Amerikaanse thema’s

SINDS ENKELE jaren experimenteert uitgeverij Meulenhoff met gebonden, de Duitsers zouden zeggen preiswerte, uitgaven van complete werken. Zo verscheen het hele werk van Bruno Schulz in één band en kon het als een geheel gelezen worden. De man zonder eigenschappen werd weer één boek, en de bundeling van alle verhalen van Cortázar bood een mooie gelegenheid om te zien welk een variëteiten deze alleen al in het fantastische genre wist te bereiken. En dan nu alle verhalen van de Amerikaanse schrijver Bernard Malamud (1914-1986). Bevatte de in 1986 verschenen bundel De verhalen er 26, in dit boek zijn alle 55 verhalen die Malamud publiceerde tussen 1940 en 1984 chronologisch bijeengebracht. Voor de liefhebber moet dat een weelde zijn; ik kan alleen maar oordelen als iemand die niet meer dan een paar romans en ooit enkele verhalen van hem heeft gelezen.

Wat valt er over zo'n hele reeks uit een periode van meer dan veertig jaar te zeggen? Wat mij opvalt is de eenvormigheid ondanks alle verschillen in locatie en personages. Dat ligt misschien aan het genre van de short story. Malamud, die lange tijd docent creative writing is geweest en het genre ongetwijfeld goed bestudeerd heeft, noemde als voornaamste voordeel: het snelle rendement. ‘De handeling is intens, voltrekt zich snel, en is in de meeste gevallen bizar. Een goed verhaal schetst in een paar bladzijden de complexiteit van een leven…’ Alle ingrediënten zijn kortom beperkt tot het louter functionele - en de voornaamste functie is de lezer bij de les te houden. Net als bepaalde time-out-sporten lijkt de short story op het Amerikaanse publiek toegesneden; kennelijk heeft men in het land van Sesamstraat moeite langer dan een paar minuten aandacht aan iets te besteden.
OOK DE GROTE succesvolle romans bestaan uit series korte scènes. Malamud heeft het wel over een snelle handeling, maar handeling is er in zijn verhalen nauwelijks. Meestal gaat het om een schets waarin snel de hoofdpersoon gekenschetst wordt aan de hand van zijn beroep, uiterlijk en maatschappelijke status; dan wordt de tegenspeler geïntroduceerd, meestal in dialoogvorm, en dat tweetal levert een situatie op - er ontstaat een crisis. Een echte plot is er zelden, dus ook geen ontknoping. Gedachten en gevoelens worden er niet ontwikkeld, men handelt naar het karakter dat men voorstelt, en als er iets van psychologie in voorkomt, dan heeft dat nog het meeste weg van een soort gedachtenlezen.
De latere verhalen zijn vaak niet meer dan uitgewerkte anekdoten, als het bijvoorbeeld gaat over een weduwnaar die het graf van zijn vrouw kwijt is of over de vrouw van een cellist die gekweld wordt door geluiden of over een schrijver die achtervolgd wordt door een idolate slechte leerling. Ook van latere datum zijn verhalen met een fantastische inslag, wat Malamud waarschijnlijk met 'bizar’ bedoelde. Daar komen een sprekende joodse vogel, een man die in een sprekend paard gevangen zit en een zwarte joodse engel in voor. De laatste verhalen zijn twee fictieve biografieën, van Virginia Woolf en Alma Mahler, die voornamelijk uit een collage van zinnetjes uit hun levensbeschrijvingen bestaan.
Voorzover ik het kan overzien, lijkt Malamud vanaf het begin jaren zestig Amerikaansere thema’s te kiezen. Ik bedoel daarmee dat hij zijn personages meer uit de middle class betrekt, zoals docenten en studenten, en ietwat ironisch het moderne leven portretteert. Het kleinburgerlijke aan het onderwerp lijkt daarin ook van invloed op Malamuds stijl. Ik zie niet direct wat deze latere verhalen voor eigens hebben; dat er meer joodse personages in voorkomen dan gemiddeld maakt ze nog niet direct bijzonder. Hoewel een boos sprookje als 'De zilveren kroon’, waarin een man door een rabbi voor veel geld een onzichtbare zilveren kroon laat maken die zijn stervende vader moet redden, of het verhaaltje over een koster die zijn blauwkousende dochter voor hoer ziet spelen, en een ander verhaal, over een arme student die in 1939 Engelse les aan joodse vluchtelingen geeft, tot de betere verhalen behoren, kun je ze onmogelijk joodse vertellingen noemen. De vroege verhalen trouwens evenmin, waar het feit dat arme kruideniers en andere kleine neringdoenden in Brooklyn joods zijn weinig meer betekenis heeft dan hun andere sociale kenmerken. Ongelukkig zijn ze allemaal en het wordt alleen maar erger. Het zijn schetsen uit de tijd van Malamuds vader, en hoezeer ze ook op elkaar lijken, deze verhalen uit de jaren veertig en vijftig maken een veel minder eenvormige indruk. Ook voor die periode geldt dat de verhalen met een echte clou niet de sterkste zijn, alsof alles in zo'n verhaal alleen maar dient voor de ontknoping. De oudere verhalen doen bijna negentiende-eeuws aan; vermoedelijk komt dat door de sterk realistische om niet te zeggen naturalistische inslag.
Dan is er nog een tussenperiode dat hij verscheidene verhalen in Italië situeerde - Malamud heeft zelf een jaar in Rome gewoond. Hij heeft ze in 1969 gebundeld in het boek Pictures of Fidelman. Fidelman, overigens ook de naam van Malamuds moeder, is een mislukte Amerikaanse schilder die naar Italië gaat om een studie over Giotto te schrijven. Hij treedt op in zes verhalen, voor het merendeel langere verhalen, geschreven in de jaren zestig, die episoden uit een roman zouden kunnen zijn, een roman over de onherroepelijke ondergang van een even ambitieuze als talentloze naïeveling.
HET EERSTE verhaal uit die reeks is misschien wel het raadselachtigst. Onmiddellijk bij aankomst in Rome wordt hij aangeklampt door een graatmager mannetje dat hem met 'sjalom’ begroet en niet rust voordat de Amerikaan hem een pak zal geven. Om hem te chanteren pikt hij diens aktetas met het eerste hoofdstuk van zijn studie over Giotto, zodat Fidelman vervolgens alleen maar bezig is met achter dat mannetje aan te zitten.
Een aardig verhaal is de gemankeerde liefdesgeschiedenis van Fidelman met een volkomen geschifte schilderende hospita. Terwille van zijn kunst is Fidelman zelfs bereid de pooier uit te hangen. In die reeks is er nog een verhaal waarin Malamud modernistische trucs probeert uit te halen of er de spot mee drijft, in het verlengde van wat zijn hoofdpersoon doet. De schilder bekwaamt zich in álle moderne stromingen, onder andere de conceptuele kunst, waartoe hij sculpturen in de aarde graaft en tegen betaling laat bezichtigen.
Als Malamud op andere plaatsen serieus modernere technieken gebruikt, schijnt hij te denken dat je dan met 'n paar maniertjes kunt volstaan. Hij was en bleef een traditionele verteller. Deze verzameling van alle verhalen laat zien dat hij in zijn genre soms mooie stukjes heeft gecreëerd, vooral in de vroegere periode, maar ook veel (routine)matige verhalen, die altijd professioneel in elkaar zitten maar verder niet zo veel om het lijf hebben. Dat oordeel zal ongetwijfeld een kwestie van smaak zijn.