Frans-Duitse vriendschap is weer opgeleefd

Angst voor de zonnekoning

Na jarenlang haperen lijkt de Frans-Duitse motor van Europa weer op gang te komen. De visie van Berlijn en Parijs op het toekomstige bestuur van de Europese Unie is nadelig voor Nederland. Ook al wordt Wim Kok getipt als eerste «president van Europa».

«Een Europese president die buiten de Europese instellingen om benoemd zou worden, is niet goed voor de Unie», zegt Atzo Nicolaï, demissionair staatssecretaris voor Europese Zaken. «Aan wie legt hij verantwoording af? Hij kan uitgroeien tot een zonnekoning, een heerser met ongecontroleerde macht. Het Europees Parlement komt er helemaal niet bij kijken. De burger zal geen enkele grip op hem hebben.»

Vanuit zijn dienstauto zet Nicolaï de bezwaren van de Nederlandse regering uiteen jegens het recente Frans-Duitse voorstel tot hervorming van het Europese bestuur. Het bevat elementen waar de Nederlandse regering achter kan staan, zoals het versterken van de positie van de Europese-Commissievoorzitter. Maar de benoeming van een Europese «president» voor vijf jaar, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen gekozen zou worden door de Europese Raad (van nationale regeringsleiders), gaat Nederland te ver. Net als veel andere kleinere lidstaten ziet Nederland meer in het versterken van het huidige systeem van roulerend voorzitterschap van de Europese Raad. Een van de Europese regeringsleiders zou dan als bijbaan voor enkele jaren het voorzitterschap op zich nemen. Nu is dat een half jaar. Een langer voorzitterschap zou de effectiviteit van de Raad kunnen vergroten; het «bijbaankarakter» zou voorkomen dat de «president» te machtig wordt.

Nicolaï is op weg naar Brussel, naar de Duitse staatssecretaris Hans Martin Bury, de Duitse regeringsvertegenwoordiger in de Europese Conventie. De Conventie, voorgezeten door de Franse oud-president Valéry Giscard d’Estaing, buigt zich over een Europese grondwet die het mogelijk moet maken dat de Unie ook na de uitbreiding tot 25 lidstaten in 2004 nog bestuurbaar is. Het Frans-Duitse voorstel werd opgesteld ten behoeve van de Conventie.

Wat is de bedoeling van Nicolaïs bezoek aan Bury? «Subtiel overleg», zegt de staatssecretaris. Over de Frans-Duitse voorstellen? «Onder meer over het voorgestelde presidentschap, ja. Het is voor negentig procent Frans fabrikaat.»

Nicolaï heeft het niet voor niets over een «zonnekoning», een denkbeeld dat in de ambtelijke gelederen van Buitenlandse Zaken de haren nog altijd recht overeind doet staan. Al behoren de machtsaanspraken van Lodewijk XIV tot een ander tijdperk, op Europees gebied heeft het tussen Nederland en Frankrijk nooit echt geboterd. De Fransen streven naar het versterken van de Europese macht als tegenwicht tegen de Ver enigde Staten, terwijl Nederland graag de Atlantische mogendheden te vriend houdt. Bovendien menen de Fransen dat in een krachtige Unie lidstaten de boventoon moeten voeren, niet de instellingen. Dat is goed voor de groten en slecht voor de kleintjes. Dus is Nederland, als grote onder de kleinen, ook op dat gebied een natuurlijke tegenstander van Frankrijk.

De huidige Frans-Duitse samenwerking is op merkelijk. Sinds de Duitse eenwording (1991) raakte die op de achtergrond. Duitsland had zijn ultieme doel bereikt — hereniging van het opgesplitste land — en had geen Franse bevoogding meer nodig. Onder bondskanselier Gerhard Schröder schudde Duitsland het schuldgevoel over de oorlog van zich af. De Frans-Duitse verhoudingen bereikten drie jaar geleden een dieptepunt op de top van Nice. Duitsland sloeg met de vuist op tafel toen de Fransen iets te vanzelfsprekend aannamen dat ze net zoveel macht zouden krijgen in de instellingen van een uitgebreide Europese Unie als hun voormalige erfvijand. De twintig miljoen extra zielen die Duitsland telt en haar strategische positie in het hart van Europa werden de Fransen in Nice voor het eerst sinds 1945 stevig ingepeperd.

