Turkije en de Nederlandse moskeeën

Angstreflexen en complottheorieën

De greep vanuit Turkije op de Turks-Nederlandse geloofsgemeenschap wordt sterker. Nederland dringt daarom aan op voorgangers die de Nederlandse taal spreken en een liberale islam prediken. Is dat wel mogelijk?

President Erdogan ® en Diyanet-voorzitter Ali Eras tijdens een gebed bij de opening van een nieuwe moskee in Keulen. 29 september 2018 © Martin Meissner / AP / ANP

Orkun Baytemir werd vorig jaar gevraagd of hij voorzitter wilde worden van het bestuur van de grootste bij Diyanet Nederland aangesloten moskee in de regio Brabant. De medewerker bij de Raad voor de Kinderbescherming en voormalig gemeenteraadslid in Tilburg zag het niet zitten. ‘De moskeekoepelvereniging schiet tekort in haar maatschappelijke rol’, licht hij zijn beslissing toe. ‘Na een halve eeuw migratie zou je verwachten dat Diyanet wordt geleid door mannen én vrouwen die Nederland goed kennen. Maar ook het nieuwe bestuur staat onder leiding van een imam uit Turkije, die uiterst bekwaam is opgeleid in de islamitische theologie, maar die niet is geworteld in de Nederlandse samenleving.’

De moskee-organisatie ziet zichzelf vooral als de werkgever van de door Turkije gestuurde imams, meent Baytemir, en opereert te weinig als een religieuze organisatie die op een betrokken manier deelneemt aan de Nederlandse maatschappij. ‘Het is wat elk plaatselijk moskeebestuur er zelf van maakt.’

Nederland telt zo’n 425.000 mensen met een Turkse achtergrond en Diyanet – officieel de Islamitische Stichting Nederland (isn) – heeft via de 148 aangesloten moskeeën contact met zeker een derde van hen. De koepel verzorgt naast erediensten ook koranonderwijs en de bedevaart naar Mekka. Er is zelfs een uitvaartverzekering die de begrafenis in Turkije dekt.

De parlementaire commissie naar ongewenste, religieuze beïnvloeding uit onvrije landen die vorige week haar eindrapport presenteerde heeft ook nadrukkelijk naar Diyanet gekeken. Belangrijkste vraag daarbij: oefent de autoritaire regering in Turkije via de moskeekoepel ongewenste invloed uit op de Turkse diaspora?

Diyanet werd in 1982 in Nederland opgericht. In de beginjaren predikten de uit Turkije gezonden imams een vorm van staatsislam die het seculiere Turkije van Atatürk kenmerkte. De nadruk, zeggen betrokkenen, lag op de eredienst, de islamitische rituelen en het voorkomen van radicalisering. De plaatselijke moskeebesturen droegen hun onroerend goed over aan Diyanet Nederland. Deze inmiddels indrukwekkende hoeveelheid gebedshuizen, winkels en huizen fungeert nu ook als onderpand voor leningen, voor bijvoorbeeld de bouw van nieuwe gebedshuizen of onderhoud en verbouwingen van bestaande.

Vanaf het begin van deze eeuw begaf Diyanet zich – naast de religieuze zaken – meer en meer ook op het sociale, culturele en maatschappelijke domein: voorlichting en debat, sport en recreatie, een jongerenorganisatie en vrouwenafdeling. Voorheen het terrein van de in 1979 opgerichte Turks-Islamitische Federatie (ticf). Die koersverandering valt samen met twee ontwikkelingen: na 9/11 kwam de islam in een kwade reuk te staan waartegen moslims in het Westen zich collectief teweerstelden én de komst in 2002 van de religieus-nationalistische akp-regering in Turkije.

‘Het Westen wordt ervan beschuldigd islamofoob te zijn en terrorisme te ondersteunen’

De huidige Turkse machthebbers hebben het perspectief van het moderne, seculiere Turkije van Atatürk losgelaten. De scheiding van kerk en staat wordt in woord nog erkend, maar het idee dat religie geen centrale rol speelt in het publieke leven is opgegeven. Het staatsapparaat heeft zich vervlochten met de volksislam.

‘Sinds de komst van president Erdogan heerst een toenemende antiwesterse visie, waarin ook Turks-Nederlandse burgers wordt voorgehouden dat het land waarin ze wonen de vijand is’, constateert de parlementaire ondervragingscommissie in het eindverslag (On)zichtbare invloed. Ze signaleert dat ‘statelijke actoren’, zoals Turkije, imams betalen, ‘met als doel het verwerven en bestendigen van politieke steun voor binnenlands gebruik’. Daarbij verwijzend naar het principe wie betaalt, bepaalt.

