Angstig, zwalkend,

Er is inmiddels reden ons zorgen te maken over de verappingedammisering van de fiere, onverveerde vrijstaat Amsterdam.

De aanwezigheid van die illegale prostituées, op hun spookachtige afwerkplekken aan de gemeentegrens, vormt ongetwijfeld qua openbare orde een groot probleem, al zijn de individuele problemen van die zieke, heroïneverslaafde schlemielen waarschijnlijk nog heel wat groter. Om maar te zwijgen over het probleem dat er, zo te zien, weer een competentiekwestie is uitgebroken tussen burgemeester Schelto Patijn en zijn opperdiender Eric Nordholt, ondanks het feit dat de laatste ooit heeft beloofd in de toekomst zijn gemak te zullen houden. Het was blijkbaar te veel gevraagd. De temperamentvolle politiechef is weer druk bezig met zijn gummiknuppeltje te zwaaien. Natuurlijk ontkennen de beide functionarissen, Patijn en Nordholt, dat er sprake is van beleidsmatige meningsverschillen en ondertussen is er in Amsterdam en ommelanden geen mens die daar een woord van gelooft.
In één opzicht zijn de heren het met elkaar eens. Zij streven naar wat de stadssocioloog Lodewijk Brunt de ‘militarisering’ van de openbare ruimte noemt: de pogingen om op agressieve wijze allerhande ongeregeld uit het straatbeeld te verwijderen.
Zo'n beleid valt tot op zekere hoogte te verdedigen.
Een stad moet bewoonbaar en vertoonbaar zijn, zonder een overdosis aan graffiti, hondevuil en geluidsoverlast. Opgefokte junks die je tasje afpakken of je auto openbreken zijn evenmin een bijdrage tot een aangenaam leefklimaat. Maar dat wéét je, als je van Lutjewier naar Amsterdam verhuist. Dit soort verschijnselen zijn nu eenmaal de schaduwzijden van het wonen in de grote stad. Daar gebeurt meer (ten positieve en ten negatieve) dan op het gedisciplineerde, zelfgecontroleerde platteland. Een stad, een echte stad, hoort binnen de grenzen der redelijkheid een zekere smoezeligheid te vertonen.
Een stad, een echte stad, is enigszins smerig, rommelig en lawaaierig. Zo ook Amsterdam.
Het wonen in (bijvoorbeeld) Den Haag heeft onmiskenbaar zijn voordelen. Daar kun je nog ongestoord met je oude moeder over de Lange Poten wandelen. Maar verder is de gemeente door stilstaand water omgeven. Het drugsgebruik speelt zich daar grotendeels binnenskamers af en de paar vierkante meter waarop de lokale prostitutie is geconcentreerd is zo reuk- en kraakvrij, dat men als consument het gevoel heeft naar een receptie in plaats van naar de hoeren te gaan.
Het verschil tussen Amsterdam en (bijvoorbeeld) Den Haag is onder meer, dat je in Amsterdam het risico loopt door een bedelaar te worden aangesproken met de vraag of je misschien een gulden voor een kop koffie kunt missen. Tegen dit verschijnsel is van overheidszijde ook al op een onzinnige wijze tekeer gegaan, alsof er ook maar een mens is die last van die deernis wekkende types heeft.
Drop outs, om het even of het bedelaars of heroïnehoeren zijn, vormen echter een ongewenst onderdeel van de VVV-propaganda. Dus worden de heroïnehoeren achter hun rokken en de bedelaars achter hun vodden gezeten, de straatmuzikanten aan banden gelegd, compromitterende plaatjes uit de kaartenmolens verwijderd, de caféterrassen door de terrassenpolitie de maat gemeten en de haringkramen en bloemenstalletjes de wacht aangezegd.
Dit laatste is ook al zo'n voorbeeld van bestuurlijke radeloosheid. Wat hebben de uitbaters van zo'n haringkraam of bloemenstal misdaan? Wat is er tegen om haringen of pioenrozen te verkopen? De betreffende optrekjes vormen een pittoreske bijdrage tot de levendigheid van de stad.
(De dienstdoende wethouder denkt er anders over. De haringkramen en bloemenstalletjes, meent zij, zijn een bedreiging voor het stedeschoon.
Welk stedeschoon, eigenlijk? In werkelijkheid laat de overheid zich daar weinig aan gelegen liggen, gezien de softporno op de billboards, het valse oranje van de tot een ordinaire reclamezuil vertimmerde gemeentetram of het neon gevelbehang op het Damrak dat er zo oogverblindend ordinair uitziet dat je als toerist geneigd bent weer onmiddellijk het Centraal Station in te vluchten, richting Berlijn of Kopenhagen.
Amsterdam is de stad van de wilde plakkers, een activiteit die ongetwijfeld in strijd is met een of andere gemeentelijke verordening. Mag dus niet. Wat is er aardiger en onschuldiger dan een straatmuzikant - voor deze activiteit moet je inmiddels je middenstandsdiploma, een vestigingsvergunning en een legitimatiebewijs kunnen tonen.
Er bestaan mensen die een paar struikjes nederwiet op hun balkon trachten te telen, een onschuldig, zij het officieel illegaal genotmiddel. Het aardige van Amsterdam is dat er in de stad, bij de bevolking, een algemeen besef bestaat dat dergelijke dingen allemaal best kunnen worden getolereerd, en het onaardige van Amsterdam is dat men hierover ten stadhuize inmiddels anders denkt.
Waar leidt die onbeteugelde regeldrift allemaal toe? De volgende stap - let op! - is dat ons het gezellig neuken in de bosschages van het Vondelpark wordt verboden.
Bent u al naar de Jan-Steen-tentoonstelling geweest, dames en heren van het college van burgemeester en wethouders? De schilder documenteerde een tijdperk van grote, ongereguleerde pret dat niet toevallig als de Gouden Eeuw de geschiedenis is ingegaan.
Het nieuwste bericht van het stadsmilitariseringsfront betreft trouwens de junk die op het Damrak zat met een bordje 'I’m homeless and hungry’ tussen zijn knieën. Zeer aan de drugs, ernstig ziek, zowel lichamelijk als psychisch. Het creatiefste dat de overheid wist te bedenken, was de man wegens bedelarij te verbaliseren en hem vervolgens - 'Bedelen veroorzaakt overlast en een verloederd straatbeeld’ - tot een geldboete te laten veroordelen.
Het geschiedde in het heldhaftige, vastberaden en barmhartige Amsterdam, op maandag 11 november, de verjaardag van Sint Maarten, de heilige die ooit de helft van zijn overjas aan een bedelaar cadeau deed.