Pakistans kernboedel

Amerikaanse greep op het atoomgevaar

De zorgen om de veiligheid van Pakistans kernwapens nemen toe. Over Amerikaanse maatregelen is weinig bekend, maar er zijn geheime scenario’s: van het infiltreren van smokkelnetwerken tot het laten ‘verdwijnen’ van Pakistaanse atoomwetenschappers. Amerikaanse media en analisten passen zelfcensuur toe.

AFGELOPEN WEEK gebruikte de hoogste Amerikaanse militair één woord toen hem door een Senaatscommissie werd gevraagd of Pakistan zijn atoomarsenaal plotseling aan het uitbreiden is: ja. Het was precies het antwoord dat niemand wilde horen, want de zorgen om de veiligheid van dat arsenaal zijn groter dan ooit. De Pakistaanse Taliban namen enkele weken geleden delen van de provincie Buner in, waarvan de buitengrens slechts honderd kilometer van de hoofdstad Islamabad ligt.
De zorgen om Pakistans atoomarsenaal gaan verder dan de vrees voor het oprukken van de Taliban. Amerikaanse kranten citeerden de afgelopen maanden geregeld anonieme militairen of CIA-analisten die zich zorgen maken over het vermogen van islamitische extremisten om een atoomwapen te stelen of te infiltreren in Pakistans omvangrijke nucleair-industrieel complex. Hoe groter de zorgen in het buitenland, hoe harder de Pakistaanse regering en strijdkrachten roepen dat alles onder controle is.
De Verenigde Staten lijken niets beters te weten dan getrouw miljarden dollars overmaken aan het Pakistaanse leger. Maar dat is schijn: de Amerikaanse regering, inlichtingendiensten en het leger zijn veel intensiever bezig met het volgen van de Pakistaanse wapens, het samenwerken bij de beveiliging ervan en het opzetten van noodplannen dan algemeen bekend is. Maar nergens is de verhouding tussen de VS en Pakistan zo complex als in nucleaire zaken. De gemene deler van alle initiatieven is een diep wederzijds wantrouwen.
Aan Amerikaanse zijde wordt hevig betwijfeld of kernwapens in welke vorm dan ook veilig zijn in Pakistan, terwijl men aan Pakistaanse zijde vreest dat de VS maar uit zijn op één ding: een zo helder mogelijk beeld krijgen van de Pakistaanse atoommacht, zodat die in geval van nood kan worden vernietigd. Dat laatste wordt in Washington officieel ontkend en slechts uit zeer spaarzame uitlatingen valt het bestaan van radicale noodplannen op te maken. Zoals uit een uitspraak van Condoleezza Rice, die als minister van Buitenlandse Zaken in de vorige regering eens zei dat de VS ‘voorbereid waren om op te treden’ in het geval van een radicaal-islamitische coup in Pakistan.
BUITENSTAANDERS die een beeld van die noodplannen willen krijgen, kunnen slechts putten uit een handvol artikelen in de Amerikaanse pers, die gebaseerd zijn op anonieme bronnen bij Amerikaanse inlichtingendiensten – erg onbevredigend, maar iets anders is niet voorhanden. Zeer gedetailleerd is een artikel van ‘inlichtingencorrespondent’ Richard Sale van de kleine Amerikaanse persdienst UPI, dat ruim twee maanden geleden verscheen. ‘VS houden verborgen greep op Pakistans kernwapens’, luidde de kop boven de tekst, waarvoor Sale naar eigen zeggen met verschillende anonieme bronnen had gesproken. Bepaald pikant was het beeld dat Sale schetste van de Amerikaanse aanpak van het Pakistaanse smokkelnetwerk onder leiding van de in Nederland opgeleide metallurg Abdul Kadeer Khan, dat in 2003 wereldwijd in het nieuws kwam.
Veel media namen destijds aan dat Amerikaanse inlichtingendiensten dit netwerk ‘onder hun ogen’ hadden laten begaan, maar volgens Sale waren zij tot diep in het netwerk doorgedrongen. Hij citeert een anonieme ex-CIA-functionaris: ‘We hebben [nepbedrijven] geïnfiltreerd en hebben daardoor fouten kunnen inbrengen in de technologie die we in ons voordeel kunnen gebruiken, bijvoorbeeld computers die een geheime toegangspoort hebben waardoor Amerikaanse technici [van afstand] toegang tot ze hebben.’
De atoomwetenschappers uit Khans netwerk werden door de VS nauwlettend gevolgd, schrijft Sale. Er zouden ‘ontvoeringsteams’ zijn opgezet die wetenschappers overvielen die op het punt stonden om nucleaire technologie te verkopen. Volgens Sale zou zo’n team achter de verdwijning van een groep Pakistaanse wetenschappers in Birma kunnen zitten. Zijn bronnen claimden dat de VS met geheime operaties zo’n tweehonderd mogelijke koppelingen tussen het Pakistaans nucleair-industrieel complex en terroristengroepen hadden verbroken of voorkomen.
De Amerikaanse maatregelen om het Pakistaanse atoomgevaar in te dammen, strekken zich volgens Sale uit tot het Pakistaanse atoomarsenaal van een geschatte tachtig tot honderd wapens. Volgens zijn bronnen bestaat er een geheim verdrag tussen de VS en Pakistan dat toestaat dat Amerikaanse functionarissen permanent in Pakistan gelegerd zijn om mee te helpen de kernwapens uit handen van terroristen te houden. Na de aanslagen van 11 september 2001 ging die hulp in de overdrive: twee dagen later zouden de VS al hebben geholpen om de wapens te verplaatsen naar verschillende locaties en ze deels te demonteren, zodat nu eerst een eindassemblage nodig is voor ze kunnen worden gebruikt.