De greep vanuit Turkije op de Turks-Nederlandse geloofsgemeenschap was tot voor kort expliciet vastgelegd in de statuten van Diyanet Nederland. Het Presidium voor Godsdienstzaken in Ankara leverde de voorzitter voor het landelijke bestuur, een functie die samenviel met die van de attaché Geloofszaken op de ambassade. ‘Religie is in Turkije nu eenmaal een staatszaak’, legt Erik-Jan Zürcher uit. Het is volgens de emeritus hoogleraar Turkse talen en culturen in Leiden dan ook logisch dat Diyanet zich voegt naar het politieke programma van de Turkse regering. ‘Dat is altijd het geval geweest.’ Nieuw zijn echter de sterk antiwesterse of anti-Europese standpunten die de huidige regering in Ankara inneemt. ‘Het Westen wordt ervan beschuldigd hypocriet en islamofoob te zijn en terrorisme te ondersteunen.’

In zijn verhoor voor de parlementaire ondervragingscommissie benadrukte hij ‘dat we te maken hebben met een land waar de politieke leiding een boodschap uitdraagt die tegen Nederland is gericht en dat brengt de Turks-Nederlandse gemeenschap in de problemen’.

Die verwevenheid met de politieke ontwikkelingen in Turkije in de Diyanet-moskeeën werd pijnlijk zichtbaar in 2016, na de mislukte coup in Turkije. De toenmalige Turkse religieus attaché Yusuf Acar verzamelde inlichtingen voor Ankara over de Gülenbeweging en haar sympathisanten in Nederland. Het cda noemde hij een ‘gülenistenbolwerk’. De Tweede Kamer zag hierin de zoveelste ongewenste inmenging vanuit Turkije in het leven van Turks-Nederlandse burgers. Acar werd teruggeroepen naar Turkije en na veel vijven en zessen is tussen Ankara en Den Haag een akkoord bereikt over een nieuwe organisatiestructuur waarbij de Turkse diplomatieke dienst in Nederland (op papier) meer op afstand staat van de Diyanet-moskeeën hier. De nieuwe voorzitter van de koepelorganisatie is de imam van de Mescid-i Aksa Moskee in Den Haag, de rest van het bestuur bestaat uit mannen – geen enkele vrouw – van lokale moskeebesturen. ‘Ik had het goed gevonden’, zegt Baytemir uit Tilburg, ‘als Diyanet een in Nederland gewortelde voorzitter had kregen die meer naar buiten zou treden en zich zou verbinden met lokale gemeenschappen. Nu overheersen angstreflexen en complottheorieën.’

De Fatih-moskee in Soest is onderdeel van Diyanet. Augustus 2013 © Bram Petraeus / ANP
‘Erdogan staat expliciet op voor zijn mensen in het buitenland. Dat wordt gewaardeerd’

De achterban van Diyanet in Nederland is uiterst divers: van seculiere moslims die zich politiek verwant voelen met de door Atatürk gestichte sociaal-democratische chp, tot aanhangers van de AK-partij en de ultranationalistische mhp. Verschillende moskeebestuurders voelen zich daarom ongemakkelijk bij de groeiende politieke invloed vanuit Ankara, zegt een ingewijde. ‘Hun achterban is immers breder dan het electoraat van de AK-partij in Turkije.’

Een andere complicerende factor is dat de in Nederland opgegroeide moslimjongeren steeds beter zijn opgeleid. Op sociaal-cultureel gebied zijn ze vaak conservatief, net als hun ouders, maar ze combineren dit met progressieve denkbeelden over globalisering en diversiteit. De ouderen moeten hier niets van hebben. Zij zien het gebedshuis nog primair als hún Turkse gebedshuis waar ze elkaar ook buiten de gebedstijden om ontmoeten. Ze brengen er belangrijke uren van de dag door. Met hún spaargeld is immers de bouw of de aankoop van het moskeegebouw bekostigd. ‘Voor gelovigen zoals ik die in Nederland zijn opgegroeid’, licht Baytemir toe, ‘weegt hun moslim-zijn zwaarder dan hun etnische achtergrond. We verbinden ons met actuele en brandende maatschappelijke vraagstukken in Nederland. We verwachten dat moskeebesturen professionaliseren, de moskee zich verbreed tot een kenniscentrum van de islam ten dienste van zowel de moslims in Nederland als de samenleving in den brede.’

