Andreas papandreou

Hij heeft het nog niet zo bruin gebakken als de Italiaanse corruptiekeizer Craxi, de kersverse ex-premier Papandreou - maar rouwig hoeft geen Griek te zijn als deze politieke dinosaurier een dezer dagen het loodje legt.
IN DE ZOMER van 1965 ging ik op vakantie in het nog niet verziekte Griekenland. Voor 98 gulden per treinretour. In Athene kwam ik in grimmige opstootjes terecht. Woedend volk protesteerde tegen de val van premier Jorgos Papandreou. Een ongebruikelijk vakantiebegin.

Die rellen waren een reactie op het ‘verraad’ van Konstandinos Mitsotakis. Die was met vijftig andere 'afvalligen’ door koning Constantijn weggekocht uit Papandreous Unie van het Centrum. Wist ik veel dat het aftellen was begonnen voor de staatsgreep van de kolonels in 1967? En ik kon ook niet weten dat een man wiens naam in het Grieks even exotisch klinkt als bij ons Jan Jansen, wraak zwoer voor het 'verraad’ van Mitsotakis: Jorgos’ zoon Andreas. Andreas, toen 45, was een politicus in opkomst onder de vleugels van zijn vader. Als student had hij, zoals het hoorde, de radicaal-linkse beginselen omhelsd. De radicaal-rechtse dictator Metaxas liet hem dus opsluiten en folteren. Dat was in 1939. Zou Andreas toen hebben kunnen dromen dat hijzelf ooit nog eens de oproerpolitie zou afsturen op protesterende studenten en arbeiders?
Een jaar later nam Andreas de wijk naar de Verenigde Staten. De oorlog in Griekenland en daarna de burgeroorlog gingen aan hem voorbij. Hij had het te druk met zijn carriere. Aan de Harvarduniversiteit studeerde hij economie. Al snel ging hij zelf economie doceren aan de universiteit van Berkeley. Zou Andreas toen hebben kunnen dromen dat hij nog eens zou vervallen in economische praktijken van het meest populistische soort?
Andreas werd Amerikaans staatsburger en trouwde met zijn Amerikaanse grote liefde, Margaret. Ze kregen vier kinderen. De oudste, die later minister zou worden onder zijn vader, werd genoemd naar grootvader Jorgos. Vader Andreas leek voorgoed de Griekse kolonie in Amerika te hebben versterkt. Zou hij toen hebben kunnen dromen dat hijzelf ooit nog eens Che Guevara-achtige taal tegen het Amerikaanse imperialisme zou gebruiken?
Negentien jaar na zijn emigratie keerde Papandreou met zijn gezin naar Griekenland terug. Hij trof een land aan dat was omgevormd in een Amerikaans filiaal. Griekenland, het enige Balkanland dat niet communistisch was geworden, kon vanwege zijn strategische belang niet aan de Grieken worden overgelaten. De Amerikaan Andreas Papandreou werd weer Griek. Hij begon een felle campagne tegen de Amerikaanse overheersing. Zou hij toen hebben kunnen dromen dat hij ooit nog eens in Washington de Amerikaanse zegen over zijn laatste regering zou afsmeken?
OP 21 APRIL 1967 maakte kolonel Jorgos Papadopoulos met Amerikaanse steun een eind aan de politieke chaos via de laatste militaire staatsgreep van deze eeuw in West-Europa. De consequentie was voor Papandreou deja vu: de gevangenis. Na acht maanden werd hij het land uitgezet. En zo kwam hij opnieuw in de Verenigde Staten terecht. Maar deze keer was al zijn activiteit op Griekenland gericht. Hij en de naar Parijs gevluchte ex-premier Konstandinos Karamanlis werden de belangrijkste leiders van het politieke verzet in het buitenland.
In 1974 vonden de Amerikanen dat de kolonels weg moesten. Daartoe werd een staatsgreep in Cyprus in scene gezet. Turkije stuurde een invasieleger, dat daarna niet meer is weggegaan. De kolonels in Athene wel. De democratie werd hersteld, de monarchie afgeschaft. De rechtse Karamanlis werd premier en later president. En Papandreou? Die voerde zijn in de Verenigde Staten gemaakte plan uit en richtte met wat vrienden een nieuwe partij op: de Panelliniki Sosialistiki Kinisis (Panhelleense Socialistische Beweging), afgekort Pasok.
Dat 'panhelleens’ klinkt knap nationalistisch, en dat was ook de bedoeling. Voor het internationalisme van de communistische partij KKE moest er voor links een nationalistisch alternatief komen. Maar dat 'socialistisch’, wat moesten we daarmee aan? Verbaal was het duidelijk: de leider trok van leer tegen uitbuiting en onderdrukking in het algemeen, en die door het Amerikaanse imperialimse in het bijzonder. Hij ontdekte ook een nieuw Westeuropees imperialisme, dat zou zetelen in Brussel. Met zijn paramarxistische retoriek leek Andreas net een revolutionair. Als de Pasok eenmaal aan de macht was, zouden de rijken sidderen en zou er voor armen en ontrechten eindelijk gerechtigheid komen. Stem links! Wees patriot! Stem Pasok!
