Angst voor het nakende

WIE VERWACHTTE de economische crisis? In zijn boek The Big Short: Inside the Doomsday Machine uit 2010 reconstrueert Michael Lewis, misschien wel de bekendste Amerikaanse financiële verslaggever, de aanloop naar de bankencrisis van 2008 vanuit het perspectief van het handjevol bankiers en ondernemers die voorspelden dat het bancaire systeem op knappen stond - en wisten hoe ze daarmee bakken vol geld kon verdienen.






Het zijn personages die lijken te zijn weggelopen uit een roman. Om te beginnen is er dr. Michael Burry, een neuroloog met het Asperger-syndroom die zijn patiënten vooral vies vindt en in zijn vrije tijd blogt over de aandelenkoers. Burry raakt geobsedeerd door het gemak waarmee hypotheken worden verstrekt. Met het geld dat hij krijgt als zijn vader sterft aan een misdiagnose start hij in 2004 een bedrijfje dat als eerste speculeert op het failliet gaan van de hypotheekverstrekkers. Burry, die zijn investeerders letterlijk niet in de ogen durft te kijken, heeft eind 2007 720 miljoen winst gemaakt. En er is het verhaal van Steve Eisman, een onaangepaste figuur die als kleine joodse jongen naar thorastudie ging om tegenstrijdigheden in de tekst te ontdekken. Hij begon als ‘stringente Republikein’ en eindigde als 'de eerste socialist op Wall Street’ (en hij heeft een lichte obsessie met de overeenkomsten tussen zijn leven en dat van Peter Parker, oftewel Spiderman). Eisman is het type dat 'aanzienlijk meer geïnteresseerd was in wat zich in zijn hoofd afspeelde, dan wat er voor zijn neus gebeurde’. Als hij tijdens een golfpartij op een chique club verschijnt moeten ondergeschikten hem duidelijk maken dat hij ongepast gekleed is. Eisman loopt naar het clubhuis, koopt een capuchontrui en speelt vervolgens achttien holes lang vals.
Eisman was een van de eersten die de Amerikaanse huizenmarkt en de slechtste-van-het-slechtste-hypotheken in kaart bracht en een systeem bedacht om aan die onbetaalde leningen geld te verdienen. Maar nadat zijn vrouw in haar slaap hun pasgeboren zoon heeft verstikt, speelt Eismans morele kant op. Lewis beschrijft het prachtig, een hoofdstuk Hunter Thompson waardig, als zevenduizend investment bankers samenkomen op een congres in Las Vegas: voor het eerst ontdekt Eisman dat het geld dat hij verdient ten koste gaat van het aandelenpakket van iemand anders op datzelfde congres. Maar nog erger: het interesseert niemand. Het geld is niet van hen maar van hun anonieme klanten.
Niet eens zo heel lang geleden koppelden we aandelenkoersen nog vrolijk aan een stijgende rode lijn in een grafiek - aan het woord 'verwachting’ ging doorgaans het woord 'winst’ vooraf. Nu koppelen we verwachting aan angst, aan meer onzekerheid - of zoals Groene Amsterdammer-columnist Ewald Engelen schreef: 'Daar komt bij dat crises de vervelende gewoonte hebben eindeloze epilogen op te werpen: dachten we dat de markten eindelijk tot rust waren gekomen, gaat DSB kopje onder, waren we daar net weer van bekomen, knipt ING zichzelf op.’
'Verwachting’ is meer een thema geworden zoals we het kennen uit Arnold Schönbergs Erwartung, dat hij vlak voor de Eerste Wereldoorlog componeerde in de culturele smeltkroes die Wenen was (lees daarover het essay van Arnout Weeda, iets verderop): de angst voor het nakende, de terreur van het onbekende. Deze angst is de insteek van de volgende aflevering van de AAA-serie - Actueel, Avontuurlijk, Aangrijpend - van het Koninklijk Concertgebouworkest, met verwachting als thema. Waarop baseren we onze toekomstdromen? (lees het essay van Rutger Bregman). Hoe actueel is Schönbergs Erwartung gebleven in Boudewijn Tarenskeens nieuwe compositie? (lees het interview in deze bijlage).


Op vrijdag 27 januari zal Ewald Engelen, samen met componist Boudewijn Tarenskeen en curator Hendrik Folkerts, deelnemen aan Confrontaties, het interdisciplinaire programma-onderdeel van de AAA-serie, met beeldende kunst, muziek en debat. Vanaf 16.00 uur, Spiegelzaal, Concertgebouw, Amsterdam. Ziewww.aaaserie.nl