Angst over beeldvorming

‘Wij willen over de schaduwen van angst, wantrouwen en de waan van de dag heen springen’, schrijft NL 2023 deze week in een open brief. Een groep hoogopgeleide Marokkaanse Nederlanders wil de krachten bundelen om een breed gedragen burgermanifest over een ambitieuze toekomst aan te bieden aan de toekomstige premier.

Dit initiatief past in een reeks van manifesten en oproepen om ‘het gepolariseerde maatschappelijke debat te doorbreken’. In 2003 pleitte ‘een groep vooraanstaande Marokkaanse Nederlanders’ in Koerswijziging.nl voor positieve actie om het ingesleten stigma op de Marokkaanse gemeenschap aan te pakken. Zij riepen op tot ‘stevige debatten over heikele thema’s’ en in een ‘barre tocht der tochten’ organiseerden zij in elf steden activiteiten. Het was bedoeld als een dwingend appèl tegen het doemdenken.

Zonder enige ironie zijn dit op zich goede initiatieven. Doen zij niks als ‘een verbindende schakel tussen de Nederlandse gemeenschap en de migrantengroepen’, zoals zij zichzelf noemen, dan is de kritiek dat allochtonen passief zwijgend aan de zijlijn van de samenleving staan. Ieder burgerinitiatief wordt bovendien toegejuicht om de kloof tussen bestuurder en burger te overbruggen. Van Stop de uitverkoop van de beschaving (2001) tot Burgerinitiatief Voltooid Leven (2010) - het is allemaal bedoeld om hardop duidelijk te maken wat Den Haag moet agenderen.

Maar het heeft ook iets wanhopigs. De bezorgde geluiden klateren op om weer snel in de kiem te smoren. De oproepen om de negatieve spiraal over Marokkanen te doorbreken lijken nauwelijks effect hebben. Want hoe verhoudt het betoog van een geslaagde culturele en hoog gevormde elite, die ondermeer pleit voor de vestiging van ‘hoogwaardige culturele instellingen’ in achterstandswijken en de ontwikkeling van ‘een eigen Harvard’, zich tot de werkelijkheid van de straatjongens?

De feiten zijn schokkend en, omdat zij zó pijnlijk zijn, lange tijd verdoezeld. Uit een vorige week gepresenteerde studie in het Tijdschrift voor criminologie blijkt dat 55 procent van de Marokkaanse jongens tussen de 16 en 22 jaar in aanraking komt met de politie. Het gaat niet om fietsen door rood licht. Eerder al werd dit cijfer berekend in Rotterdam. Ook het recidief is onder Marokkaanse jongens veel hoger (90 procent) dan onder autochtone leeftijdsgenoten (60 procent). Natuurlijk, 45 procent maakt huiswerk en zoekt na school een baan op een arbeidsmarkt die inderdaad niet bepaald openstaat voor een sollicitatiebrief van Achmed of Ali. Maar zij lijden uiteindelijk het allerhardste wanneer het gedrag van de meerderheid telkens wordt weggezet als ‘selectieve en angstvallige beeldvorming.’

Over de schaduw springen van angst betekent óók onwelgevallige onderzoeken series nemen. Zoals bijvoorbeeld de studie die onderzoekssocioloog Jaap Dronkers vorige week presenteerde. Hij stelt dat slechtere onderwijsprestaties van islamitische leerlingen niet kunnen worden verklaard uit sociaal-culturele ouderlijke achtergronden of uit verschillen in achterstand of discriminatie. Een héél heikele conclusie, waar veel kritiek op volgde. Dronkers zegt daarop terecht: angst dat dit politieke tegenstanders in de kaart speelt mag voor een onderzoeker geen reden zijn die conclusie te verzwijgen. Juist bij onderwerpen als immigratie moeten burgers op de objectiviteit en politieke onafhankelijkheid van wetenschappers kunnen vertrouwen.‘ Alleen dan kun je achterstanden en problemen aanpakken en de politieke onderbuik uithongeren.