De Leidse onderzoeker Ömer Gürlesin noemt dit elitereligiositeit. Hoogopgeleide jongeren, legt de promovendus uit in het Leidse universiteitsblad Mare, staan opener voor nieuwe informatie. ‘Ze twijfelen vaker aan hun geloof en hechten waarde aan intellectuele beloningen, zoals het zien van Allah in de hemel.’

Mehmet Yamalı heeft de afgelopen jaren geprobeerd om de deuren van de Fatih-moskee in hartje Amsterdam voor een breder publiek te openen: een iftar voor de buurt, een kunsttentoonstelling waar ruim duizend mensen op afkwamen. ‘Maar de oudere generatie vindt dat verstorend werken’, ervoer hij. Dat verschil in de rol die de moskee in de levens van de eerste en latere generaties migranten speelt, was goed zichtbaar na de lockdown als gevolg van de Covid-19-uitbraak. Jongeren hadden hun werk, maar de ouderen vereenzaamden en raakten gestrest. Ze zaten opgesloten in hun vaak krappe huizen, verstoken van het dagelijkse praatje met leeftijdsgenoten in de moskee. Ze konden gedurende deze bange en onzekere tijd waarin dood hét gesprek van de dag was op radio en televisie en sociale media zelfs de imam niet even aanklampen. Ze bestookten het bestuur met vragen over waarom het gebedshuis niet eerder dan 1 juli weer openging. Een andere betrokkene omschrijft het als de complexiteit van gelijktijdigheid. ‘De eerste generatie wil het vooral bij het oude laten. De rust en zekerheid van het vertrouwde Turkse gebedshuis is heilig voor hen. De generaties na hen zijn in beweging, eisen een eigen plek op. Het is een ingewikkelde kluwen die voor veel interne spanningen zorgt.’

‘Diyanet poogt nu alle hoeken van de Turkse diaspora te controleren’, concludeert Semiha Sözeri, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Ze onderzoekt onder meer het pedagogische klimaat op koranscholen van Diyanet-moskeeën in Nederland en publiceert samen met collega-wetenschappers op basis van Nederlandse voorbeelden over hoe Diyanet een instrument is geworden van de Turkse buitenlandse politiek. ‘De uitgezonden Turkse imams, die immers Turkse ambtenaren zijn, zijn niet alleen religieuze voorgangers, maar ook de bewakers van het concept van Turkishness: je blijft loyaal aan Turkije, waar je ook woont. Kinderen krijgen die boodschap op de koranschool mee, stelt de Amsterdamse wetenschapper. ‘In die zin fungeert de koranschool ook als een schild tegen wat als assimilatiekrachten in de Nederlandse samenleving wordt ervaren.’

In de lessen in de moskee leren de kinderen onder andere ook het Turkse volkslied, en op sohbet-avonden (gespreksavonden) voor de oudere jeugd wordt over het moederland gepraat, de vlag, de religieuze plichten, de eigen cultuur, de familiestructuren. Een ingewijde zegt: ‘Erdogan staat expliciet op voor zijn mensen in het buitenland. Met de uitsluiting van moslims in Europa als legitimatie voor zijn betrokkenheid. En dat wordt breed gewaardeerd.’

Het Vaticaan bepaalt de geloofsleer van het katholicisme. ‘Dat is ook een staat’

De nationalistische en religieuze stemmen in Diyanet-moskeeën worden Kamerbreed al jaren als een reëel gevaar aangemerkt. Hierdoor keren de van oorsprong Turkse moslims zich af van de Nederlandse samenleving, zo vreest men. Moskeeën moeten daarom een Nederlandse bedding hebben. In notities aan de Kamer omschrijft minister Wouter Koolmees het als problematisch gedrag. Een vorm van ondermijning van de democratische rechtsorde die weliswaar binnen de grenzen van de wet valt – in Nederland mag elke maatschappelijke organisatie (waaronder ook religieuze) financiering ontvangen vanuit het buitenland – en daardoor moeilijk aan te pakken is.

Om het probleem toch te kunnen adresseren, is vorig jaar de interministeriële Taskforce Problematisch gedrag en ongewenste buitenlandse financiering opgezet. In de praktijk ervaart deze taskforce echter dat er weinig wettelijk houvast is ‘om het leven van een partij die niet coöperatief is het leven zuur te maken’. Een conclusie die de parlementaire commissie deelt: ‘De taskforce kampt met een gebrek aan bevoegdheden en capaciteitsproblemen.’

