Amerika stemt tegen zichzelf

Als Shakespeare nog leefde en een koningsdrama zou wijden aan het echtpaar Clinton, zouden we halverwege de laatste akte lezen: ‘Exit Gingrich, door een zijdeur.’ Een neutrale aanwijzing die, zoals zo vaak bij Shakespeare, een dramatische wending markeert.

Baron Newt leek vorige week vlak bij zijn doel: een sluipmoord op de koning, gevolgd door zijn eigen aanspraak als troonpretendent waarbij het volk enthousiast rabarbert. Maar het volk kwam tussenbeiden en de perfide Gingrich werd door zijn eigen manschappen gewurgd, waarbij de verraderlijke dolk uit zijn mantel op de grond kletterde.
Zelden is een leider zo snel en diep gevallen. Een Amerikaanse krant publiceerde zaterdag een foto waarop de afgezette speaker voor zijn huis in Georgia krampachtig lachend een vuilniszak buitenzette. Elke lezer kon raden wat erin zat: zijn politieke toekomst.
Vanwaar die totale afgang? Misschien had Gingrich wat meer aan body-building moeten doen, suggereerde Clinton in een terzijde met journalisten. Het was een verwijzing naar de Vietnam-veteraan en gewezen catch-worstelaar Jesse Ventura, die het gouverneurschap van Minnesota veroverde met scheldtirades tegen Washington. Ondanks zijn morsige reputatie heeft Ventura frisse ideeën, waaronder legalisering van prostitutie en vrije abortus. Zijn grootste minpunt is dat hij zich voor het karretje laat spannen van de Texaanse trol Ross Perot. Wie in de Verenigde Staten een verkiezing wil winnen, heeft nu eenmaal geld nodig. Maar Venturas overwinning is vooral te danken aan de algemene weerzin tegen het gekonkel in Washington. Zo bezien trof Clintons grapje in de roos. De Republikeinen hebben zich onder leiding van Gingrich compleet vertild aan hun sekstribunaal tegen de president.
Maar is de val van Gingrich werkelijk een overwinning van het gezond verstand, van de gematigde krachten in de Amerikaanse politiek? Volgens veel commentatoren wil ‘de kiezer’ dat Clinton zijn 'gematigd progressieve’ beleid voortzet zonder te worden verlamd door een afzettingsprocedure.
Dat is allemaal goed en wel, maar wie is die kiezer eigenlijk? Clinton is in 1996 herkozen door iets meer dan de helft van iets minder dan de helft van de Amerikaanse stemgerechtigden. Hij vertegenwoordigt dus een kwart van de volwassen Amerikanen, voorzover ze niet zwart zijn en in de gevangenis zitten. In de verkiezingsronde van afgelopen week bracht iets meer dan een derde van de kiezers zijn of haar stem uit. Bij nader inzien is de stem van the American people, waaraan opiniemakers en politici te pas en te onpas refereren, enkel de stem van de middenklasse. De rest van de Amerikanen heeft allang de illusie opgegeven dat Washington naar hen luistert.
Dat doet Washington dan ook niet. De programma’s van Democraten en Republikeinen verschillen al twintig jaar nauwelijks van elkaar. En progressief zijn ze allerminst. Ze appelleren aan het bangelijke narcisme van de middenklasse, die zit ingeklemd tussen criminaliteit en globalisering, tussen Internet en dorpskerk.
Geen wonder dat het kleinsteedse gekibbel zienderogen oprukt in de landspolitiek, met de morele kruistocht van Kenneth Starr als voorlopig dieptepunt. Washington dreigt Amerika op zijn smalst te worden. Clinton, Gingrich of Kenneth Starr lijken zo weggelopen uit de wereld van George Babbitt. De wereld van kleine wheeler-dealers die hun dagen vullen met schimmige zaakjes, roddels en verveelde drinkgelagen.
Je ziet ze bij wijze van spreken door de hoofdstraat van Zenith wandelen: Kenneth Starr met zijn godvrezende beuzelpraat en zijn foute dophoedje; Newt Gingrich met zijn valse grijns en zijn kroeglatijn; Bill Clinton met zijn krokodillentranen en zijn impotente gefrutsel met receptionistes.
Nee, als Shakespeare nog leefde, zou hij geen drama aan deze mannen wijden. Sinclair Lewis is hem voor geweest. Zijn Babbitt is dankzij de televisie duizendvoudig uitvergroot en middle America walgt nu van zijn eigen aanblik in de spiegel. Dat is een bescheiden winst, maar het is ook de enige winst die deze verkiezing heeft opgeleverd.