De Franse president Jacques Chirac begreep de boodschap: Duitsland speelde weer mee, en wel volledig. Zonder Duitse instemming geen krachtige Unie die een dam zou kunnen opwerpen tegen de verderfelijke invloed der Angelsaksen, of anderszins het Franse belang zou kunnen dienen. De banden dienden verstevigd, de oude coalitie nieuw leven ingeblazen. Vorige week werd sentimenteel en bombastisch de veertigste verjaardag gevierd van het Elysée-verdrag — ter bezegeling van de naoorlogse Frans-Duitse vriendschap). Men sprak mooie woorden over gedeeld staatsburgerschap, en vergoot tranen over het wederzijds aangedane verleden leed.

De viering heeft plaats in een periode waarin Duitse en Franse belangen opmerkelijk genoeg weer samenvallen. Beide landen proberen te voorkomen dat de ophanden zijnde EU-uitbreiding ten koste gaat van hun invloed; beide hebben grote economische problemen en vrezen het Stabiliteitspact, in het leven geroepen om lidstaten te dwingen hun staatsschuld beperkt te houden. Oktober vorig jaar leidde een Frans-Duits onderonsje tot een akkoord over de financiering van het Europese landbouwbeleid na 2006. De Duitsers kwamen daarbij vooral de Fransen tegemoet, die zwaar leunen op Europese landbouwsubsidies en vreesden minder op te strijken met de instroom van arme, agrarisch gerichte nieuwe lidstaten. De onervaren CDA-premier Balkenende stond erbij en keek ernaar. Op Buitenlandse Zaken gingen alle stoppen door.

Het is ook de Amerikanen niet ontgaan dat Fransen en Duitsers weer gemene zaak maken. Ook op het gebied van de dreigende oorlog tegen Irak komen hun belangen samen. Schröder houdt vast aan zijn eerdere weigering de Amerikanen te steunen, zelfs als gewapende actie expliciet wordt gelegitimeerd in een Veiligheidsraad-resolutie. Dat leverde hem al een overwinning in de parlementsverkiezingen op, en met de deelstaatverkiezingen in Hessen en Nedersaksen in het verschiet (Schröders SPD staat op verlies) zal hij dat beleid niet veranderen. De Duitse optiek is van groot belang voor de Amerikanen, aangezien Duitsland als roulerend lid van de Veiligheidsraad uitgerekend deze periode in de raad zitting heeft. Het permanente lid Frankrijk, dat beschikt over een veto, verzet zich eveneens tegen een Amerikaans-Britse Alleingang inzake Irak en betaalt daarmee Duitsland terug voor de steun inzake de landbouwsubsidies.

Vorige week blokkeerden Berlijn en Parijs besluitvorming in de Atlantische Raad, het belangrijkste Navo-orgaan, over de bijstand die de Amerikanen van de Navo-partners hadden gevraagd tegen Irak. Dat prikkelde de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld zeer. Donderdag zorgde zijn denigrerende houding jegens Duitsland en Frankrijk voor consternatie. «U ziet Europa als Duitsland en Frankrijk. Ik niet», zei hij op een persconferentie tegen een Nederlandse journalist. «Dat is voor mij het oude Europa. Wie op het ogenblik naar het Europa van de hele Navo kijkt, ziet het zwaartepunt verschuiven naar het oosten. (…) Duitsland is een probleem en Frankrijk is een probleem.»