De Pasok groeide razendsnel. De wraak voor de val van Papandreou senior kwam in 1981 met de verkiezingsoverwinning van junior. Alles zou anders worden. Inderdaad werd Griekenland nog datzelfde jaar lid van de Europese Gemeenschap. Hoe kwam het dat de Brussel-hater Papandreou als premier ineens een Europa-fan was geworden? Heel simpel: Andreas had begrepen dat Brussel zou kunnen zorgen voor het geld dat hem nog populairder moest maken. Als achtergebleven land had Griekenland recht op ontwikkelingsfondsen. De daarmee betaalde projecten zouden vooral op het achtergebleven platteland zorgen voor werkgelegenheid en welvaart, en voor dankbaarheid jegens de vermeende schenker van al dit goeds: Andreas Papandreou.
En zo geschiedde. Brussel heeft in de jaren tachtig veertien miljard dollar in Griekenland gepompt. Arme boeren werden welvarend. Op het platteland begon de moderne tijd, en in het toerisme de verzieking. Ik herkende Griekenland niet meer. En Papandreou plukte de politieke vruchten. Want hij liet de boeren geloven dat ze hun emancipatie aan hem te danken hadden. Dat legde hem geen windeieren bij de verkiezingen in 1985.
Het socialisme van Papandreou bleek een ander woord voor populisme en clientelisme, op kosten van Brussel en de staatskas. Banen, vergunningen, ontheffingen, privileges, belastingontduiking - alles was mogelijk als het maar politieke clienten opleverde. Papandreou perfectioneerde de oude gewoonte om, bij voorkeur aan de vooravond van verkiezingen, overbodige banen bij de overheid te creeren. Particuliere bedrijven die over de kop dreigden te gaan, werden niet gesaneerd of gesloten, maar genationaliseerd. Dat uitstel van executie leverde dankbare werknemers op. Wie desondanks buiten de prijzen viel, kon altijd nog hopen dat de beloften van de premier ooit werkelijkheid zouden worden.
EEN SOCIALIST, Papandreou? Kom nou. Een tweede Peron, een begenadigd demagoog, een charismatische caudillo, een autocraat van oude snit, een verkwister van het zuiverste water - ja. Maar een socialist? Zijn socialistische partij had met het socialisme evenveel van doen als die van Craxi in Italie: het was een kortere naam voor 'partij die ten doel heeft de groei en de bloei van de macht van Papandreou te bevorderen’.
Een dergelijke partij kan niet anders dan een broeinest zijn van corruptie en vriendjespolitiek. Zo bruin als corruptiekeizer Craxi heeft Papandreou het niet gebakken. Maar zijn entourage wist er ook wat van, en hij is er niet tegen opgetreden. Anders was hij in 1988 niet vezeild geraakt in het schandaal rond de zwendelende bankier Jorge Koskotas. Gezegd moet worden dat een speciaal hof hem later met de kleinst mogelijke meerderheid vrijsprak.
In die tijd had Papandreou wel wat anders aan zijn hoofd. In het vliegtuig dat hem in 1987 naar China bracht, was hij verliefd geworden op een van de stewardessen: de vulgair ogende blondine Dimitra Liani, beter bekend als Mimi. De pers heeft intens met hun love story meegeleefd. Ze trouwden in 1989. Intussen waren bij Papandreou drie bypasses ingezet om zijn zieke hart aan de praat te houden.
Ook Papandreous politieke gezondheid was ernstig aangetast. Want je kunt niet met geld blijven smijten zonder ooit de rekening gepresenteerd te krijgen. De inflatie sloeg genadeloos toe. Binnen de Pasok brak een crisis uit. En ook de Amerikanen wilden onderhand van die Papandreou af, met zijn irritante, zij het nooit uitgevoerde dreigementen tegen de Navo-bases in Griekenland en zijn onmacht om op te treden tegen de ongrijpbare links-terroristische 'Revolutionaire organisatie 17 november’.
Na twee op niets uitgelopen verkiezingen werd Papandreou in 1990 verslagen door de rechtse leider Mitsotakis, de 'verrader’ van 1965. De patriarch leek definitief zijn winter te zijn ingegaan. Maar toen Mitsotakis laat en klunzig begon te saneren en daarmee de mensen tegen zich in het harnas joeg, vond in 1993 een spectaculaire politieke herrijzenis plaats. Papandreou stond krakend op uit zijn politieke graf. Een vanachter zijn opnieuw opgerichte troon kwam steeds meer Mimi te voorschijn.
De laatste jaren van de patriarch zijn pathetisch geworden. In de buitenlandse politiek, die was gebaseerd op het omsingelingscomplex, is pas de laatste maanden de rationaliteit enigszins terug. En in de binnenlandse politiek was het Mimi die, aan het hoofd van een hofhouding van waarzeggers en gebedsgenezers, steeds meer de beslissingen nam. Tegen die pathetiek kwam in de Pasok de Bende van Vier in opstand, terwijl de pers de aanval inzette onder de gordel - die van Mimi. Papandreou koos voor de voorwaartse vlucht en legde zijn critici het zwijgen op. Totdat hij op 20 november werd opgenomen in het Onassisziekenhuis. Voor hem begon de strijd tegen de dood, voor de Pasok de successieoorlog. Papandreou zal zijn laatste gevecht verliezen. De winnaar van de successieoorlog is al bekend: zijn tegenpool Kostas Simitis, leider van de Bende van Vier. Zou Andreas ooit dit einde hebben kunnen dromen?