De sloop van het Jan Swammerdam Instituut

Amsterdam geeft ‘t weg

De naderende sloop van het Jan Swammerdam Instituut in Amsterdam Oud-West laat weer eens zien hoe beroerd de hoofdstad omgaat met haar kunstenaars. Alles wat jong en creatief is, moet zijn heil maar elders zoeken.

Heel kleine mensjes, tot aan hun schouders in de vloer weggezakt. Zomaar opeens doemen de beeldhouwwerkjes op in een van de tentoonstellingsruimten van het Jan Swammerdam Instituut (JSI) in Amsterdam. Hier is kunst eetbaar, getuige de flinke hap die is genomen uit de enorme in cake uitgevoerde maquette van het JSI. Onschuldig geintje natuurlijk, die hap. Maar inmiddels staat het verdwenen brok cake symbool voor het noodlot dat het gebouw en zijn kunstenaars zal treffen: de totale sloop.

De deelraad van Amsterdam Oud-West stemde vorige week in met het vestigen van nieuwbouw op de plek aan de Eerste Constantijn Huygenstraat waar nu het JSI verrijst. Het enorme hoekige pand van zeven verdiepingen, gebouwd in de strakke functionalistische stijl van de jaren zestig, is reeds lang omstreden. Twee jaar geleden prijkte het op de negende plek van de lijst met lelijkste gebouwen in Amsterdam, samengesteld door lezers van Het Parool. Anderen, zoals architect Wim Crouwel, zweren juist bij de strakke lijnen en de onverwoestbare betonstructuur van het JSI. Het pand behoorde aan de Universiteit van Amsterdam, maar staat al jaren leeg.

Vorig jaar maart begon het doodse gebouw echter weer te leven. Terwijl de ene ontruimingsgolf na de andere Amsterdam teisterde, en menige gekraakte artiestenvrijplaats door de mobiele eenheid in handen werd geknuppeld van projectontwikkelaars — die op de overspannen huizenmarkt grof geld verdienen met het opsplitsen van grote loodsen in tientallen kleine appartementjes waar de veelverdienende stadselite graag duur voor betaalt — groeide het verfoeide «Swammerdam» uit tot een cultureel centrum. Jong, modern, laagdrempelig, fanatiek en veelbelovend. Zoals staatssecretaris Van der Ploeg en de Amsterdamse cultuurwethouder Saskia Bruines het graag zien, maar bijna nergens voor elkaar krijgen. Nu het «moderne» Stedelijk Museum is gedegradeerd tot het persoonlijke partycentrum van Rudi Fuchs, en vol hangt met dode kunstenaars, is Amsterdam hard toe aan een podium voor levende, vernieuwende beeldende kunst. En opeens was het er, alsof iemand op een vruchtbaar moment het juiste zaadje had geplant.

De opleving van het pand werd in gang gezet door de stichting SMART Project Space, een groep ondernemende kunstenaars die een podium willen bieden voor vernieuwende beeldende kunst. In het JSI richtten ze expositieruimten in waar zowel Nederlandse als buitenlandse kunstenaars hun werk vertonen. Op de eerste en tweede verdieping werden 48 ateliers gebouwd. Te huren tegen een zacht prijsje, maar pas na een zware ballotage: er wordt wel resultaat verwacht van het buitenkansje op goedkope werkruimte midden in de stad. Kunstenaars en publiek stroomden toe. Buurtbewoners zijn uitermate tevreden met de nieuwe levendigheid in de dooie hoek van Oud-West. Het culturele café-restaurant De Ruimte, gevestigd op de begane grond, zit avond aan avond stampvol kunstminnende dertigers. De Amsterdamse Kunstraad prees SMART, ex-minister van Cultuur Hedy d'Ancona maakte zich hard voor het behoud van pand en kunstproject, evenals wethouder Saskia Bruines. Officieel is het haar portefeuille niet, want het stadsdeel beslist, maar op persoonlijke titel wil Bruines wel kwijt het «ongelooflijk jammer» te vinden dat het zo ver gekomen is. «Wat daar gebeurt, is belangrijk voor de Amsterdamse kunsten.»

Maar de stadsdeelraad is onvermurwbaar: het pand moet gesloopt. En daarmee verliest Amsterdam voor de zoveelste keer sinds de Nieuwe Rijkdom halverwege het vorige decennium de stad overnam, een culturele «broedplaats» met betaalbare atelierruimte, culturele kruisbestuiving en expositiemogelijkheden.

