zo lang tegen de grond werd gehouden totdat hij stikte, de knie van een agent in zijn nek, werd door een omstander met de camera vastgelegd. De opname was de lont in het kruitvat dat Amerika de afgelopen maanden is geworden. Een werkloosheidscrisis vergelijkbaar met de jaren dertig en een pandemie vergelijkbaar met de Spaanse griep doen zich nu gelijktijdig voor. Inmiddels kan er een golf aan demonstraties en rellen als met die van 1968, in de nasleep van de moord op Martin Luther King, bij worden opgeteld. ‘Wordt dit het ergste jaar in de geschiedenis van Amerika?’ vroeg The Atlantic zich af.

De hevigheid van de huidige protestgolf is niet los te zien van de covid-uitbraak. Zwart Amerika is door het virus disproportioneel getroffen. 23 procent van de ruim honderdduizend doden was Afro-Amerikaans, terwijl deze groep twaalf procent van de totale bevolking beslaat. Het werkloosheidscijfer onder de zwarte bevolking ligt met bijna zeventien procent boven het gemiddelde. ‘Iedereen stond al zwaar onder druk vanwege corona’, zegt Charles, die vanuit het noorden van Virginia naar D.C. is gekomen om te demonstreren bij het Witte Huis. Hij heeft zijn baan als kantoorbeheerder behouden, maar hoeft voorlopig niet op het werk te verschijnen. ‘Ik blijf hier zolang als het nodig is.’

Ook de afloop van deze zondag, waarop Aaliya, Charles en ruim duizend anderen bij het Witte Huis demonstreerden tegen politiegeweld en structureel racisme, vindt in twee dimensies plaats. In de straten van downtown Washington, waar ’s avonds de gloed is te voelen van auto’s die in brand gaan, is de lucht bij tijden scherp vanwege traangas. Vrijwel simultaan is alles online te zien. Verschillende demonstranten houden livestreams bij, een aanvulling op de traditionele nieuwsploegen.

De vernielingen vormen een rorschachtest. Iedereen leest er het zijne in. Het vakbondsgebouw vlak bij het Witte Huis waar brand wordt gesticht: is dat blinde vernielzucht, of een signaal dat de traditionele middelen waarmee sociale strijd wordt gevoerd niet meer voldoen? En die zwarte demonstrant die stenen door de ruit gooit bij het Ronald Reagan-gebouw? Zocht hij een kwetsbare gevel uit om zijn woede op te koelen of is dit een aanklacht tegen de neoliberale decennia waarin economische en raciale achterstand stevig gekoppeld bleven?

Deze raciale protesten zijn de eerste die plaatsvinden in een tijdperk waarin de strijd om een objectieve werkelijkheid de kern van de Amerikaanse politiek is geworden. Black Lives Matter dateert van voor Trump, maar deze episode speelt zich af op een moment waarop fake news de slagzin van de machthebber is geworden. Voor Trump liegt de pers per definitie. Zijn medewerkers omschrijven presidentiële leugens als ‘alternatieve feiten’. Het Witte Huis zendt ambassadeurs uit die zonder enige feitelijke basis beweren dat in het land waar ze neerstrijken ‘politici in brand worden gestoken’. Inmiddels is het Amerika zelf dat brandt.

De reactie van de regering-Trump op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen toont wat er gebeurt als de macht stelselmatig volhoudt dat wie tegen haar is een leugenaar is. Over de dood van George Floyd zelf deed Trump er grotendeels het zwijgen toe. Het verstikken van een kalme arrestant met de dood tot gevolg is niet weg te wuiven als nepnieuws van de ‘mainstream media’, bedoeld om je presidentschap in kwaad daglicht te stellen. De president liet pas echt van zich horen toen de aandacht voor een bruut incident had plaatsgemaakt voor een onoverzichtelijke situatie van demonstraties en rellen. Die gevolgen boden de aanknopingspunten voor Trump, de oorzaak niet.

De president liet wel van zich horen over de demonstraties maar niet over de oorzaak ervan

Trumps antwoord op de demonstraties, eerst in Minneapolis en daarna bij zijn ambtswoning, past in een patroon van escalatie en gewelddadige retoriek. ‘When the looting starts, the shooting starts’, twitterde hij. Later berichtte Trump dat demonstranten rekening moesten houden met ‘de gemeenste honden’ als ze het Witte Huis zouden naderen. Het waren geen willekeurige woorden. De eerste uitspraak komt van Walter Headley, een politiecommissaris die in Miami in de jaren zestig agressief optrad tegen de zwarte bevolking. Ook Trumps suggestie de honden op de demonstranten af te sturen, roept associaties op met de tijd van de burgerrechtenbeweging, toen de politie precies dat deed.

Trumps ‘looting shooting’-bericht werd geblokkeerd door Twitter – de eerste keer dat het bedrijf zoiets deed bij een regeringsleider. Twitter-ceo Jack Dorsey vond dat de Amerikaanse president op deze manier aanzette tot geweld. Trump reageerde woedend en sprak van censuur. Hij zou zijn uitspraak hebben bedoeld als bezorgde waarschuwing, niet als dreigement richting de demonstranten die hij als ‘tuig’ omschreef. Twitter leek die uitleg niet te geloven, wat niet verwonderlijk is gezien de historische lading van Trumps woorden.