Europa sprak schande van het dédain jegens Frankrijk en Duitsland. Maar Rumsfeld zei meer: «Er zijn enorm veel andere landen in Europa. Zij steunen Frankrijk en Duitsland hierin niet, zij steunen de Verenigde Staten.» De Amerikanen hebben via een achterdeur eenvoudig te manipuleren bondgenoten de Navo ingeloodst. Oost- en Midden-Europese regeringen houden er wegens hun recente geschiedenis van sovjetoverheersing nu eenmaal minder idealistische wereldvisies op na dan hun West-Europese collega’s. Zij beschouwen het Navo-lidmaatschap vooral als een Amerikaanse garantie tegen Russische machtsaspiraties. Na 2004 kunnen zij het ook binnen de EU «oude Europa» op Amerikaans aangeven knap lastig maken.

Prof. dr. Fred van Staden, directeur van Clingendael, instituut voor internationale betrekkingen, moet het nog zien met het Franse verzet tegen de VS in de Veiligheidsraad. «Het Duitse verzet tegen de oorlog zal blijven, maar ik ben ervan overtuigd dat de Fransen een dubbelzinnig spel spelen. Als de VS doorzetten en met de Britten Hoessein aanvallen, denk ik dat de Fransen echt niet werkeloos toekijken hoe de bakens in het Midden-Oosten verschoven worden.»

Volgens Van Staden was het onvermijdelijk dat de Frans-Duitse coalitie weer zou opleven: «In Europa krijg je niks voor elkaar zonder Frans-Duitse overeenstemming, ook niet na de uitbreiding. Er zijn grote tegenstellingen tussen Frankrijk en Duitsland, maar wil je iets bereiken, dan moet je die desnoods tijdelijk aan de kant zetten.» De bereidheid van Berlijn en Parijs om het weer op een akkoordje te gooien laat volgens Van Staden voor Nederland geen andere optie dan binnen Europa «de Duitse kaart te spelen». En het wordt hoog tijd dat de Nederlandse politiek «de periode van introspectie en navelstaar derij» achter zich laat: «Vroeger speelde Nederland een belangrijke rol bij het vormgeven van de Unie. Met de uitbreiding in het verschiet is het heel belangrijk dat we die rol behouden. Maar als we zo blijven doormodderen, kunnen we dat wel vergeten. Het heeft ons de afgelopen tijd niet geholpen dat we zo’n onervaren minis ter-president hebben. Zijn gebrek aan internationale kennis schept weinig gunstige voorwaar den voor de Nederlandse positie in Europa.»

Staatssecretaris Atzo Nicolaï is druk doende de Duitsers te bewerken. «Het is algemeen bekend dat de Duitsers, met name minister van Buitenlandse Zaken Fischer, eigenlijk helemaal niet zo blij zijn met het in de Conventie gepresenteerde hervormingsplan», vertelt hij op weg naar Bury. Nicolaï heeft de laatste tijd uit alle macht tegen de stroom in gezwommen en zijn uiterste best gedaan leiding te geven aan het verzet van de kleinere Europese landen tegen de aspiraties van de groten. Afgelopen week nog regelden Groot-Brittannië, Spanje, Frankrijk en Duitsland onderling het Europese beleid in de Veiligheidsraad. De kleintjes kwamen er niet aan te pas. Het is volgens Nicolaï geen toeval dat juist deze grote landen het idee van een president steunen. Op de Europese top in Nice werd besloten dat na de uitbreiding alle lidstaten recht hielden op een zetel in de Europese Commissie. Dat was een tegenslag voor de grotere lidstaten. Via een voor vijf jaar benoemde president willen zij hun greep op het bestuur alsnog verstevigen.

De naam van oud-premier Wim Kok zou in de wandelgangen circuleren, om Nederland te paaien. Dat is voorbarig, want het presidentsvoorstel maakt in de huidige vorm geen kans in de Europese Conventie, en Nicolaï is er dan ook niet van onder de indruk. Ook het gefluister over Kok als opvolger van Commissievoorzitter Prodi kan Nederland vooralsnog niet vermurwen. «Als er al een president komt volgens dit voorstel, dan is het onvermijdelijk dat die een instrument wordt in handen van de grote lidstaten. Dat is niet wat wij willen. Wie het ook zou worden.»