Ger Groot

Ander

«Gedurende vijftig jaar zijn de westerse joden beschermd geweest door het schild van het nazisme.» Je moet zo’n zin durven opschrijven, maar Alain Finkielkraut weet dat hij, zelf van joodse afkomst en geharnast verdediger van Israël, niet snel zal worden misverstaan. Voor alle duidelijkheid citeert hij toch maar even de Franse schrijver Georges Bernanos: Hitler heeft het antisemitisme voorgoed in diskrediet gebracht. Dat «voorgoed» staat er in de openingszinnen van het zojuist verschenen schotschrift Au nom de l’Autre (Gallimard) niet bij. Finkielkraut ziet een nieuw antisemitisme opkomen dat hij in krap dertig bladzijden duidt en aanvalt, met alle heftigheid waarover de publieke filosoof beschikt.

De eerste mei 2002 vormde misschien het springende punt. Le Pen had zojuist de eerste ronde van de presidentsverkiezingen overleefd en heel links Frankrijk ging de straat op in de meest massale 1-meibetoging sinds jaren. Maar Finkielkrauts gevoelens zijn gemengd. Het grootste gevaar voor de joden komt niet meer van extreem rechts, zo constateert hij, maar van wie die dag in de straten scanderen: «Nooit meer Auschwitz».

Je moet opnieuw durven met zo’n paradox. De jood die na de Tweede Wereldoorlog «nooit meer» geslachtofferd mocht worden, werd gaandeweg iedere «Ander» die zich onderscheidde van de bevolkingsmeerderheid en nam zo vanzelf de gestalte aan van de immigrant, aldus Finkielkraut. En immigranten hebben het, in hun islamitische gedaante, niet zo op joden.

Zo maakte het politiek fatsoen onwillekeurig een volte-face en werd de Endlösung opnieuw een antisemitisch wapen, nu in de humanistische travestie van het respect voor wie «anders» is. Dat gebeurde niet alleen op het binnenlandse vlak. Internationaal ligt de staat Israël en zijn Palestijnse politiek, aldus nog steeds Finkielkraut, onder vuur als niets minder dan een herleving van het nazisme. Wrang als dat is, volgt het moeiteloos uit de categorische imperatief van de weldenkenden: altijd te spreken uit naam van de Ander.

Dat klinkt vreemd uit de mond van de medeoprichter van het Instituut voor Lévinas-studies. Als er één woord in het denken van Lévinas centraal staat, dan is het wel «de ander», wiens gelaat een onherroepelijk moreel gebod belichaamt. De ander gezegt mij, aldus Lévinas, en pas daarmee worden wij morele wezens.

Vooral in Nederland heeft Lévinas daarmee een bijna onaantastbaar aanzien gekregen. Maar politiek pakt dat voor Israël nogal pijnlijk uit. Wanneer het land moreel de maat genomen wordt, schiet het in dat hoge ideaal schromelijk te kort. Dat de Palestijnse tegenstanders niet veel beter zijn, kan voor dit absolute gebod geen excuus zijn. Finkielkraut gooit het dan ook over een andere boeg. Eerherstel voor het vijandschap moet de impasse in het Midden-Oosten doorbreken. Want wie morele maatstaven aanlegt, is altijd een maximalist. Tegenover de aanspraken van de Ander schiet ieder te kort; dat zeer christelijke schuld-idee is ook bij Lévinas nog springlevend. Maar wie de politieke categorieën van vriend en vijand hanteert, vindt altijd wel een compromis.

Misschien heeft Finkielkraut gelijk, al toont hij zich daarmee, ironisch genoeg, een verzwegen volgeling van de politieke denker Carl Schmitt, die zich diepgaand met het nazi-regime compromitteerde. Zeker is dat gelijk niet, want wie de moraal weert uit de politiek houdt slechts pragmatische drijfveren over. En waarom zou men dan het compromis verkiezen boven een Endlösung, wanneer die laatste uitvoerbaar lijkt?

Maar het morele ligt niet alleen aan het einde van de politiek, het ligt er in het Midden-Oosten ook aan het begin van. Meer dan enige staat is Israël gegrondvest op motieven van schuld en boete. Zonder dit ironische «schild van Hitler» zou de haar omringende vijandschap niet zijn ingetoomd door het ontzag voor een onaantastbaar symbool van goed en kwaad in Europa en vooral Amerika — eens te meer bevestigd in haar eigen gerechtigheid door deze open wond van Europese schuld.

Israël is een morele natie en daarom is het conflict in het Midden-Oosten politiek bijna onoplosbaar. Die double-bind bedreigt mondiaal de verhouding tussen joden en niet-joden maar vormt tegelijk de redding van het land. Over de religieuze «Ander» en de rol van de godsdienst is dan nog niet eens gesproken.

Alain Finkielkraut houdt vrijdag 26 september in de Rode Hoed in Amsterdam de jaarlijkse Thomas More-lezing onder de titel The Ambiguities of Democracy (aanvang 14.30 uur)