BIJ DIE STAPPEN kwam een probleem naar voren dat in de jaren daarna steeds groter zou worden: wederzijds wantrouwen. Uit andere bronnen dan Sale’s artikel was al duidelijk dat de VS Pakistan wilden helpen een veilige commandostructuur op te zetten om te voorkomen dat één persoon kernwapens kan afschieten. Het struikelblok daarin waren PAL’s, een systeem met een soort pincode dat atoombommen onklaar maakt of het ontstekingsmechanisme opblaast als verkeerde cijfers worden ingevoerd.
Een artikel in The New York Times beschrijft de interne strijd in de VS over het schenken van PAL’s aan Pakistan. Het ministerie van Buitenlandse Zaken was tegen, omdat zo’n schenking het nonproliferatieverdrag zou schenden. De grootste voorstanders werkten voor het wapenlaboratorium in Los Alamos, waar de meeste Amerikaanse wapens waren gemaakt. ‘Volgens juristen zijn PAL’s geheim, maar dat is nonsens’, citeert de Times een voormalige directeur van het laboratorium. ‘We moeten deze technologie delen, iedereen die zich bij de [nucleaire] club voegt, moet dit krijgen.’ Uiteindelijk weigerde de regering-Bush, net als de regering-Clinton eerder in het geval van China, om PAL’s aan Pakistan te geven.
Daaraan zullen geen juridische overwegingen ten grondslag hebben gelegen, want in het verleden wisten de VS op creatieve manieren (zoals mappen ‘laten liggen’ op onderhandelingstafels) nucleaire technologie binnen de letter van de wet in Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland te krijgen. Maar de twijfels lagen niet alleen aan Amerikaanse kant: de Pakistanen maakten zich volgens de Times op hun beurt zorgen dat de VS geheime kill switches in de PAL’s zouden verbergen, waardoor de VS de Pakistaanse wapens op afstand onbruikbaar zouden kunnen maken.
Het Times-artikel schetste verder een geheime overeenkomst tussen de VS en Pakistan voor de training van Pakistaans nucleair personeel in de VS, de bouw van een ‘trainingscentrum voor nucleaire veiligheid’ in Pakistan (die al snel enorme vertraging opliep) en de schenking van honderd miljoen dollar aan Amerikaans materieel om nucleaire bases te beveiligen, van helikopters tot nachtkijkers. En dit alles ‘begraven in geheime delen van het federale budget’.
Een derde gedetailleerd artikel over dit onderwerp is geschreven door de defensiespecialist van de Schotse krant The Herald. Wederom op basis van anonieme ‘militaire bronnen’ schreef die anderhalf jaar geleden dat de VS commandoteams gelegerd hebben op bases in Afghanistan die permanent paraat staan om zich in geval van nood meester te maken van de Pakistaanse atoomwapens. De VS zouden via inlichtingen en satellieten voortdurend bepalen waar de Pakistaanse wapens zijn, om in te kunnen grijpen als extremisten een nucleair transport of een lanceerbasis zouden overvallen. Tijdens perioden van civiele onrust – zoals tijdens de straatprotesten tegen toenmalig president Musharraf – zouden de Amerikaanse teams extra alert zijn.

