Menno Hurenkamp

Angst voor gedoe

De Universiteit Nijmegen verwijderde een student orthopedagogiek omdat deze zei pedofiel te zijn. De Universiteit Utrecht liet een hoogleraar passages uit een afscheidsrede schrappen. Daarna verbood diezelfde Utrechtse universiteit nog een boekje over een foute onderzoeker. Voor al die unieke gevallen valt best wat te zeggen. Een pedofiel die studie van kinderproblemen wil maken is minder onbevooroordeeld dan je van een wetenschapper hoopt. En de kreten die de Utrechtse prof in de theologie wilde slaken over het antisemitisme van Gretta D. en anderen waren niet zo academisch, maar wel warrig.

Toch mag die Nijmeegse student niet weg. Er zijn opleidingen genoeg waar studenten met verkeerde intenties niet thuishoren. Ook gynaecologie en luchtvaartstudies bieden ruimte aan kwade geesten wanneer deze niks verklappen over hun plannen. Studeren is als liedjes zingen of boodschappen doen: zolang je niks strafbaars doet, niks aan de hand. Bovendien had de Nijmeegse universiteit een half jaar geleden geen problemen met de pedofilie van deze student, mits deze bij contact met kinderen vergezeld zou zijn van een medestudent. Dat was al een laffe oplossing: wél uitspreken dat de student alleen niet te vertrouwen is, geen garanties bieden aan de kinderen van Nederland dat buiten de Nijmeegse opleiding om niet zou gebeuren waar de universiteit bevreesd voor was. Nog laffer was om de man er alsnog uit te gooien nadat hij zich publiekelijk manifesteerde als secretaris van een «pedofielenpartij». («Toen Pilatus zag dat niets baatte, maar dat er veeleer oproer opstond, nam hij water, wies zich de handen, et cetera et cetera.»)

Ook de Utrechtse universiteit handelde slap. Ze verbood de scheidende hoogleraar in de theologie Pieter van der Horst om in te gaan op antisemitische neigingen verwoord door onder anderen Gretta D. en Dries van A. De rector die streepte in de tekst vond dat gemopper op personen niet in een academische reeks publicaties thuishoorde. Een erg willekeurige ingreep, duidelijk ingegeven uit angst voor gedoe in de pers. Wat Herman Philipse, als universiteitshoogleraar een van de glansnummers van de Utrechtse universiteit, zegt over tribale neigingen van moslims is in ieder geval ook redelijk zot en even onacademisch. Maar het mag van de rector. Philipse opereert blijkbaar subtieler dan Van der Horst.

Opvallend is dat het voorheen «geëngageerde» studenten waren die verboden wilden opleggen. Studenten probeerden tussen de jaren zeventig en negentig allerlei fouteriken zoals de schrijver W.F. Hermans (Zuid-Afrika-bezoeker) of de Engels-Duitse psycholoog Hans Eysinck (misdaad is door biologie bepaald) het zwijgen op te leggen. Tot mijn schande heb ik staan toekijken hoe dat laatste gebeurde. De Amsterdamse studentenvakbond asva had er een tragisch handje van mensen voor fascist, of nog erger: seksist, uit te maken. Om daarop de fascist, of nog erger: de seksist, de mond te snoeren en af te branden. Nu speelt het bestuur censor. Met in de mantel van redelijkheid verstopt de grootste academische zonde: het gezagsargument (argumentum auctoritatis). Wij zijn baas, jij moet je mond houden. Dat universiteiten steeds meer als onderneming werken speelt daar een doorslaggevende rol in. Bang voor verlies van een «marktpositie» grijpt het bestuur in waar het onheil vreest. Liever geld in kas dan vrij denken. Eerst dicteerden linkse studenten de politieke correctheid met hun «goed na de oorlog»-mentaliteit, nu doet de markt het.