Pointless International

Angst voor slaag

De beroemdste foto van de beroemde clown is bijna een cliché. En toch ook weer net níet. De oud geworden Zwitserse circusclown Grock kijkt naar een affiche van zichzelf in zijn gloriedagen. De fotograaf klikt af net als Grock zich naar ons omdraait. Hij huilt.

Medium toneel

Courteline, de beroemde Franse schrijver van beroemde Franse kluchten uit de late negentiende eeuw, vatte de kern van zijn ambacht ooit samen in de titel van zijn beroemdste stuk: De zeer begrijpelijke angst voor slaag.

De potsenmaker in de voorstelling waar het hier over gaat, moet van zeer hoog een stoel halen voor een nummer van zijn collega. Zijn weg naar omhoog is één heroïsch uitgevoerde stoethaspelstruikelklimpartij. Als hij boven is en de stoel als doel al is vergeten, beseft hij pas hoe hoog hij is gegaan en hoe gevaarlijk het is geweest. Hij toont ons: pure doodsangst. Wij doen het in onze broek van het lachen, dat hem is vergaan voor hij eraan toe kon komen.

Het zijn drie momentopnamen uit wat misschien wel het grootste en in ieder geval het mooiste raadsel uit het theater is: de clown. Twee toneelspelers van Maatschappij Discordia en twee toneelspelers van ’t Barre Land brengen een hommage aan de clown, bouwen een almaar omvallend monumentje voor de nar. En ze hebben voor hun programma de prachtige, kansloze titel Pointless International verzonnen. Want ze willen er op den duur ook mee naar buiten Amsterdam reizen, naar waar een andere taal wordt gesproken.

Jorn Heijdenrijk, Matthias de Koning, Vincent van den Berg en Czeslaw de Wijs dragen clownsnamen waarin een toneelzwerver, de nazaat van een internationale entertainer, een slapstickheld en het zoetgehalte van hun ‘magic coffee’ samenkomen. Hun verbale humor (in steenkolenengels en _do-ist-der-bahnhof-_duits) heeft een hoog meligheidsgehalte. Tijdens de iets te kalme of een tikje te melancholieke avonden (waarvan ik er eentje zag) wroeten ze zich daar mottig doorheen. Hun beste fysieke acts, eigenlijk een anarchistische stapeldoos van nagespeelde hoogtevrees en semi-spontaan ruggelings áchter- dan wel buikelings vóórover lazeren, vormen het briljante middendeel van hun in ruim twee uur voorbijschietende show. Wanneer ze daarin excelleren, en dat maakte ik op een andere avond mee, dan schiet het dak uit puur plezier spontaan van het theater af.

Gogo of Coco, Joey en Buster, met hun onweerstaanbaar nijvere toneelmeester (in de tweevoudige betekenis van dat woord) Sugar, zijn en blijven echter, naast clowns, ook en vooral toneelspelers. ‘An actor prepares’, laat een van hen zich, niet zonder ironie, ontvallen. Ze wurmen zich in en uit de huid van de eeuwige zotten en narren. Hun voornaamste wapen mag de zoete oorlog van het lachen zijn, af en toe leggen ze die oorlog stil. En creëren wat afstand. Via een tekst van Karl Valentin, of zomaar een flard King Lear of Hamlet, of een gedicht van Brecht.

Een bij de voorstelling verspreid diepte-interview met het viertal opent met Buster die de krant leest in de lounge van het Schiller Hotel bij het Rembrandtplein.

Tragedy, he says.

What? Somebody died?

No, I can’t read!

De toon is gezet, stelt de verslaggever van dienst realistisch vast.

Na de zomer wagen ze de sprong. Dan gaan ze naar Groningen, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en uiteindelijk helemaal naar Antwerpen. Treft u ze in goeden doen, dan zullen ze de kale essentie brengen van het bestaan van een clown. Volgens Buster: ‘We klimmen. We vallen. We bouwen. We vernietigen. En we schieten op elkaar. Druktemakerij waarin niks gebeurt. Pointless zijn is een kwaliteit van ons clowns.’


Pointless International, t/m 20 juni in Frascati, Amsterdam

Beeld: Vincent van den Berg, Jorn Heijdenrijk en Matthias de Koning in Pointless International; (Bert Nienhuis).