Kunst

Amsterdams licht

Beeldende kunst: Locatie Amsterdam bij Galerie Petit

Kris Spinhoven schildert het uitzicht vanaf het dak van haar huis in de Amsterdamse Suikerbakkersteeg als een gestapeld stilleven. Bovenkanten van gebouwen liggen als doosjes naast en achter elkaar. Er staan hekken op en schoorstenen. Als roemers in de schilderijen van Pieter Claesz reflecteren dakramen het zonlicht. De torens van de Oude Kerk en de Beurs van Berlage staan er als flessen tussen. Momenteel zijn acht van deze kleine stillevens bij Galerie Petit te zien op een expositie van Amsterdamse stadsgezichten. Alle tien de deelnemers aan de tentoonstelling zetten eeuwenoude schilderkunstige tradities voort door te tekenen en schilderen wat ze zien, maar geen van allen kijken ze met een nostalgische blik. De hectiek van de moderne stad is gretig waargenomen. Joanna Quispel maakte bijvoorbeeld kleine pasteltekeningen van de bouwput bij het Centraal Station. In een Rubens achtige staande compositie slingert een zandpad tussen containers, een hijskraantje en fel oranje bouwzeil door naar de achtergrond, waar onder een blauwe lucht het stadscentrum ligt, de Nicolaaskerk voorop. Elders suggereert Quispel koele schaduwpartijen zo overtuigend dat je begrijpt waarom iedereen daar zijn auto heeft geparkeerd.

De meeste exposanten hebben de zeventiende-eeuwse gevels en grachten van Breitner, Witsen en de Amerikaanse toeristen gemeden. In plaats van naar het geijkte beeld van Amsterdam lijken ze gezocht te hebben naar het typische, vochtige licht dat alles in de stad met elkaar verbindt. De buitenlucht hangt in bijna alle tentoongestelde werken. Er komt kou van het door Quispel getekende IJ. In de verte liggen het Shell gebouw en de Silodam in heiig licht. Herfstlicht schittert in het water van de Singel. In een tweede reeks uitzichten van Kris Spinhoven, waarvoor zij haar blik naar beneden richtte, werpen gevels schaduwen op andere gevels en valt het licht op de roze bloesem of de oranje herfstbladeren in een binnentuin. De beschenen muren zijn warm, de beschenen daken zelfs gloeiend heet. En er zit lucht tussen de panden. Spinhoven weet in deze volgebouwde stadsgezichten eenzelfde suggestie van peilloze diepte te wekken als in haar Franse berglandschappen.

Bert Osinga schilderde het harde licht op de pannendaken in de Vogelbuurt en Tuindorp Oostzaan. Zijn schilderijen herinneren aan het werk van Edward Hopper, zij het dat Osinga minder langdurig en bedachtzaam stileert. Hij laat zich meer dan Hopper door de werkelijkheid verrassen en geeft haar rauwer weer. Net als Spinhoven, die twee uitzichten bij avond exposeert, liet Osinga zich niet door invallende duisternis ontmoedigen. Als het donker wordt, gaat in zijn schilderijen het kunstlicht aan. Het Kolhoff gebouw ziet eruit als een adventskalender, met achter ieder raam een ander lamplicht, al dan niet door dunne of dikke gordijnen gefilterd.

De volgende ochtend schijnt de zon weer op het water van de Prinsengracht, dat Janneke Tangelder schilderde vanuit haar atelierboot. Op de ruiten van de Hortus Botanicus, vastgelegd door Theo de Feyter. En op de wolken boven de stad, in de gouaches die Wendelien Schönfeld maakte op de bovenste verdieping van een flat aan het Nassauplein. Ze schilderde het uitzicht naar alle kanten, op heldere dagen, als ze ver kon kijken in zowel de lucht als het landschap van daken en torens. Alex Verduijn den Boer heeft een voorkeur voor het filmische licht voor of na een regenbui, en voor bijpassende onderwerpen. Sloopauto’s en bouwkeetjes in hoog onkruid. Opgelapte golfplaten loodsen achter vernield hekwerk. Onduidelijke bedrijfjes en opslagplaatsen aan de rand van de stad, die dramatisch worden aangelicht onder donkergrijze luchten. Want de meest haveloze plekken van Amsterdam zijn mooi zolang de zon erop schijnt.

Tot en met 2 maart bij Petit, Nieuwe zijds Voorburgwal 270, Amsterdam, en op www.nul20.nl. Van 19 tot en met 23 januari is de galerie gesloten