Anders gaan denken

Het spijt me heel erg, maar ik word vluchtelingenkunst moe. Tentoonstellingen in het Stedelijk over vluchtelingen, literaire geschriften over vluchtelingen, balletvoorstellingen over vluchtelingen, toneelvoorstellingen over vluchtelingen – het zal allemaal prachtig en ontroerend zijn, en heel nuttig ook, maar persoonlijk krijg ik steeds meer een hekel aan kunst met een duidelijke boodschap.

Ik zal niet ontkennen dat ik wat aan de rechterkant van het politieke spectrum zit. (Hoewel…) Maar ik durf domweg niet meer het museum in, omdat ik me er niet welkom voel. Ik denk verkeerd. Of ik ben er juist welkom omdat men mij op andere gedachten wil brengen, wat ik ook oncomfortabel vind. Ik wil wel dat mijn gedachten gekeerd, gedraaid en door elkaar gehusseld worden, maar hoe dat precies moet, weet ik ook niet precies. In ieder geval niet door de juiste boodschap te verkondigen. Ik denk dat ‘stijl’ hiermee alles van doen heeft.

Bestaat er kunst waardoor je anders gaat denken?

Ik zou het vreemd vinden als iemand zei: ‘Ik stemde VVD, maar door een boek van Theun de Vries ben ik SP gaan stemmen.’ Ik noem expres Theun de Vries want hij was bekend om zijn sociale romans; z’n betrokkenheid droop van elke bladzijde. Hij zat nog voor de CPN in de gemeenteraad van Amsterdam. Hij wordt niet meer gelezen. Zijn boeken, als je ze nu leest, zijn gedateerd. Ondraaglijk saai. Stijl en actualiteit hebben blijkbaar iets met elkaar te maken, want er was een tijd dat men zijn geschriften verslond. Toch durf ik de stelling aan dat boodschap en stijl elkaar slecht verdragen wanneer de boodschap belangrijker wordt geacht dan de stijl. Daarom zijn filosofen – op een paar na – altijd slechte schrijvers. De juiste boodschap – wie weet wat dat is – rechtvaardigt nooit dat de stijl slecht is.

Een slim regisseur kan van elke sukkel een held maken en andersom

Zou je een goede roman kunnen schrijven waarin je betoogt dat negers lui en dom zijn? Nee, want dat is ook een boodschap. Maar als dat niet de boodschap is, en je voert luie en domme zwarte mannen en vrouwen op, dan zou dat best een goede roman kunnen zijn. Je kunt het verschrikkelijk vinden, maar het boek kan hoge literatuur zijn. Ik weet zo gauw geen voorbeeld, op De koopman van Venetië na, wat je rustig een antisemitisch geschrift van Shakespeare zou kunnen noemen. Dat is meesterlijk. En een slim regisseur kan er een anti-antisemitisch stuk van maken. Een slim regisseur kan van elke sukkel een held maken en andersom.

Zonder moeite lukt het me een lezing te houden waarin ik betoog dat Reve een racist is, en een lezing waarin ik uitleg dat hij het juist niet is. In beide lezingen blijft hij de beste schrijver die ik ken. Dat komt door zijn stijl.

Engagement betekent niet altijd links engagement; Thierry Baudet is net zo betrokken bij de samenleving als de voorzitter van Antifa. Een betrokken inhoud is niets meer dan een kleur op het palet. Wie ooit, zoals ik onlangs, in het Museum van de negentiende eeuw in Brussel, een tentoonstelling heeft bezocht met sociaal-realistische schilderijen zal gemerkt hebben dat er maar een paar schilderijen bovenuit stijgen; door de tijd is het belang van de boodschap getemperd en is het daadwerkelijk artistieke een rol gaan spelen. In 1972 was ik in Moskou en zag overal die ‘revolutionaire’ schilderijen. ‘Het goede’ en ‘goede mensen’ waren steevast het onderwerp. Het was één en al positiviteit.

Je kreeg een groot verlangen naar verdorvenheid, wat trouwens meer het regime zou hebben getypeerd. Hetzelfde geldt voor de kunst in nazi-Duitsland. Schitterende techniek werd vaak ingezet om behaagzucht te verbeelden waardoor, achteraf, de kitsch alleen maar doodsverlangen uitdrukte.

Heus, ik probeer oprecht te redeneren vanuit de minst bedeelden, maar open me de ogen door artisticiteit en niet door politiek gedram.