Het was de tweede keer in korte tijd dat Twitter ingreep bij Trump. Kort daarvoor plaatste het bedrijf fact-checks bij Trumps bewering dat stemmen per post tot grootschalige verkiezingsfraude zal leiden. De afgelopen twintig jaar zijn er 143 gevallen van stemfraude per post vastgesteld, oftewel 0.00006 van de alle stemmen die zijn uitgebracht, zo bleek uit onderzoek van de Heritage Foundation, een conservatieve denktank. Toch is Trump erop gebrand dat stemmen alleen in persoon moet kunnen plaatsvinden – wat in tijden van corona de opkomst kan drukken. Twitters redactionele ingreep was volgens Trump censuur en in strijd met het eerste artikel van de Amerikaanse grondwet. In werkelijkheid is dat bedoeld om burgers te beschermen tegen breidel van de overheid, niet als constitutionele vrijbrief voor de president.

Hoewel ze aan weerszijden van de streep staan, gebruiken de Black Lives Matter-demonstranten en Trump op deze manier dezelfde tactieken: aftasten, kijken hoever je kunt gaan en terugtrekken wanneer het nijpend wordt. De groep van ruim duizend demonstranten die zich de afgelopen dagen in Washington D.C. verzamelde, keek hoe dicht ze het Witte Huis kon naderen en hoelang ze de avondklok kon negeren voordat de oproerpolitie ingreep. Trump zocht de grenzen online op: hij stuitte op een bedrijf dat zich opwierp als ordebewaker van de digitale ruimte.

Bij het Witte Huis kwam het tot een patstelling in Lafayette Park, een strook groen waar normaal toeristen doorheen lopen als ze de woning van de president gaan bekijken. Daar werd het gooien van waterflesjes beantwoord met pepperspray. Daar leunden de demonstranten over de hekken en schoten ze vragen op de politie af: ‘Waarom beschermen jullie ons niet?’, ‘Waarom moeten we ons onveilig voelen als we politie zien?’, ‘Waarom komt er geen einde aan het schieten op ons?’ Ze kregen antwoord in de vorm van rubberkogels en stungranaten.

Het voorlopige bestand dat er tussen Trump en Twitter bestaat komt erop neer dat de president zich beperkt tot zijn gewoonte om de pers zwart te maken en uitspraken te doen zonder bijbehorend bewijs te leveren. Zijn eerste reactie na de demonstraties in D.C. was een uithaal naar de media, die volgens Trump ‘alles doen wat in hun macht ligt om haat en anarchie aan te wakkeren’. De journalisten die verslag deden van gebeurtenissen in gang gezet door de dood van Floyd zijn volgens hem ‘slechte mensen met een zieke agenda’. Dat de demonstraties omsloegen in vandalisme kwam volgens Trump door toedoen van ‘georganiseerde groepen’ en ‘radicaal links’.

En aan beide kanten ging het mis. Wat begon als demonstraties tegen politiegeweld, ontaardde in verschillende Amerikaanse steden in de vernieling van gebouwen en plundering van winkels. Daaraan vooraf gingen voorvallen waaruit bleek dat de oorspronkelijke inzet van de protesten – geweld door de politie – niet kan worden afgedaan als nepnieuws. In Brooklyn, New York reden twee politieauto’s in op demonstranten. In Seattle spoot een agent pepperspray in het gezicht van een negenjarig kind. Uit een tiental Amerikaanse steden kwamen beelden van politiegeweld tegen vreedzame demonstranten. Per stad verschilt het protest in hevigheid en mate van organisatie, online wordt alles aaneengesmeed tot het verhaal over het Amerika van nu.

De afgelopen weken hebben laten zien dat Amerika het niet kan volhouden om de realiteit te ontlopen. De afgelopen drieënhalf jaar was het land vooral verwikkeld in een woordenstrijd over wat echt was en wat kon worden aangemerkt als een hoax. De vrijplaats van het internet, waar tweet voor tweet een parallel universum kon worden opgebouwd, was waar iedereen zich op richtte. Peilingen, economische cijfers, verwikkelingen tussen Trumps entourage en buitenlandse mogendheden; voor alles hadden de president en zijn aanhang nepnieuws klaar. Voor zover Trump en zijn aanhang een nieuwe overwinning in november met vertrouwen tegemoetzagen, kwam dat door het succes van die bezweringsformule.

De feiten die zich nu opstapelen lenen zich minder makkelijk voor een postmodern spelletje waarin iedereen zijn eigen waarheid kan koesteren. Een verschrompelde economie, meer dan veertig miljoen verloren banen en meer dan honderdduizend sterfgevallen als gevolg van het coronavirus vormden al de harde basis waarop de verkiezingsstrijd over wat voor type land de VS willen zijn gevoerd zal worden. Het is niet toevallig dat Twitter, Trumps voornaamste medium, met de verkiezingen in zicht heeft besloten dat feitenvrije politiek niet onbegrensd is.

De herinnering dat buitenproportioneel geweld tegen de zwarte bevolking een blijvend zeer is in de VS, is nu toegevoegd aan de Amerikaanse realitycheck. Deze kwestie was hooguit even uit beeld, verdrongen door de Trump-show. Nu is het een aflevering geworden in deze reeks, die niet langer fictie is maar zich als een documentaire tot een keiharde realiteit verhoudt.