Een stamgast van café De Ruimte is boos. De eigenaars kregen van het stadsdeel te horen dat de deuren al om middernacht dicht moeten. Volgens de politie had niemand geklaagd over overlast. «Er is in deze stad geen plek meer te vinden die niet-commercieel is en ongedwongen leuk. Er gebeurt niets meer, begrijp je?» zegt een stamgast. «Daarvoor zul je echt naar Rotterdam moeten, of Utrecht voor mijn part. In Amsterdam is het over.»

Inderdaad, het valt nauwelijks nog te ontkennen: de hoofdstad is tot sufheid vervallen. Jonge energie trekt de stad uit, gevestigde belangen stromen de stad in. De huur- en koopprijzen van hoofdstedelijke woon- en werkruimten zijn nauwelijks nog op te brengen voor creatievelingen die bezig zijn een bestaan op te bouwen. Sinds de ontruimingen van de Graansilo, het Vrieshuis en de Kalenderpanden zijn er rond het stadscentrum nauwelijks nog beginnende kunstenaars te vinden die zich een atelier kunnen veroorloven.

Nee, dan Rotterdam, waar veel kunstenaars noodgedwongen naartoe trekken. Niet alleen is de wachtlijst voor atelierruimte er aanmerkelijk korter (enkele tientallen wachtenden tegen meer dan duizend in Amsterdam), ook de sfeer is er een stuk prikkelender. Ontwerper Joep van Lieshout heeft laatst een heuse vrijstaat gesticht aan het einde van een havenpier. Het lijkt Amsterdam wel, dertig jaar geleden. Inmiddels heeft het stadsbestuur in de gaten dat er iets misloopt. Sinds kort is er een «Broedplaatsenfonds» waaruit de gemeente subsidies geeft aan kunstenaars die ze tevoren heeft laten ontruimen. Zo poogt ze nog iets te behouden van de creativiteit die ze in nauwe samenwerking met projectontwikkelaars om zeep helpt.

In de afbraak van het Swammerdam Instituut spelen dubieuze motieven een hoofdrol. Voor woningbouwvereniging Het Oosten — door het Rijk nauwlettend in de gaten gehouden wegens haar commercialiserende neigingen — is sloop van het JSI verbonden met een prestigeproject; eigenaar Mentrum voelt zich beledigd door de kunstenaars, en het stadsdeelraadbestuur wil hoe dan ook af van het door haar verfoeide gebouw.

De huidige eigenaar van het pand is Mentrum, het voormalige Psychiatrisch Ziekenhuis Amsterdam (PZA). Het huurcontract van het kunstenaarscollectief loopt eind deze maand af en heeft een opzegtermijn van twee maanden. Thomas Peutz, directeur van SMART Project Space, kreeg te horen dat de stichting stante pede het pand uit zou worden gezet als ze zich nog langer zou verzetten tegen de dreigende sloop. Bovendien diende SMART haar alternatieve plan, waaraan veel aandacht was besteed in de pers, terug te trekken.

In het plan van SMART zou het gebouw een permanent cultuurcentrum worden, vol ateliers, culturele bedrijfsruimte, filmzalen, expositieruimte en horecagelegenheden. Een centrum voor «alles wat jong, spannend en nieuw is». Het Filmmuseum, bioscoop in ruste Desmet en het Idfa toonden belangstelling. Door een doorgang te maken naar het erachter gelegen Wilhelmina Gasthuis-terrein waar veel kunstenaars actief zijn, zou de buurt genoeg potentieel hebben om uit te groeien tot het «Montmartre van Amsterdam», aldus SMART. Bovendien zouden naast en achter het pand voldoende mogelijkheden zijn om woningen te bouwen, terwijl ruimte bleef voor de psychiatrische kliniek van Mentrum. Op een inspraakavond bleek dat de buurt de plannen van SMART massaal steunde. Bovendien diende zich een geldschieter aan: «Letz», «Leuk en toch zinnig», waarin onder anderen Harry de Winter (IDTV) en Leon Ramakers (Mojo) zich verenigd hebben. Vijfentwintig miljoen legden ze op tafel, om het pand om te bouwen tot cultuurcentrum.

