Regisseur Martin Kušej over Wagners opera Der fliegende Holländer

‘Angstige mensen kun je gemakkelijk manipuleren’

De in Oostenrijk geboren regisseur Martin Kušej heeft heldere, gewelddadige opera’s laten zien (Lady Macbeth van Mtsensk, Die Gezeichneten) en een toneelregie van Woyzeck op een vuilnisbelt. Met Der fliegende Holländer wil hij het hebben over rechtse stromingen in Nederland.

‘ER ZIJN OOK nu mensen die er uitstappen en jaren over de wereldzeeën gaan zeilen, net zoals de fliegende Holländer uit de opera van Richard Wagner uit 1843. Waar ze zo rusteloos naar op zoek zijn? Het paradijs, een nieuw vaderland, een vrouw, een gezin, rust? Ik weet het niet. Wagner was in die tijd op zoek naar een nieuw, een verenigd Duitsland. Dat was zijn manier om revolutionair te zijn in 1848. Dat het verhaal over een Nederlandse zeeman gaat, speelt voor ons geen rol, dat zou te voor de hand liggend zijn, hier in Amsterdam. Maar het gaat om een mythe en die geschiedenis speelt zich ook hier, nu, in Nederland af. Dat zal blijken als u de voorstelling ziet. We willen het heel duidelijk hebben over bepaalde rechtse stromingen die in Nederland op dit moment de boventoon voeren.’
Martin Kuej is 49 jaar geleden, in 1961, in Oostenrijk geboren. Hij oogt als de sportman die hij ook had kunnen zijn (hij was ooit professioneel handballer, maar koos toen hij 22 jaar was voor het toneel). De tijden zijn veranderd, helaas. Het is nog maar kort geleden dat Nederland parmantig voorstelde Oostenrijk vanwege de rechts-extreme politicus Hayder te boycotten. Nu verdiept een Oostenrijkse regisseur zich in de recente Nederlandse geschiedenis en ziet hoe sterk de angst voor vreemdelingen hier is. Martin Kuej: 'Vorig jaar heb ik in Zürich Interview als toneelstuk geregisseerd, naar de film van Theo van Gogh, dan houd je je vanzelf bezig met wat er in Nederland aan de hand is. Maar je wordt er ook mee geconfronteerd wanneer je naar het nieuws kijkt, of het nu in Oostenrijk is, in Amerika of hier in Nederland. Je kunt je ogen er niet voor sluiten. Hoe liberaal dit land schijnbaar is, de populistische politieke druk is hier enorm.’

