Angsthazen

Een angsthaas ben ik niet en nooit heb ik het van schrik in mijn broek gedaan. Desondanks ben ik heus niet van plan de eerste steen, bierfles of molotovcocktail naar de ‘watjes’ van de Groningse politie te werpen. Iedereen heeft het recht om eens in de zoveel tijd door angst bevangen te worden en de bodem van zijn mooie blauwe uniform te bevuilen. Of in de bosjes te duiken om op een veilige afstand toe te zien hoe huizen urenlang door vandalen worden geplunderd en burgers gemolesteerd. Als er achteraf door de chef van de bangeriken excuses worden aangeboden, kan er nog een heleboel worden goedgemaakt. Wij leven nu eenmaal in een samenleving waar publiekelijke boetedoening, al dan niet versterkt door een rapportje of onderzoekje, de discussie netjes dient af te sluiten.

Verklaringen als ‘ons optreden was onacceptabel’ of 'het vertrouwen dat burgers in ons behoren te kunnen hebben is ernstig geschaad’ zijn weliswaar nietszeggend, maar van de kant van een hoge politiefunctionaris toch geruststellend. En de primaire taak van een agent blijft hoe dan ook de burger gerust te stellen. lijke diepzinnige aforismen heb ik ook altijd klaar als ik rijdend door het rode licht weer eens door een diender word gesnapt. Het verschil tussen mijn overtredende persoon en een in zijn broek schijtende politiefunctionaris is dat er in mijn geval altijd een sanctie op volgt.
Maar na de zinloze passiviteit van de politie ten aanzien van het zinloze geweld in de Groningse Oosterparkwijk vond ik het wel passend om een teken van protest te laten horen. Bij toeval herinnerde ik me op dat moment de dood van Meindert Tjoelker en kwam erachter dat Groningen eigenlijk niet zo gek ver van Leeuwarden ligt. Met een brandende kaars in de ene hand en een waxinelichtje in de andere liep ik daarom naar buiten met de ferme intentie te gaan minuutstilten. Mijn zwijgende eenmansactie was nog geen kwart minuut aan de gang toen ik door twee agenten wegens ordeverstoring in de kraag werd gevat en voor het aansteken van illegaal vuurwerk werd beboet. Ik protesteerde nogmaals, maar de agenten legden me geduldig uit hoe de vork in de steel zat.
Het zijn de nieuwe politierichtlijnen die nu in Utrecht worden geïntroduceerd en straks in het hele land zullen worden toegepast. Vanuit die stad heeft de plaatsvervangend korpschef R. Bik onlangs een leuk snoepreisje gemaakt naar New York om bij de cops aldaar zijn ogen even uit te kijken. Iedereen weet natuurlijk hoeveel gelijkenis Utrecht en New York met elkaar vertonen, en het naäpen van Amerikaanse politietechnieken in de Domstad kan daarom een zalvend effect ren. De bedoeling van plv. korpschef Bik is het New Yorkse 'zero-tolerance-beleid’ in Utrecht te importeren. Dit komt erop neer dat elke onschuldige overtreding voortaan zeer streng wordt aangepakt. Een Utrechtse agent schrijft jaarlijks gemiddeld 36 processen-verbaal uit, wat natuurlijk te weinig is. De minimumgrens zal dit jaar tot 160 boetes worden opgekrikt, wat op een toename van meer dan vierhonderd procent neerkomt. Wie aan het einde van het jaar die norm niet heeft gehaald, wordt op het matje geroepen en schaadt daarmee zijn carrière.
'Wij weten uit gekkigheid niet wat wij moeten verzinnen om niet onder die vitale grens van 160 te zakken’, klaagde een van de twee dienders terwijl hij de bon voor het aansteken van een illegaal waxinelichtje aan het uitschrijven was. De andere agent, die jaloers naar de nerveuze pen van zijn collega lonkte, vroeg me plotseling grijnzend: 'Heeft u zojuist toevallig niet een beetje wildgeplast?’ Ik schudde nee met mijn hoofd en wees naar mijn beide handen, die voorlopig niets anders dan een kaars konden vasthouden. De agent liet zich niet van zijn apropos brengen en duidde met een kingebaar mijn kruis aan.
'Uw gulp staat in ieder geval nog open, wat bij mij gelijkstaat aan seksuele intimidatie, potloodventerij, uitlokking, aanzetten tot prostitutie.’ Zijn boekje te voorschijn toverend zuchtte hij: 'Enfin, kiest u maar uit. En wat die rellen in Groningen betreft, vergeet nooit de woorden van onze voorzitter van het Nederlands Politie Instituut E. d'Hondt: een agent is per definitie geen angsthaas, maar zijn eigen veiligheid gaat altijd voor. Dus voor spugen, neuspeuteren op de openbare weg, nagelbijten, broekophalen, kauwgom op straat weggooien of een sigaretje in een rookvrije ruimte aansteken kunt u op ons rekenen. Voor de rest springen wij weer de bosjes in.’