Amsterdammertje klein amsterdams etymologisch woordenboek

Amsterdammer (znw m -s) Inwoner van Amsterdam. Man uit Amsterdam, anders Amsterdamse.
Amsterdammer (znw m) Beurtschip dat voer over de binnenwateren tussen Amsterdam en een andere stad, volgens een vaste dienstregeling. De beurtschipper die op Amsterdam voer, werd zelf overigens ook Amsterdammer genoemd.

Amsterdammer (znw m) Wat in 1868 was begonnen als weekblad, groeide (o.l.v. J. de Koo) uit tot een dagblad met ochtend- en avondeditie. Van 1882 tot 1895 nam de krant een leidende positie in wat betreft de vernatuurlijking van het journalistieke taalgebruik. Dat de krant daarna weer wekelijks uitkwam, was voornamelijk een gevolg van financieel wanbeheer. De Koo zou later verbonden zijn aan het in 1877 opgerichte Weekblad voor Handel, Industrie en Kunst: De Groene Amsterdammer.
Amsterdammer (znw m) Amandelgebak in twee prijsklassen. Zeer voordelig met bonen en amandelessence; prijziger in ‘banketbakkerskwaliteit’. Het uiterlijk is vrijwel hetzelfde: doorsnede van circa vijfeneenhalve centimeter, twee centimeter hoog en bovenop voorzien van een halve amandel.
Amsterdammer (znw m) Conisch bierglas met een inhoud van 0,3 liter. Ook bekend als: strakke, rechte, gouden koets, gildeglas, vaasje, emmertje of gewoonweg een grote bier. De naam is lang niet zo oud als het glas zelf, en moet zo'n vijftien jaar geleden zijn opgekomen buiten de stad. Langzaam maar zeker raakt het nu ook in Amsterdam ingeburgerd, al zullen weinig echte Amsterdammers het woord in de mond nemen. De kastelein van cafe Oporto weet waarom het glas 'Amsterdammer’ wordt genoemd: 'Omdat het de vorm heeft van een omgekeerd Amsterdams paaltje.’
Nationale biertapwedstrijden worden gehouden met dit rechte bierglas. 'Het is een robuust en eerlijk glas’, zegt men bij het Centraal Brouwerijkantoor. 'Niet elke kastelein is gewend ermee te werken maar de echte fanatiekelingen kopen ze zelf en oefenen dan op het werk.’ Ben ter Holter in Het kroegenboek: 'Die andere modellen, daar gaat minder bier in en meer schuim. Daarom zijn die misschien meer in zwang. Toch drinkt een vaasje het lekkerst.’
Er valt met de inhoud van de glazen te goochelen: in een traditioneel bierglas - tulp of stapelglas - past even veel als in een fluitje, maar een fluitje is meestal een kwartje goedkoper. Uit de Amsterdammer valt daarentegen, afgezien van de bierkraag, zeker twee slokken bier meer te halen dan uit de tulp, terwijl de Amsterdammer in de regel even duur is als het gewone glas.
Amsterdammer (znw m) In de Rotterdamse haven wordt deze term gebruikt voor verschillende zaken. Het is de naam voor de opkorting in het touw waarmee de hap uit het ruim omhoog moet. Ook is een Amsterdammer een hijsvracht die uit de strop valt. De schade daarvan kan ernorm zijn; het is hier dus bepaald geen positief begrip.
Amsterdammertje (znw o) Zeventiende- eeuws schenkkannetje. Lijkt op het Jacobakannetje waarin vaak nog de duimafdrukken van de maker te vinden zijn. Veel van deze schenkkannetjes werden gevonden bij het dempen van een aantal grachten in de vorige eeuw.
Amsterdammertje (znw o) Wijde, zeer korte, aalfuik (circa vijftig centimeter).
Amsterdammertje (znw o) Conische stalen trottoirpaal, bedoeld om het foutparkeren tegen te gaan. Oorspronkelijk werden de, toen nog veel langere, palen op de hoek van een gevel geplaatst om te voorkomen dat de gebouwen te lijden hadden van het verkeer in de smalle Amsterdamse straten. Aangenomen wordt dat deze negentiende-eeuwse schamppalen werden vervaardigd uit afgedankte lopen van een scheepskanon. De loop werd ingegraven en gevuld met zand, bovenop kwam een kanonskogel.
Naar aanleiding van de verkeersoverlast rond het Leidseplein is de gemeente begin jaren zeventig begonnen met het plaatsen van Amsterdammertjes, toen nog van gietijzer, zeventig kilo per stuk. NRC-redacteur Dick van de Pol: 'Ze deden hun werk voortreffelijk: de parkeeroverlast verplaatste zich onmiddellijk naar de aanpalende Weteringbuurt. Hier moesten dus al spoedig ook paaltjes worden opgericht - en daarmee was de grondslag gelegd voor een opmars die zich in de daaropvolgende jaren over heel Nederland zou gaan uitstrekken.’ Het paaltje is inderdaad, onder een andere naam, geverfd in een andere kleur en soms voorzien van het eigen wapen (Leiden heeft sleuteltjes en Den Haag een ooievaar) in veel Nederlandse steden in gebruik genomen. Het paaltje met de drie Andreaskruisjes, het echte Amsterdammertje, staat alleen in Amsterdam - hoewel ook Willemstad op Curacao ze heeft besteld en veel ex-Amsterdammers in Almere, Lelystad en Purmerend de antiparkeerpaal als aandenken aan de hoofdstad in hun tuin hebben staan.
