Opheffer

Amsterdam wereldstad

Sommigen zeggen dat het door de euro komt. Maar ja, alles komt door de euro. Sommigen zeggen dat het door het warme weer komt.

Het is doodstil in Amsterdam. De lokale krant meldt dat Amsterdammers deze dagen de stad voor zichzelf hebben. Eindelijk rust.

In deze wereldstad kun je nu naar de kapper zonder afspraak. Bij de bakker maak je een praatje, met de mensen met wie je ook bij de groentenman een praatje maakte.

Het ruikt nergens naar urine en muffe mensen.

In onze straat worden bloembakken op de stoep gezet, met uitbundig bloeiende planten erin. En plantenbakken met uitbundig bloeiende bloemen erin. Aan de overkant hangt de buurman uit het raam, met bloot bovenlichaam. Hij vraagt hoe het met de poes is.

Op het plein onder de bomen spelen mannetjes jeu de boule.

In het weekend wordt het buurthuis omgetoverd in een bioscoop en zijn er twee verschillende films met Marilyn Monroe te zien.

De nozems hiernaast draaien keiharde rockmuziek.

Zaterdag houden ze op hun trapveldje brommerwedstrijden. Meisjes staan langs het parcours en kirren van plezier, vooral als hun verkering wint.

Overal traagheid.

Het leven speelt zich nauwelijks in de tegenwoordige tijd af. Vooruitgang is een loos begrip geworden, alle klokken te stokken.

In het kachelmuseum wordt de tentoonstelling Van klokkenspel tot bruidsjuwelen geopend met werk van de lokale schildersvereniging. De burgemeester, wiens vrouw ook de cursus Gemengde technieken, gemengde gevoelens heeft gevolgd, komt zelf een hartelijke toespraak houden, met grappen en grollen.

Auto’s stoppen voor oranje.

Breekbare dametjes op leeftijd worden over het zebrapad geleid.

Morgen braderie. Bij voldoende belangstelling.

Er is iemand aan de deur. Wie zal dat zijn?

Goed volk!

Oom Jaap komt oude schoenen ophalen voor de korfbalclub.

Over de brug, waar de mensen een beetje raar zijn, spelen kinderen op straat. Ze lachen, en joelen, en stralen van geluk.

De lucht is strakblauw. De wereld is zo klein dat je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Je hoeft niet ruimer te denken dan het einde van de straat.

Na een paar dagen begint de verveling.

De wereld is in slaap gevallen.

Als je de bakker binnenkomt, zwijgen de andere klanten opeens. De brommerwedstrijden worden nu gehouden rond het plein. Op opgevoerde scooters.

Een neo-retro-punk wordt op straat tegengehouden door zeven pubers. Ze rukken zijn pet van zijn hoofd en gooien die naar elkaar, trekken zijn zelfgemaakte geruite broek uit en trappen die in de modder. Ze rammen de jongen in elkaar en laten hem half bewusteloos achter in de tuin van een doorzonwoning.

«Je moet normaal doen, jij!» brult er één.

«Ja, jij moet normaal doen, jij!» brullen de anderen.

De bewoners van het huis kijken door een kier in het gordijn, zien wat er gebeurd is en trekken zich snel terug. Het gordijn gaat dicht, even later dooft het licht.

Op de kermis is iedereen dronken. Twee meisjes worden aangerand door de zoons van de smid.

Het huis van een Turkse familie wordt in brand gestoken.

Eigenlijk ziet iedereen er hetzelfde uit.

Oom Jaap belt weer aan en zegt dat we echt moeten meedoen met het barbecuefeest dat onze straat gezamenlijk heeft georganiseerd.

Echt moeten, bedoelt hij.

We zijn vegetarisch, dus een barbecuefeest…

Wat zijn dat voor rare stadse fratsen? Eet toch gewoon lekker mee! Oom Jaap klinkt verbeten.

Uiteindelijk komen ze je halen. Met hooivorken en knuppels.

Amsterdam werelddorp.