Andermaal diekstra

Bij de post zat een kaartje waarin ik werd uitgenodigd het jubileum van de Geassocieerde Pers Diensten (GPD) mee te vieren. ‘Niet alleen is het 60 jaar geleden dat de GPD werd opgericht, het is bovendien tien jaar geleden dat de eerste column van de Leidse hoogleraar psychologie Rene Diekstra in de GPD-kranten verscheen.’ De inleidende woorden worden gesproken door Ivo de Wijs. Na afloop van de plechtigheid wordt Diekstra’s nieuwste boek gepresenteerd.

Dat zou wel eens een merkwaardige bijeenkomst kunnen worden.
Inmiddels is de zaak- Diekstra zijn tweede fase ingegaan, die van de tegenaanval. Paginavullend in diezelfde GPD-bladen, via een vraaggesprek en een particuliere beschouwing van de in ongerede geraakte hoogleraar. Hij wordt door zijn kranten breeduit (‘Jaloerse collega’s blazen foutje Diekstra op tot plagiaat’) in bescherming genomen. Zelf las Diekstra, schrijft hij, het slechte nieuws in het Algemeen Dagblad, op het vliegveld in de Verenigde Staten, waarna zijn hart 'een enorme huppel’ maakte. Hij rukte zijn bril van het hoofd om herkenning te voorkomen en begon God de Va der om niets meer of minder dan een vliegramp te smeken. 'Met mijn gedachten probeer ik motoren te laten ontploffen en vleugels af te breken.’ Wat mij nogal onaardig tegenover de medepassagiers leek.
Na eerst nog even zelfmoord te hebben overwogen - Diekstra laat geen detail ongenoemd - begon er 'een stroom van enorme woede’ in hem op te borrelen, woede 'op de wereld die toestaat dat dit soort dingen gebeuren, dat mensen andere mensen aan de schandpaal nagelen zonder ze eerst gehoord te hebben’. Wat zijn dat voor een sentimentele en bovenal onwaarachtige praatjes? Eerst heeft Diekstra zich dagenlang achter de rokken van zijn schoonmoeder verscholen, en uiteindelijk heeft hij zich telefonisch drie kwartier tegen Vrij Nederland, dat de zaak heeft aangezwengeld, kunnen verweren.
Diekstra is, zegt hij, onschuldig. Het is enkel en alleen een kwestie van een zoekgeraakte fax. Laten wij ons de bovenmenselijke inspanning getroosten hem een moment te geloven. Als hij werkelijk onschuldig is, waarom is hij dan zo spectaculair door de knieen gegaan voor de schrijver van het Amerikaanse boek waaraan hij dertien volle pagina’s ontleende? In vergelijkbare gevallen is volstaan met een excuusbrief en een bronvermelding in een latere druk. Bovendien is Diekstra akkoord gegaan met het betalen van een bedrag van 10.000 dollar, heeft hij beloofd een Nederlandse vertaling van het Amerikaanse boek op de markt te zullen brengen, verrijkt met eigenhandig aangedragen Nederlands materiaal, zal hij een mea culpa afdrukken in de volgende druk van zijn boek Het onderste boven, en zal hij in zijn gelijknamige tv-programma reclame maken voor de vertaling van zijn Amerikaanse collega’s. 'Het gaat toch uiteindelijk om het uitdragen van informatie’, sprak Diekstra vroom. M'n zolen: in werkelijkheid is het een en al schuldbekentenis, ik kan er niets anders in lezen.
'Hiermee wordt de kwestie waarschijnlijk afgedaan’, voorspelt het Leidse universiteitsblad Mare. Laat ik mij op mijn beurt aan een voorspelling wagen. Vandaag is iedereen nog boos. Morgen begint men medelijden te krijgen met Diekstra. Overmorgen is weer iedereen boos - nu op diegenen die het hebben gewaagd om plagiaat plagiaat te noemen.