Maar het bod van Letz werd door Mentrum genegeerd. Is het de onwil om terug te komen op een vermoeiend besluitvormingsproces? Mentrum ontwikkelt immers al vanaf 1994 plannen voor het terrein met woningbouwvereniging Het Oosten. Die voorzien in sloop van het JSI, de bouw van een nieuw psychiatrisch ziekenhuis, kantoren en woningen — zowel koop als huur. Of gaat het om groot geld? Het Oosten zegt zo'n beetje honderd miljoen in het terrein te willen investeren. Hoewel de woningbouwvereniging niets zegt over de prijs die ze heeft betaald aan Mentrum heeft ze ongetwijfeld een stuk meer geboden dan waar Letz mee op de proppen kwam. Hoe dan ook, er werd een voorlopig koopcontract gesloten met Het Oosten, dat pas zou kunnen worden geëffectueerd als het stadsdeel Oud-West zijn fiat aan de bouw- en sloopplannen zou geven. «We zijn hier nu al zeven jaar mee bezig. Het wordt tijd dat we aan de slag gaan», zegt directeur projectontwikkeling Leo Versteijlen van Het Oosten.

Volgens Hans Buitelaar, lid van het Comité voor behoud van het Jan Swammerdam Instituut, heeft het stadsdeel het zich wel erg moeilijk gemaakt. Sinds SMART de mond is gesnoerd, heeft het Comité, bestaande uit buurtbewoners, kunstenaars en directeuren van culturele instellingen, de taak op zich genomen de buitenwacht te verwittigen van de heilloze sloopplannen. Buitelaar: «In de plannen van SMART is een lage uitbouw opgenomen aan het pand, zodat het aansluit op de stoep. Daardoor ziet het er een stuk minder onherbergzaam uit. Tot mijn verbazing ontdekte ik dat die verbouwing én de bestemming die SMART wilde geven aan het JSI naadloos aansloten op de nota Voorwaarden voor Herbestemming WG Oost uit 1999.»

«Kan best zijn», zeggen ze bij Het Oosten, «maar toen wij eenmaal een plan klaar hadden waarin het JSI nog steeds overeind stond, verzocht het stadsdeel ons nadrukkelijk met een alternatief te komen waarin het JSI was gesloopt. Van ons had het pand niet weg gehoeven.»

Volgens stadsdeelraadwethouder Hans Weevers is het JSI «een lelijk pokkegebouw» dat weg moet. Weevers: «Het Oosten was erg boos dat er een tegenplan van de kunstenaars kwam. Ze wilden dat het van tafel ging. Ik heb gezegd: laten we het plan aangrijpen om uiteindelijk te eindigen met iets moois waarin iedereen zich vinden kan. SMART is een aanwinst voor de buurt. Dus moeten ze wat ons betreft kunnen terugkeren in de nieuwbouw. We proberen een subsidie te regelen, zodat de huur voor SMART betaalbaar blijft.»

Het Oosten bevestigt «te studeren» op de terugkeer van SMART. Het scenario — let wel, er is nog niets toegezegd — wordt door zowel de stadsdeelraad als Het Oosten gebruikt als hét argument om de goede trouw aan de kunsten te tonen. Maar in feite drijven beide partijen simpelweg hun zin door: Weevers raakt verlost van het «pokkegebouw», Het Oosten krijgt een goudmijn in handen — vrijwel alle huur- en koophuizen die het er bouwt vallen in de vrije sector — en kan bovendien een prestigeproject ontwikkelen midden in de hoofdstad: superduurzame woningen die niet in de gebruikelijke vijftig jaar, maar in tweehonderd jaar worden afgeschreven.

«Het zou ontzettend veel geld schelen als het gebouw gewoon blijft staan», zegt Hans Buitelaar. «Iedereen kan dan zijn zin krijgen, en de opvang die Mentrum graag wil voor haar patiënten is nog veel sneller geregeld dan in haar eigen plannen. Als het gebouw verdwijnt, verdwijnt de broedplaats. Die kun je niet zomaar gesubsidieerd overplanten in steriele nieuwbouw.»

Als er al ruimte wordt gecreëerd voor kunstenaars in de nieuwbouw zal die gewoon de astronomische marktconforme huur moeten opbrengen. Om die te bekostigen zou SMART terecht moeten bij het Broedplaatsenfonds van de gemeente Amsterdam. Op deze manier gebeurt precies wat krakende kunstenaars eind vorig jaar al voorspelden: «Het Fonds Broedplaatsen dreigt een subsidiefonds te worden voor onroerend-goedeigenaren die op die manier de absurd hoge marktprijzen kunnen binnenhalen en toch, via de subsidie, een lagere huur kunnen vragen en daardoor wat aan kunst en cultuur kunnen doen (goed voor het imago).»

En terwijl Rotterdam zijn vrijstaat koestert, en de projectontwikkelaars hun handen dichtknijpen, suft Amsterdam lekker door. Niet gehinderd door zijn gedecimeerde en in slaap gesubsidieerde kunstscene.