Angst voor de onbekende buitenlanders

‘Angst voor achteruitgang van de buurt blijkt de belangrijkste drijfveer te zijn voor extreem-rechts stemgedrag’, concludeert een groep Rotterdamse onderzoekers na een minutieuze analyse van de stembusuitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 1994, waarbij CD en CP'86 in de Maasstad 13,7 procent van de stemmen haalden: ‘Stemmen op extreem-rechts wordt niet bepaald door de aanwezigheid van buitenlanders in de eigen wijk en evenmin door feitelijk contact met buitenlanders. De grootste aanhang van extreem-rechts woont daarentegen in de (nog) overwegend witte buurten, waarvan de inwoners een meestal lagere sociaal-economische positie en een lagere opleiding hebben. (…) Voor de bewoners van dergelijke buurten staat de toestroom van buitenlanders symbool voor achteruitgang.’

Het is in dit vak een ongekende luxe om je eigen bevindingen achteraf aan wetenschappelijk onderzoek te kunnen toetsen. Naar aanleiding van de Rotterdamse stembusuitslag schreef ik in mei vorig jaar al dat de electorale aanhang van racistische partijen niet samenhangt met verpaupering of zondebokmechanismen. De auteurs van Extreem-rechts in de buurt berekenden in alle 390 Rotterdamse stemdistricten de netto-aanhang van CD en CP'86 (dat wil zeggen de extreem-rechtse stemmen als percentage van het aantal kiesgerechtigden minus de allochtonen), vergeleken die met CBS-gegevens over inkomen, opleiding en huisvesting, en verstuurden vragenlijsten naar opbouwwerkers. Het resultaat bevestigt de projectietheorie die al menigmaal is geopperd in verband met antisemitisme: dat is vaak het sterkst verbreid in achterstandsgebieden waar weinig of geen joden wonen.
De onderzoekers ontdekten geen samenhang met specifieke problemen zoals drugsoverlast, werkloosheid of totale afbraak in de wijk. Voorzover het stemmen op CD of CP'86 wijst op sociale achterstand, komt deze tot uiting in een laag inkomen en lage opleiding, maar ook weer niet zo laag dat de betrokkenen tot de kwetsbaarste groepen behoren. Die gaan namelijk helemaal niet naar de stembus. De typische ‘CD-buurt’ is een bijna-achterstandsbuurt met een sterke buurtbinding en veel fatsoenlijke armoede, waar men de angst voor totale verpaupering op buitenlanders projecteert. Het lijkt erop dat vooral de 'fatsoenlijke’ plaatselijke politici en media (de lokale Bolkesteins en Telegrafen) debet zijn aan die beeldvorming.
Het onderzoek bevat nog andere, minstens zo interessante conclusies. De grootste sociale achterstand heerst niet noodzakelijkerwijs in wijken waar het meest op extreem-rechts wordt gestemd. Het zijn, aldus de auteurs, veeleer de 'thuisblijvende’ districten die in aanmerking komen voor het grootstedelijke Delta-plan dat in Den Haag wordt uitgebroed. Daarentegen blijkt dat de 'gemengde’ wijken (met het hoogste percentage allochtonen) zich bij sociale activiteiten het meest betrokken betonen. De traditionele liberale, christelijke en PvdA-wijken waren het minst actief. Dat kunnen de integratie-querulanten in hun zak steken. Niet de concentratie van allochtonen, maar de spiraal van verpaupering en verkeerde beeldvorming in de grote steden moet worden doorbroken.