Commentaar: VS

Amerikaanse burgeroorlog?

Toen de gerenommeerde Amerika-deskundige van de BBC Alistair Cooke eind jaren tachtig afscheid nam, profeteerde hij de komst van een nieuwe Amerikaanse Burgeroorlog, een totale desintegratie van de Amerikaanse statenfederatie in een telkens maar hoger oplaaiend gevecht tussen noord en zuid, tussen rijk en arm, tussen blank en zwart, tussen stad en platteland.

Cookes opmerkingen, sterk gekleurd door zijn afschuw voor het sociaal-economische perspectief van de reaganomics, werden afgedaan als de existentiële somberheid van een oude man. Anno 2000 blijkt zijn voorspelling echter heel wat aan gewicht te hebben gewonnen, zij het op grond van ontwikkelingen die eind jaren tachtig ook door Cooke nog onmogelijk konden worden voorzien.

De nog immer voortwoekerende verkiezingscrisis van de Verenigde Staten toont vooral aan hoe fragiel de interne verhoudingen van het machtigste land ter wereld eigenlijk zijn. Het spookbeeld van twee partijen die zich geen van beide wensen neer te leggen bij een electorale nederlaag en de natie meetrekken in een ongekende broedervete is niet louter denkbeeldig. De stembuscrisis sloeg al over naar de straat. Zwarte leiders mobiliseerden reeds hun achterban om te protesteren tegen de «onwettige» Republikeinse overwinning. Al even militant klonken de Republikeinen van George W. Bush in Texas, dat van oudsher sowieso al een poel is van de allervuigste reactie (denk alleen maar aan de moord op John F. Kennedy).

Veel duidelijkheid is er niet, maar in elk geval wel dat hier met vuur wordt gespeeld. Vandaar dat Jim Baker, woordvoerder van het kamp van Bush, al direct na de eerste signalen van de electorale constipatie waarschuwde voor de loodzware verantwoordelijkheden die met de crisis samenhangen. Bakers woorden waren natuurlijk vooral bedoeld om de Democraten van Gore te ontmoedigen. Maar de angst voor de balkanisering van de VS en het einde van de Pax Americana straalde niettemin heel authentiek uit de ogen van de voormalige minister van Buitenlandse Zaken.

Amerikanen staan van oudsher ambivalent tegenover hun gezagsdragers. Enerzijds is er dat stuitende patriottisme, anderzijds is er het diepe wantrouwen tegen alles wat met Washington te maken heeft. Het is de kloof tussen Rocky en de X-files, tussen gietijzeren vertrouwen en paranoia. Tussen die twee tegenpolen zwerft het wonder van de Amerikaanse identiteit. Waarschijnlijk zit daar ook het geheim van de Amerikaanse dynamiek. Maar het is ook een kwetsbaar geheel. Hoe kwetsbaar precies moet blijken uit de verdere ontwikkelingen in de slag tussen Gore en Bush, waarbij de jongens in de dodencel, maar ook de rest van de wereld, alleen maar kunnen bidden dat de eerste overwint en dat de tweede teruggaat naar de desolate zandbak waar hij thuishoort. Dan nog een laatste verzoek: willen degenen die ook in Nederland het districtenstelsel propageren als de donder een condoom over hun hoofd trekken?