DE POGINGEN van de VS om greep te krijgen op het Pakistaanse atoomgevaar zijn geen onderwerp waar Amerikaanse kranten bol van staan. Behalve de geheimhouding omtrent het onderwerp speelt ook zelfcensuur mee: zo hield The New York Times het bovengenoemde artikel drie jaar lang in portefeuille op verzoek van de regering-Bush. Ook bij analisten gaat het niet altijd vanzelf over de lippen. Gevraagd om een reactie op de hier genoemde artikelen, schrijft Rolf Mowatt-Larssen, hoogleraar aan Harvard en voormalig hoofd van de afdeling terrorisme en massavernietigingswapens van de CIA: ‘Ik ben wellicht niet de juiste persoon om hiernaar te vragen. Ik beschouw de details [van dit onderwerp] als gevoelig en heb er enkel in algemeenheden aan gerefereerd.’ Andere specialisten zijn minder terughoudend. Op verzoek van De Groene Amsterdammer las Sharon Squassoni, specialist in proliferatie en het Pakistaanse kernarsenaal bij de Carnegie-denktank in Washington, de artikelen na. ‘Hoewel het zeker is dat er noodplannen bestaan, is het altijd oppassen met anonieme bronnen’, zegt ze. ‘Deze artikelen appelleren vooral aan de gevoelens van conservatieven, die willen geloven dat de VS op eigen kracht alle problemen aankunnen en onder controle hebben. Die conservatieven zijn er natuurlijk ook in de inlichtingendiensten.’
‘Maar’, voegt Squassoni daaraan toe, ‘met dat voorbehoud blijft er veel interessants over. Dat de VS voor honderd miljoen aan materieel doneerden voor de beveiliging van bases lijkt me absoluut waar, en ook heel verstandig. Dat de CIA in bedrijven van het Khan-netwerk infiltreerden is ook vrijwel zeker – een bekend verhaal is bijvoorbeeld de omkoping van een Zwitserse zakenfamilie. De “ontvoeringsteams” ben ik ook vaker tegengekomen. Maar waar met name het artikel van Sale de plank mis slaat, is volgens mij de suggestie dat de VS weten waar de Pakistaanse atoomwapens zijn en hoe de commandostructuur precies in elkaar zit. Uit mijn eigen netwerk krijg ik juist heel andere signalen: dat we niet weten waar die wapens zijn, en dat daar grote zorgen over bestaan. De VS zijn nogal veranderlijk van aard, en dat weten de Pakistanen ook. Ze houden Amerikanen daarom weg bij de wapens zelf en verspreiden ze.’
Het wantrouwen jegens de VS is volgens Squassoni de reden dat Pakistan nieuwe kernwapens bouwt. ‘Dat werd aangewakkerd door de nucleaire samenwerkingsovereenkomst die het Witte Huis met India heeft gesloten, afgelopen oktober. Pakistan wil ook zo’n deal, maar die zullen ze nooit krijgen. India is natuurlijk de erfvijand, en Pakistan is bezorgd dat de VS samen met India noodplannen maken voor het uitschakelen van Pakistans kernarsenaal. Pakistan kiest als oplossing meer wapens, terwijl het zich zou moeten afvragen of het eigen kernarsenaal het land niet juist onveiliger maakt in plaats van veiliger. Gezien de binnen- en buitenlandse dreiging kunnen ze er volgens mij beter snel van af.’
Alles wijst erop dat zo’n mentaliteitsomslag niet ophanden is. Als duidelijk signaal naar de VS liet Pakistan eerder dit jaar Abdul Kadeer Khan vrij uit huisarrest. Hij verwoordde direct weer zijn visie op Pakistans atoomarsenaal, waarmee hij zich zo mateloos populair heeft gemaakt in eigen land. ‘Laat hen maar praten’, zei hij. ‘Zijn ze blij met onze God? Zijn ze blij met onze profeet? Zijn ze blij met onze leiders? Nooit, dus waarom zouden we ons iets aantrekken van wat ze over ons zeggen?’