WAGNER heeft lang aan Der fliegende Holländer gewerkt, bijna twintig jaar. Dirigent Hartmut Haenchen heeft een bijna wetenschappelijk onderzoek verricht naar de verschillende versies van de opera, maar volgens Kuej, die graag met Haenchen samenwerkt, hebben ze voor een van de eerste versies gekozen. Het verhaal van het jonge meisje Senta, dat verstrikt raakt in de mythe van de vervloekte Hollandse zeeman en zich uiteindelijk voor hem opoffert, speelt zich af in een bedrijf.
Kuej: 'Het gaat mij niet zozeer om het verhaal, maar om de mythe. Zo'n mythe ontstaat om uitdrukking te geven aan iets wat er leeft in een maatschappij. Ik heb in eerste instantie overlegd met zijn vaste vormgever, Martin Zehetgruber. Omdat we elkaar al zo lang kennen gaat dat vrij snel. Eerst deden we daar vijf weken over, nu zijn we er vaak al in een paar dagen uit. We hebben onszelf drie vragen gesteld. De eerste is: in welke tijd situeren we onze voorstelling? Dat was direct duidelijk: in het heden. Dan stelden we ons de vraag wat in deze tijd scheepvaart eigenlijk is. Het gaat nu niet meer om zeilschepen, maar om containerschepen, cruiseschepen en om de boten waarmee donkere mensen uit de hele wereld naar Europa komen. De derde vraag was: wat vertelt deze opera over de maatschappij, wat is de achterkant van het verhaal? De opera gaat over zwerven, reizen, over migratie. Vakantie en migratie zijn twee kanten van één medaille. Waar wij op vakantie gaan, daar komen de immigranten vaak vandaan. Daarom kiezen we als toneelbeeld voor een grote transitruimte, met een enorm raam dat uitzicht geeft op de zee.
Als ik aan een stuk werk, probeer ik iets er uit te begrijpen dat ik naar de tegenwoordige tijd kan vertalen. In deze opera komt een koor van spoken voor, de bemanning van het schip van de vliegende Hollander. Dan vraag ik me af wat ons nu bang maakt, wat onrust wekt, wat je niet wilt zien als je er voor staat. Dat is bijvoorbeeld de immigrantenbeweging, uit Afrika, uit Azië, uit Arabië, die mensen die almaar proberen naar Europa te komen. Het is niet alleen een kwestie van reële politiek, het is ook een angst op een meer poëtisch niveau: de angst voor de donkere man, die ons geld af wil nemen, onze arbeidsplaatsen, onze vrouwen en ik weet niet wat. Met dat idee speel ik en daarom is het spookkoor van zeelieden in onze voorstelling een gezichtsloze, zwarte massa, die je ook ondubbelzinnig mag associëren met de immigranten uit Afrika. Vooral in het derde bedrijf wordt dat interessant. De mensen aan wal hebben een soort feest, zoiets als Nederland op Koninginnedag. Wij hebben het perspectief omgedraaid. Bij ons zit het koor van zwarten niet in de coulissen, maar voor op het toneel, we kijken vanuit hun perspectief naar die blanke wereld, waar ze door een hek van zijn gescheiden. Eerst worden ze uitgenodigd mee te doen, dan wordt de stemming steeds agressiever en provocerender. De blanke massa achter het hek wordt steeds gevaarlijker, en dan is er natuurlijk die machtige muziek van Wagner, die associatief met het Duitse Rijk te maken heeft, waardoor chauvinisme en nationalisme ook altijd meespelen.
Het gaat niet specifiek om de situatie in Nederland. Ergens anders zou ik het ook zo regisseren, want de politieke situatie is bijna overal hetzelfde. Dit is het soort theater dat ik nu eenmaal maak. Het gaat mij niet om de actuele politiek, maar iets wat zich op een ander, een meer poëtisch niveau afspeelt. Ik ben geen politieke activist, het gaat me om de andere blik die kunst op een situatie kan werpen. Als regisseur gaat het me om de menselijke afgronden, de dingen die we allemaal kennen, waar we bang voor zijn, de dood, het geweld, maar ook liefde en het fundament van menselijk samenleven.’

ZIJN VEELGEPREZEN regie van Lady Macbeth van Mtsensk van Sjostakovitsj frappeerde juist door de openheid en tijdloosheid, die het publiek de mogelijkheid geven zich in deze vrouw te verplaatsen. Kuej zegt daarover: 'Het ging mij toen in de eerste plaats om het Russische platteland. Hoe ziet dat eruit? Kou, modder, regen, ze zitten daar vanaf het begin midden in de stront. Maar ik ben vooral trots op het slotbeeld. Ik heb daar toen geen Siberische goelag willen laten zien waar de gevangenen naartoe worden getransporteerd, maar een soort van hel, waar je halfnaakt door het water gaat en er helemaal niets meer is, alles heeft alle zin verloren. Een nachtmerrie, maar voor mij is een nachtmerrie altijd iets wat al aanwezig is en dat plotseling tot een uitbarsting komt. Volgens Büchner is de zogenaamde beschaving maar een heel dun laagje, waar je zo doorheen kunt breken. Dat zag je ook in mijn regie van Die Gezeichneten van Schreker, dat hier ook te zien is geweest. Eerst loopt iedereen ontspannen rond en kijkt naar kunst. Maar dan blijken er ook zéér gewelddadige neigingen te zijn. Als men de mensen manipuleert komt er heel veel agressie en perversie uit. En angstige mensen kun je heel gemakkelijk manipuleren.’
Vaak staan in Kuej’s voorstellingen de slachtoffers van de maatschappij centraal. Zoals hij in deze opera van Wagner het spookkoor van zwarte mensen naar voren haalt. 'Ik interesseer me nu eenmaal meer voor mensen die worden onderdrukt of uitgebuit dan voor koningsdrama’s. Daarom is Shakespeare niet mijn lievelingsauteur, behalve in de zeer effectieve bewerkingen die Verdi heeft gemaakt van Macbeth en Othello. Othello begint bij Verdi direct met een onweer. Ik houd erg van zulke sterke effecten in het theater.’