Ondanks het feit dat de paaltjes geheel rechtmatig voor f150,- bij de dienst Stedelijk Beheer kunnen worden verkregen, is het traditie geworden het Amsterdamse straatmeubilair ongevraagd mee te nemen. Zo verdween dit jaar ook een, in beton bevestigd, urinoir van het Spui. Minder problemen heeft de dienst met de creativiteit die de Amsterdammers op de paaltjes botvieren. Niet alleen de kleur is onderhevig aan de voorkeur van de buurtbewoners of de nationaliteit van een aanpalend restaurant, ook de vorm valt te manipuleren tot terrastafel dan wel plantenbak. De eerste paaltjes met de mogelijkheid een fiets te bevestigen zijn al gesignaleerd.
Het Amsterdamse paaltje wordt zowel geloofd als verguisd. Er zijn chocolade Amsterdammertjes op de markt, dasspelden, theelepeltje en sleutelhangers. Cafe Karpershoek pronkt al jaren met een levensgrote, verchroomde biertap in de vorm van het antiparkeerpaaltje. Anderzijds is er natuurlijk de automobilist, wiens mening op poetische wijze door Nico Scheepmaker is verwoord: 'De Amsterdammertjes van Amsterdam…/ De allermooiste stad van Moeder Aarde/ staat dankzij al die paaltjes stijf en stram/ als binnen het korset van een bejaarde./ De Amsterdammertjes van Amsterdam,/ zij zijn op hun manier zowaar nog sexy,/ zoals zij op de stoep met veel gedram,/ te koop staan met hun eeuwige erectie/ (…) De Amsterdammertjes van Amsterdam,/ we moeten honderdduizendvoudig heien/ en al die paaltjes, in memoriam,/ de bodem van de hoofdstad in rammeien!’
Aanschaf en onderhoud van de ruim zestigduizend in de stad geplaatste Amsterdammertjes vormen een flinke post op de Amsterdamse begroting. Om alle omgereden paaltjes weer recht te zetten of te vervangen, heeft de gemeente zes mensen full-time in dienst. Door een ander type paaltje in gebruik te nemen, hoopt de dienst Ruimtelijke Ordening het bedrag van 1,1 miljoen - voor alleen het onderhoud - omlaag te brengen. Op de oude grachten zullen de authentieke Amsterdammertjes blijven staan, maar elders in de stad wordt geexperimenteerd met andere manieren om de auto van het trottoir te weren: in de Kinkerstraat met grote blauwe bollen, op het Damrak en Rokin met kunstzinnige Damrakkertjes en op een aantal bruggen zorgt een holle band voor een verhoogd trottoir, waar geen auto op kan.
Amsterdammertje (znw o) Houten hangklok met een lange slinger. Deze wandklokken worden gemaakt sinds 1700.
Amsterdammertje (znw o) Laatste, onvolledige, borrel uit de jeneverfles. Dit restje mag gratis worden opgedronken voor de barman een nieuwe fles heeft geopend, de tuit erop en de borrel heeft bijgevuld. Het is dan ook traditie het Amsterdammertje in een teug weg te klokken.
'Het wel of niet schenken van een Amsterdammertje blijft een soepel, vriendelijk gevecht tussen de klant en de kastelein. Het heeft zich ontwikkeld tot een soort gimmick onder de oude kroegtypes’, zegt kroegspecialist Ben ten Holter. 'Het zijn de fervente borrelaars die daar oog voor hebben: die zitten met een aantal mensen aan de jenever en vroeg of laat komt er dan een Amsterdammertje bovendrijven. Het gekke is dat het alleen voor jenever geldt. Met ander gedestilleerd kan het wel bij wijze van grap gebeuren maar het is geen gewoonte.’
Buiten de hoofdstad noemt men een dergelijk bodempje een kasteleintje, in Rotterdam een Rotterdammertje of men kent het gebruik simpelweg niet. Volgens Johan van cafe De Snier (ook wel In de Vergulde Zweetsok) is de echte traditie verdwenen met de intrede van de glazen jeneverfles: 'Oorspronkelijk waren jeneverkruiken van keramiek. Dan kon je dus niet zien hoe veel er nog in zat. Nu kan je hem aan zien komen, toen was het een gelukstreffer.’
Amsterdammertje (znw o) Goudse kaas met een gewicht van zes kilo.
Amsterdammertje, Het (znw o) Advertentieblad. Dit gratis huis-aan-huisblad heeft bestaan van 1903 tot 1904.