Voorzitter Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

André Knottnerus

Het antwoord op de vraag wat het belangrijkste sociale vraagstuk is waarmee wij in deze tijd te maken hebben hangt af van het perspectief dat je kiest. Kijk je wereldwijd of heb je het over de situatie in de westerse landen? Gaat het om het verkleinen van verschillen of juist om het maximaal inzetten op onderscheid en maatwerk? Of hangen al deze vragen samen?

Wereldwijd vind ik het belangrijkste vraagstuk, nog steeds, de aanzienlijke ongelijkheid in kansen, middelen, en kwaliteit van het bestaan, vooral op mondiale schaal. Maar ook binnen de westerse landen, met name in de grote steden, bestaan nog grote verschillen.

Hoewel er in het verre oosten en Zuid-Amerika belangrijke vooruitgang is geboekt, is de situatie in met name sub-Sahara Africa niet veel beter geworden. In een aantal opzichten is de toestand in de wereld zelfs schrijnender, zeker als men de aanzienlijke verschillen tussen de laagste en hoogste inkomens, in beschikbaarheid van gezond voedsel, in gezonde levensverwachting, en in kwaliteit van het leefmilieu afzet tegen de inmiddels ruim beschikbare expertise en middelen om beter te verdelen, op te leiden, te zorgen en te voeden. Inmiddels is de wereldwijde mediazichtbaarheid hiervan groter dan ooit. Daarmee groeit ook de druk en hopelijk de kans op versnelde verandering. Die is nodig uit een oogpunt van rechtvaardigheid, maar ook in aller eigenbelang: verkleining van verschillen is een voorwaarde om de spanningen in de wereld te verminderen, en om wereldwijde participatie aan sociaaleconomische ontwikkeling en duurzame oplossingen te bevorderen. Hiervoor is wel een nieuwe aanpak nodig (WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie. Ontwikkelingshulp die verschil maakt (2010).

Zoals gezegd is er ook binnen de westerse landen nog grote sociale ongelijkheid. De mondige burger anno nu accepteert dit steeds minder, en dat is een belangrijke driver van vooruitgang. Het serieus aanvatten van grote verschillen is essentieel, qua kansen (bijvoorbeeld in opleiding, zo zijn er in Nederland nog zo'n 1,5 miljoen laaggeletterden), toekomstperspectief, en harde parameters als (gezonde) levensverwachting (die bijvoorbeeld bij de verhoging van de AOW-leeftijd een volstrekt andere startpositie oplevert). Hier in gebreke blijven kan extra voeding geven aan nieuwe vormen van tweedeling, bijvoorbeeld in de omgang met andere culturen en de wereld om ons heen. Ook geloofwaardig leiderschap is medebepalend, denk aan de bonussendiscussie.

Het volgen van deze lijnen kan ook het omgaan met schaarste en crises in minder controversieel vaarwater brengen. Ook een sterkere inzet op innovatie kan daarbij niet gemist worden. Hierbij is schaarste aan menskracht soms klemmender dan schaarste aan geld. Zo is het in mijn primaire vakgebied, de gezondheidszorg, bij alle vergrijzing en ontgroening essentieel om menskrachtondersteunende- en -sparende technologie te ontwikkelen om noodzakelijke zorg veilig te stellen met behoud van - ook intermenselijke - kwaliteit. Maar ook hier blijft bevordering van arbeidsparticipatie (alle hens aan dek) nodig.

Door alle ontwikkelingen heen is een groeiende behoefte zichtbaar aan individualisering en maatwerk in een wereld die tegelijkertijd gekenmerkt wordt door toenemende onderlinge afhankelijkheid en (lots)verbondenheid. Klein- en grootschaligheid zijn hier twee kanten van dezelfde medaille. Wij zien dit in de internationale verhoudingen, maar ook in tal van maatschappelijke domeinen, zoals de verhouding tussen werknemer en werkgever; consument en producent; internet provider en gebruiker; burger, openbaar bestuur en democratie in een gemediatiseerde wereld; en individu- en collectieve benaderingen in preventie (voorlichting, vaccinatie, en screening) en zorg (maatwerk versus standaardisatie, individualised medicine). Ook de research moet hieraan meer aandacht besteden. Er is een flexibeler verhouding nodig tussen onderzoek in kleine en grote groepen, en tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Hier liggen vele methodologische, technologische en economische uitdagingen. Daarbij is een goede balans tussen de verantwoordelijkheid van de individuele burger en die van maatschappelijk actoren en instituties (waaronder de overheid), met betere onderlinge communicatie daarover, essentieel voor het wederzijds vertrouwen.


Bekijk op de website van de WRR een profiel van André Knottnerus