Amerika’s Wim Kok

New York - ‘Barack Obama is een van de meest corrupte presidenten van deze tijd’, heeft de Republikeinse afgevaardigde Darrell Issa zich laten ontvallen. Hij is in het Huis van Afgevaardigden de voorzitter van de commissie die zich gaat belasten met het toezicht op en de hervorming van de regering. Hij is van plan zeven hoorzittingen per week te houden, en dat veertig weken lang. Door Wolf Blitzer, de anchorman van CNN, werd hij over die beschuldiging nader aan de tand gevoeld. Hij draaide er wat omheen, hij had het niet helemaal letterlijk bedoeld, maar ten slotte hield hij zijn aantijging toch genuanceerd staande. Issa: hij heeft de toon gezet, we zullen de komende jaren wel meer van hem horen.
Een andere vooraanstaande vijand van Obama is de afgevaardigde Fred Upton van de commissie voor energie. Hij heeft de 'allesregelende staat’ de oorlog verklaard. Daarmee bedoelt hij in het bijzonder dat hij een eind wil maken aan de bemoeienissen van het Environmental Protection Agency. Deze instelling gaat ervan uit dat de wetenschap die zegt dat de opwarming van de aarde veroorzaakt wordt door broeikasgassen gelijk heeft. Upton vindt dat onzin. En dan de leider van de Republikeinse minderheid in de Senaat, Mitch McConnell. 'Het allerbelangrijkste wat we de komende twee jaar moeten bereiken is dat Obama niet wordt herkozen’, heeft hij plechtig verklaard.
In de loop van de verkiezingscampagne is de Republikeinse Partij steeds verder meegesleept door haat. Sommige commentatoren waren van mening dat deze scherpslijpers van de Tea Party na de overwinning van 2 november wel zouden kalmeren, waarna het gematigde midden zich weer kon laten gelden. Zoals het er nu naar uitziet, hebben ze zich vergist. Uiterst rechts is bezig zich te consolideren, het is in opmars, het ruikt nieuwe successen.
Daarbij wordt dit nieuwe verzet geholpen door de president zelf. Hij is wel een groot redenaar, maar zijn oratorisch talent gaat vermoeien. En hij heeft geen resultaten bereikt waarop de Democraten en het volk in z'n geheel trots kunnen zijn. Zal Obama ooit leren hoe je moet vechten, vraagt Paul Krugman zich af. Je kunt deze columnist van The New York Times niet van rechtse sympathieën verdenken. Nu komt hij met een waslijst van presidentiële tekortkomingen. Het gaat bij hem allemaal over de economie, het geschipper met het verlengen van de indertijd door George W. Bush ingestelde belastingverlagingen voor de rijken en de zeer rijken. Aan het eind van het jaar moet daarover een beslissing worden genomen. Obama wilde de zeer rijken verder uitsluiten, maar begint nu weer te aarzelen. De bijeenkomst van de G20 in Zuid-Korea is voor Amerika geen succes geworden, wat onder meer is veroorzaakt doordat de president niet hard genoeg van zich af heeft gebeten. De malaise in de economie en de werkloosheid van bijna tien procent duren onverminderd voort.
En dan komt Krugmans algemene oordeel. Hoe komt het dat deze regering die zich bij haar aantreden als een gezelschap van verlossers aankondigde zich nu als een geslagen hond gedraagt? De diepste oorzaak, denkt hij, ligt in een fundamentele beoordelingsfout van de algemene toestand. Obama houdt zich ervan overtuigd dat alle ellende niet is veroorzaakt doordat verkeerde mensen het voor het zeggen hebben gehad. Het kwam, denkt hij, door de diepe verdeeldheid tussen de partijen. Die heeft verhinderd dat er werkbare compromissen konden worden gesloten. Of om het op z'n Hollands te zeggen: Obama gelooft in de uiteindelijke redelijkheid van de politiek; hij vertrouwt erop dat uit de verschillen ten slotte een consensus zal groeien. In dit opzicht is hij de Wim Kok van Amerika.
Het lijkt ver gezocht. De voorgeschiedenis van Obama is volstrekt anders. Hij kreeg bij zijn aantreden te maken met de erfenis van Bush. Geen welvarend poldermodel maar een gespleten natie, een economische crisis in verregaande staat van wording en twee oorlogen. Obama beloofde radicale verandering. Maar twee jaar later is daar nog niets van terechtgekomen. Na Kok kwam Fortuyn, die zei wat hij dacht en deed wat hij zei. Hij richtte zich tot de 'verweesde kiezer’ en daarmee had hij in het begin een revolutionair succes. Daarna kwam de moord, gevolgd door chaos. De Amerikaanse kiezer is een heel ander type dan de Nederlandse: radicaler in zijn keuze, directer, met minder of geen sympathie voor de tegenstander. Na twee jaar Obama voelt ook hij zich verweesd. Na iedere magistrale redevoering denkt hij: komt er nog iets van? Nu de daden. Tastbare resultaten laten op zich wachten.
Een president die geen gezag meer heeft in eigen land is ook in de wereld niet veel meer waard. Er is nog hoop. Hij heeft de meerderheid in de Senaat achter zich, hij kan zijn veto uitspreken. Amerika is nog altijd het machtigste land. En misschien beseft hij na deze verkiezingen dat de Tea Party niet op een consensus zit te wachten.