H.J.A. Hofland

Amerika tegen Amerika

Amerika zal binnenkort een draai moeten maken van een negatieve relatie met Europa (met schelden, zichzelf veel wijzer en superieur achten, struisvogelpolitiek en wat niet meer) naar een vorm van positieve samenwerking. Hee, zal de lezer denken, dat komt me bekend voor. Waar heb ik het eerder gelezen? In De Groene Amsterdammer van vorige week, in een artikel van Maarten Brands. Met één verschil: ik heb me een variant veroorloofd; Amerika en Europa van plaats verwisseld.

«Europa heeft elefantiasis» schreef de gepokte en gemazelde historicus. Opgezwollen ledematen die de lijder machteloos maken. Hij heeft volkomen gelijk. Europa is als militaire macht in de wereldpolitiek niets waard. Dat zal voorlopig zo blijven. Een multipolaire wereld waarin Europa een zelfstandige grootmacht met een eigen buitenlandse politiek zal zijn, is een illusie. Het is niet levensvatbaar. De Europeanen hebben andere dingen aan hun hoofd. Zullen de nationale Europese leiders hun kiezers dan met dergelijke abstracties lastig vallen? Ze zullen wel wijzer zijn. Dus, besluit Brands met hermetische logica, zit er niets anders op dan het leiderschap van Amerika te volgen. Hou op met dat gezanik over Bush. Right or wrong, my leader. Dat schrijft hij niet, maar het is zijn onontkoombare conclusie. Die columnisten van NRC Handelsblad moeten eindelijk eens een andere plaat opzetten.

Intussen wordt bovengenoemde draai al gemaakt, voorzichtig, aan beide kanten van de wrakke Atlantische wereld. Washington heeft zich beleefd tot de onlangs irrelevant verklaarde VN gewend. Waarom? Het geld is bijna op, het gebrek aan legitimiteit van de preventieve oorlog is nadeliger dan de hypermacht had verwacht en Amerika begint zich in Irak eenzaam te voelen. Vandaar deze nieuwe resolutie over de toekomst van Irak. Rusland en Frankrijk hebben vóór gestemd. Een resultaat dat voorlopig zonder de gevolgen zal blijven die Amerika graag had gewild. Maar toch. Er wordt niet meer gescholden. «Freedom fries» zijn weer «French fries». Een goed begin! Zullen we alle onrechtvaardige kritiek op de wereldstaatsman weer inslikken? Excuses maken?

Even wachten. In Amerika worden voorbereidingen getroffen voor de presidentsverkiezingen. We herinneren ons dat deze president door een minderheid van de popular vote (het totaal aantal uitgebrachte stemmen) is gekozen. Dat is mogelijk door het systeem waarbij iedere staat zijn eigen aantal «kiesmannen» heeft. Op grond van dit negatief mandaat is hij aan zijn conservatieve revolutie begonnen. Wat daarvan het resultaat zou zijn geweest weten we niet want toen kwam 11 september waardoor het volk in een vaderlandslievende eenheid veranderde. De overwinning in Afghanistan bracht hem een historisch record aan binnenlandse populariteit. En het grootste deel van de «internationale gemeenschap», zeker Europa, vergat zijn unilateralistische ouvertures. Meer spontane bondgenoten had Amerika nog niet gehad.

Toen was Irak aan de beurt. In de voorbereidende campagne lopen een paar lijnen parallel. De geopolitieke van het neoconservatieve sprookje, waarin het bevrijde Irak in een relatieve oogwenk zou worden omgebouwd tot het democratische voorbeeld voor de Arabieren. Dan de lijn van de propaganda waarop de publieke opinie werd wijsgemaakt dat Saddam massavernietigingswapens had, en banden met al-Qaeda waardoor hij medeplichtig aan 9/11 was. Ten slotte het militaire perspectief, de «shock and awe» waarmee alles al op een oor na gevild zou zijn. De mislukking was voorspelbaar, zoals de illustratie uit The Washington Post van een jaar geleden laat zien.

Het andere Amerika werd achterdochtig. Het zag hoe het land door halve waarheden en leugens vereenzaamde. Het ging weer luisteren naar de critici, niet de Europese maar de Amerikaanse. Naar columnisten als Thomas Friedman, William Pfaff, Paul Kruger, naar ervaren mensen als Brent Scowcroft en ex-generaal Wesley Clark.

Nu wordt het simpele wereldbeeld van deze Amerikaanse regering ontmaskerd, in Irak en in eigen land. Het andere Amerika is wakker geworden. Dat is niet te danken aan Europese columnisten die telkens dezelfde plaat opzetten. Te veel eer! De grote wereldleider en zijn assistenten hebben zelf geregeld dat ze door de mand gaan, tegen alle waarschuwingen in hun eigen land in.

Bush is niet alleen een president. Hij is een complex. Dat is het complex van een Amerika dat in de beperktheid van zijn provinciale zelfoverschatting de wereld niet naar zijn hand zet, maar verder ontwricht, met het land erbij. «There is probably no greater imperative facing the nation than the defeat of George W. Bush in the 2004 election», schrijft Michael Moore in zijn Dude, where is my country? Jammer dat ik als Nederlandse columnist niet een handje kan helpen.