MARTIN KUŠEJ is in Zuid-Oostenrijk geboren, vlak over de grens waar toen Joegoslavië lag en nu Slovenië. Maar voelt hij zich Oostenrijker? 'Zeker, absoluut, dat is verschrikkelijk genoeg. Maar die Oostenrijkse cultuur heeft me nu eenmaal gestempeld, dat kan ik niet meer veranderen. De leugenachtigheid, het geïntrigeer, dat likken naar boven en trappen naar onderen. En ook die dubbelzinnige houding tegenover de grote cultuur uit het verleden. Het paradoxale is dat men trots is op kritische auteurs als Thomas Bernhard, Elfriede Jelinek en Peter Handke, en tegelijk worden ze gehaat. Maar toen ik volwassen was, ben ik bewust naar Ljubljana gegaan om ook de Sloveense kant van mijn identiteit te onderzoeken. Ik moest de taal leren, want Duits is mijn moedertaal, maar ik heb er twintig jaar gewerkt in een heel bijzondere tijd. Ik begon onder het communisme. Daarna maakte ik de burgeroorlog van nabij mee: ik zag het aankomen en vluchtte naar mijn ouders net over de grens, daar hoorde je het kanongebulder en de overvliegende jets. Daarna werkte ik in het onafhankelijke Slovenië en Slovenië als EU-lid. Zeer interessant.’
Nu gaat hij naar München, in Zuid-Duitsland, dicht bij Oostenrijk, waar hij leider wordt van het Bayerisches Staatsschauspiel. Is dat toeval? 'Nee, het is een bewuste keuze. Ik heb twaalf jaar in Hamburg gewoond. De eerlijke en open cultuur daar beviel me heel goed. Maar het aanbod dat ik uit München kreeg was voor mij heel interessant. München is een nouveau riche-stad, met al die Lederhosen, maar het is ook een superspannende stad waar mensen trots zijn op hun theater en hun musea.’
Betekent het dat hij voortaan geen opera’s meer zal regisseren? 'Dat zal ik nog maar weinig kunnen. Als regisseur vind ik opera’s trouwens vervelend om te doen. Het werken met toneelspelers vind ik veel creatiever en complexer, daar heb ik veel meer plezier in. Met regie zoals ik dat wil doen heeft opera meestal maar weinig te maken. Je moet alles heel lang van tevoren bepalen, het is vaak vooral een kwestie van organisatie, niet van communicatie. Ik zie het regisseren meer als gemeenschappelijk creatief werk. Ik praat met de toneelspelers en dan ontwikkelt zich bij hen een idee dat ze met hun eigen middelen creatief kunnen vertalen. Soms gaat dat ook in de opera goed, zoals nu bij deze Holländer. De vier protagonisten zijn fantastische partners om mee te werken. Er veranderde ook iets tijdens de repetities. Ik was er voor we begonnen van overtuigd dat er geen sprake was van liefde tussen de Hollander en het meisje Senta, alleen maar verlangen. Maar vooral Catherine Naglestad, die Senta speelt, heeft mij er tijdens de repetities van overtuigd dat het wel degelijk een liefdesgeschiedenis is, en dat is mooi, want die liefde mislukt toch aan het einde.
Overigens word je soms ingehaald door de werkelijkheid. Ik had een jaar geleden bedacht, het leek me heel extreem, dat er op die zwarte mensen geschoten zou worden, want Eric, die ook van Senta houdt, is een jager. Het leek me heel bizar om dat te laten zien, erg overdreven. Maar twee weken geleden werd er in Italië op migranten jacht gemaakt en er werd op ze geschoten. Zo vreemd is de relatie tussen politiek en kunst.’


Der fliegende Holländer bij De Nederlandse Opera, regisseur Martin Kuej, dirigent Hartmut Haenchen, is te zien in Amsterdam van 1 t/m 28 februari. Informatie: www.dno.nl