4 juli 1926 – 25 mei 2009

Amos Elon

Schrijver, historicus en essayist Amos Elon was een van Israëls bekendste intellectuelen. Maar bovenal was hij een scherpzinnig waarnemer, die onbarmhartig en met vooruitziende blik de vinger legde op Israëls problemen.

AMOS ELON had een haat-liefdeverhouding met Israël. Hij woonde er het grootste deel van zijn leven, maakte er carrière en kreeg er zijn eerste vriendinnetje. Israël was zijn thuis, want, zei hij, wat is een vaderland anders dan de plaats waar je je eerste meisje zoent? Maar tegelijkertijd ging Israël hem steeds meer tegenstaan: het nationalisme, de religieuze intolerantie, het gebrek aan vooruitgang in het vredesproces. Hij voelde zich een roepende in de woestijn en ging in 2004 uit pure frustratie vrijwillig in ballingschap.
Het bepalende moment in Elons carrière was de Zesdaagse Oorlog van 1967, die Israël glansrijk won. De Israëlische strijdkrachten versloegen de gezamenlijke legers van Egypte, Jordanië en Syrië en veroverden het Sinaï-schiereiland, de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogten. In Israël heerste algemene euforie over de enorme gebiedsuitbreiding. Zelfs buitenlandse diplomaten werden meegezogen in de opwinding. Zo herinnerde Elon zich dat de Duitse militaire attaché tijdens een feestje enthousiast zijn hand greep en zei: ‘Dit was precies wat generaal Rommel had gedaan als hij zijn zin had gekregen.’ Zelf zag Elon vooral de grote problemen die gepaard zouden gaan met de gebiedsuitbreiding: 2,7 miljoen Israëliërs hadden de verantwoordelijkheid gekregen voor 1,3 miljoen Palestijnen. Een situatie die alleen maar voor conflicten zou kunnen zorgen. Al vroeg werd hij dan ook voorstander van een eigen Palestijnse staat. Geen populair standpunt in die dagen.
Deze eigenzinnige houding, het vermogen om boven de waan van de dag uit te stijgen en de eigen maatschappij kritisch tegen het licht te houden, kenmerkte vanaf het prille begin Elons carrière. Bij de progressieve Israëlische krant Ha’aretz, waar hij in 1951 terechtkwam na zijn studie rechten en geschiedenis, schreef hij bij voorkeur over onderwerpen die anderen links lieten liggen. Veel van zijn artikelen gingen over het ‘tweede Israël’, het Israël van de arme joden van Midden-Oosterse afkomst die werden genegeerd door de Europese joden. Elons journalistieke talent was overduidelijk en al gauw werd hij als correspondent naar Parijs, Bonn en Washington gezonden. De fysieke afstand tot zijn vaderland scherpte zijn blik als buitenstaander.
Elons internationale doorbraak kwam in 1970 met de publicatie van The Israelis: Founders and Sons, een boek over de vroege zionisten. De stichters van de staat Israël hadden volgens hem een nationale en sociale renaissance nagejaagd zonder te begrijpen dat de Palestijnse Arabieren misschien eenzelfde hoop hadden. Met vooruitziende blik schreef hij: ‘Wat ook hun latere dwaasheden en wandaden zullen zijn, het straffen van de Arabieren voor de zonden van Europa zal het geweten van de Israëliërs voor lange tijd belasten.’ Een gedachte die nu gemeengoed is, zelfs in Israël, maar die toen bepaald ongebruikelijk was, zeker voor een Israëliër. Zijn ideeën werden hem dan ook niet door iedereen in dank afgenomen. Elon herinnerde zich een tv-debat waarin een ‘reactionair’ hem ervan beschuldigde ‘een van die joden vol zelfhaat te zijn’. ‘Ik haat mezelf niet’, antwoordde hij toen. ‘Ik haat alleen joden zoals jij.’
Het succes van The Israelis stelde Elon in staat zijn baan bij Ha’aretz op te zeggen en zich te wijden aan het schrijven van boeken en essays. Biografieën van Theodor Herzl, de grondlegger van het zionisme, en Meyer Amshel Rothschild volgden, evenals boeken over Jeruzalem en vele artikelen voor de New York Review of Books, The New Yorker en New York Times Magazine. Veel van deze artikelen hadden Israël als onderwerp. In de jaren negentig begon hij meer tijd door te brengen in zijn tweede huis in Toscane en verlegde hij zijn aandacht naar de geschiedenis van de Duitse joden. In een van zijn laatste grote boeken uit deze periode, The Pity of it All, beschreef hij de vele bijdragen van de Duitse joden op politiek, intellectueel en cultureel gebied vanaf het midden van de achttiende eeuw tot de machtsovername van Hitler in 1933.
Elon bleef betrokken bij zijn vaderland hoewel hij steeds meer gefrustreerd raakte door het gebrek aan vooruitgang in het vredesproces en de gang van zaken in de Israëlische politiek. In 2004 noemde hij die politiek zelfs ‘quasi-fascistisch’. ‘Er is hier niets veranderd in de laatste veertig jaar’, zei hij in een interview in 2004, ‘de problemen zijn precies hetzelfde gebleven. De oplossingen waren toen ook al bekend. Maar niemand schonk er aandacht aan. En ik merkte dat ik ze steeds bleef herhalen.’
Het Israël dat hij liefhad verdween steeds meer door de verstrengeling van politiek en religie en de nadruk op militaire daadkracht. In 2004 besloot hij zijn huis in Jeruzalem te verkopen en naar Toscane te verhuizen; een beslissing waarmee hij een nationaal debat op gang bracht in Israël over de betekenis van zijn vertrek. Elon gaf toe dat er ook in Italië het een en ander schortte aan het politieke proces, maar, zei hij, ‘in Italië lach ik erom, in Israël word ik boos’.
Door zijn vrijwillige ballingschap verdween hij langzaam uit het zicht in Israël, maar de betekenis van zijn werk was blijvend. De prominente Israëlische historicus Tom Segev beschouwde Elon als een pionier: ‘Hij vervulde een belangrijke rol in Israël, als een van de eersten die de maatschappij observeerde zonder een gevangene te zijn van de oude, nationale mythen.’ Daarmee bereidde Elon de weg voor een vrijer debat over de resultaten van het zionistische project. Dit leidde midden jaren tachtig tot de opkomst van de ‘nieuwe historici’, een verzamelnaam voor historici als Benny Morris, Avi Shlaim en ook Tom Segev zelf die traditionele veronderstellingen over de Israëlische geschiedenis in twijfel trokken, zoals bijvoorbeeld de Arabische onwil om vrede te sluiten. De ‘nieuwe historici’ verschilden in één belangrijk opzicht van hun voorganger. Terwijl veel van hun aanvallen op de traditionele geschiedschrijving waren gemotiveerd door een politieke agenda ging het Amos Elon slechts om neutrale waarneming.