Andreotti’s dagboeken zijn opgedoken

Rome — ‘De geheime dagboeken van Giulio Andreotti eindelijk gevonden!’ meldt de Italiaanse krant Corriere della Sera met gepaste trots. De ontdekking is bloedserieus want de ‘dochter van’ heeft ze gevonden. Serena Andreotti ontdekte 180 agenda’s, schriftjes, kleine blocnotejes en losse blaadjes in de met tape afgeplakte kartonnen dozen die tussen het oude kinderspeelgoed in de trapkast van het ouderlijk appartement stonden. En ze wist: dit zijn ze.

De christendemocraat Giulio Andreotti (1919-2013) was een halve eeuw de spelmaker van de Italiaanse politiek, zeven keer premier en ruim twintig keer minister. Voordat hij op zijn 94e stierf, had hij tegen zijn kinderen gezegd dat ze mochten doen wat ze wilden met zijn aantekeningen en krabbels van 65 jaar schaduwspel in en buiten de politieke coulissen. Dit doet vermoeden dat het aantekeningen zijn die het daglicht konden verdragen. Want het mysterie Giulio Andreotti, met bijnamen als ‘Divo Giulio’ (goddelijke Giulio, de aanspreektitel voor Julius Caesar), ‘Belzebù’ (de duivel), ‘La Sfinge’ (de sfynx), ‘Il Moloch’ (de godheid van Carthago die mensenoffers vrat) ‘La Volpe’ (de vos) en ‘l’Indecifrabile’ (de onontcijferbare), moet geheimen hebben gekend die nog altijd branden. En die staan natuurlijk niet in de aantekeningen.

Geen melding dus van ontmoetingen met il capo dei capi Totò Riina, de wreedste maffiabaas aller tijden met wie Giulio Andreotti volgens een oneindig juridisch onderzoek geheime banden zou hebben gehad. Maar wel weer de nauwkeurig bijgehouden onderhandelingen met de baas van de geheime criminele vrijmetselaarsloge P2 over foto’s van paus Johannes Paulus II in het zwembad van Castel Gandolfo. De aantrekkelijke Poolse paus in zwembroek, een duik nemend in het zwembad van zijn zomerverblijf, dat kon toen, in 1980, absoluut niet. Andreotti kreeg het fotorolletje uiteindelijk persoonlijk in handen gedrukt van Licio Gelli, de baas van de P2. Hoe en waarom, dat staat er niet in. Hij kreeg ze, punt.

‘U bent hier niet nieuw’, zei dezelfde paus, de Pool Karol Wojtyla, toen hij in 1979 de toenmalige premier van Italië, Giulio Andreotti, voor het eerst ontmoette in het Vaticaan. En dat was hij zeker niet. Als iets duidelijk wordt uit de aantekeningen van Divo Giulio, is het dat hij alles hand in hand met het Vaticaan heeft gedaan. Dat wat verteld mocht worden, en – wie weet – ook dat wat voor altijd verzwegen zal blijven.