Anachronisme in de achtertuin

Zelfs voor dominee Ian Paisley was het teveel. Het levend verbranden van drie broertjes, zei hij aangeslagen, moest worden veroordeeld. Maar aan de vooravond van de begrafenis bulderde Paisley alweer naar de vermoeide mannen van de RUC (de politie van Ulster) dat ze door te schieten op ‘broeders’ zondigden en hun geweren en hun plastic kogels dienden weg te werpen. De presbyteriaanse dominee en de uit protestanten gerecruteerde politietroepen vormden slechts twee van de dozijnen anachronismen in Noord-Ierland. Families worden uit hun huizen gejaagd omdat ze het verkeerde geloof belijden. Kerken worden in brand gestoken. Binnen vier weken worden 2500 parades gehouden. Mannen getooid met oranje sjerpen, met bolhoeden en gekleed in zwarte, veelal te nauwe kostuums, lopen zo stram als ze kunnen achter toeters en trommels. Elke mars moet per se door een katholieke straat gaan. Een straat in Noord-Ierland is nu eenmaal ofwel katholiek ofwel protestants.

Maar was er dan niet, nog maar luttele weken geleden, die Goede Vrijdag? Met dat ‘vredesverdrag’, moeizaam tot stand gekomen maar inhoudend de belofte voor een mildere toekomst? Wel, de sceptici hebben nu reeds gelijk gekregen. Geen enkel vredesverdrag namelijk, hoe ingenieus ook in elkaar geknutseld, kan het verleden wissen of de werkelijkheid ontmantelen. Een basiselement binnen die werkelijkheid is dat de protestanten van Ulster geen Ieren zijn. Het zijn Schotse immigranten, presbyterianen, gelovend in een rechtvaardige, maar zonodig geselende God. En zij, de Schotse immigranten, zijn honderden jaren geleden gebotst op de autochtone bevolking: echte Ieren. De echte Ieren vormden in dat noorden een minderheid; de presbyterianen - vreemdelingen op het eiland - behandelden die Ieren honderden jaren achtereen als slaven. Eigenlijk een klassiek koloniaal plaatje. De autochtone (echte) Ieren voeren nu hun vrijheidsstrijd; de Schotse immigranten, heersers tot nu toe, pogen krampachtig hun status te behouden. Maar ze ondergaan het lot van alle slechte kolonisatoren.
En slechte heersers waren ze en proberen ze nog te zijn. Nog steeds - het zij nog eens herhaald - is de katholiek in Ulster een tweederangs burger. Nog maar een kwart eeuw geleden, bij het begin van de troubles, was hij verstoken van alle elementaire democratische rechten, stond geen enkel ambt binnen de bureaucratie voor hem open, was hij gedoemd het allernederigste werk te verrichten, kon hij niet dienen bij de politie.
Maar thans: de Ieren van Ulster (de katholieken dus) zijn op weg naar hun echte vaderland, de Ierse republiek. Ze krijgen meer kinderen dan de protestanten, straks vormen ze een meerderheid. En, is op die Goede Vrijdag op perkament beschreven, per referendum zal worden beslist over de aansluiting.
Het volstrekt onbegrijpelijke is - maar het hoort bij het anachronisme - dat de presbyterianen lijden aan historische en actuele blindheid. Het recht dat ze elk jaar weer tot in het absoluut ridicule opeisen, te mogen marcheren door katholieke straten, is gecondenseerde absurditeit. Niets heeft dat marcheren te maken met 'het recht op vrije doorgang over des konings wegen’. Wel alles met het, telkens weer en uiterlijk tragikomisch, onderstrepen van hun macht. Tanende macht, maar dat willen of kunnen ze niet inzien. De echte Ieren, de 'nationalisten’, accepteren de jaarlijkse vernederingen niet meer. En zo is in Ulster het eindspel met de nu al vaststaande uitslag aan de gang. De opsplitsing van het Ierse eiland, een historische maar destijds moeilijk te voorkomen vergissing uit de jaren twintig, zal ongedaan worden gemaakt.
De prangende vraag is of de hobbelroute naar de unificatie kan worden afgelegd zonder wapengeweld. Het meest opmerkelijke fenomeen van de afgelopen weken, met zijn sectarische moorden, zijn brandende katholieke kerken, is dat de IRA, het Ierse Geheime Leger, niet heeft gereageerd op de protestantse provocatie. Of… nóg niet. Duidelijk is, maar dat was al bekend, dat de discipline bij de katholieke 'vrijheidsstrijders’ (terroristen volgens de protestanten) groter is dan onder de protestantse paramilitairen. Intussen zullen we voorlopig nog verder moeten leven met het Noord-Ierse anachronisme met zijn etnische zuiveringen in onze eigen achtertuin. En met de uitspraak van die dominee Paisley: dat hij en de zijnen zonodig te vuur en te zwaard de knechting binnen een vijandige staat (de Ierse republiek dus) zullen blokkeren.
Paisley meent het.