‘Natuurlijk is het belangrijk dat we imams hebben die met beide benen in de Nederlandse samenleving staan’, reageert Tom Zwart, onder meer hoogleraar cross-cultureel recht aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar wat de Tweede Kamer maar niet begrijpt, is dat Koolmees minister van integratie is, niet van spierballentaal.’ Hij doelt erop dat er in het Nederlandse bestel twee soorten gedragingen zijn: strafbare en toegestane. In zijn opinie wordt het politieke klimaat geschapen om hier nu de derde categorie van ongewenste gedragingen aan toe te voegen. ‘Een nieuw grondwettelijk model, de zogenaamde “strijdbare democratie”, dat van burgers verlangt dat zij de democratie in woord en daad actief beschermen. Wie die plicht verzaakt kan zijn baan verliezen en politieke partijen kunnen verboden worden.’ Daarmee wordt, aldus Zwart, afscheid genomen van ons huidige tolerante democratiemodel, waarin tegendraadse opvattingen welkom zijn. Zelfs als zij het belang van democratie en integratie in twijfel trekken. ‘Als er al goede gronden zouden zijn om zo’n nieuw model in te voeren, zou dat niet terloops in een brief moeten gebeuren, maar door middel van herziening van de grondwet.’

Zwart verwoordt het ongenoegen van veel islamitische instellingen, ook tegen de opzet van het parlementaire onderzoek dat veelal wordt omschreven als een politieke show met islamitische bestuurders in het beklaagdenbankje. De islam zou de democratische rechtsorde bedreigen, terwijl er geen enkel probleem van wordt gemaakt dat de geloofsleer van het katholicisme door de congregatie voor de geloofsleer in het Vaticaan wordt vastgesteld. ‘Vaticaanstad is ook een staat’, zegt Zwart, ‘en dat aanvaarden wij. Nederland is zelfs een missieland. Geld uit andere delen van de katholieke geloofsgemeenschap in de wereld wordt naar de Nederlandse kerkprovincie doorgesluisd. Daar maken we rechtsstatelijk geen bezwaar tegen. Kijk naar de anglicanen, die worden aangestuurd door de generale synode in Londen en aan het hoofd staat de koningin van Engeland.’

Deze ongelijke behandeling is de belangrijkste reden waarom bijvoorbeeld een moskeekoepelvereniging als Diyanet weigert aan de eisen vanuit de politiek en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te voldoen om hun financiën te overleggen. Waarom alleen moslimorganisaties? Volgens Roemer van Oordt, medeauteur van het boek Zuilen in de polder? Een verkenning van de institutionalisering van de islam in Nederland, is dat wat moslims in Nederland in den brede ervaren: ze willen hun religieuze achtergrond uitdragen, maar dat wordt stelselmatig geproblematiseerd. ‘Neem als voorbeeld het ritueel slachten. De Partij voor de Dieren neemt ondanks compromissen in convenanten opnieuw het initiatief om dat nog verder in te perken.’ Volgens Van Oordt eist de negatieve aandacht waarin de Turkse moskeekoepelvereniging al een aantal jaren staat – Diyanet Nederland is een verlengstuk van Ankara – een hoge tol. ‘Kamervragen en -brieven, moties, onderzoeken, hoorzittingen in de Tweede Kamer, overleggen op het ministerie van szw, evenals de parlementaire mini-enquête, het buitelt over elkaar heen. Dat bepaalt de agenda van het in meerderheid uit vrijwilligers bestaande centrale bestuur van de moskee-organisatie. Er blijft weinig tijd over voor andere zaken, zoals hervormingsprojecten.’

De insteek van de Nederlandse overheid en de Tweede Kamer is volgens menigeen helder: moslims moeten wel liberaal zijn. De reden waarom het ministerie van szw een nieuwe poging financiert – het liefst samen met andere Europese landen – om met de Vrije Universiteit in Amsterdam een imamopleiding op academisch niveau in Nederland op te zetten. Ondertussen zijn de argumenten waarom eerdere pogingen faalden, nog even valide: het geringe theologische niveau van de opleiding staat in geen verhouding tot de opleidingen tot religieuze voorgangers in Caïro, Istanbul of Medina. Alleen al voor het volledig uit het hoofd leren van de koran wordt drie tot vier jaar uitgetrokken. Verder wil de Nederlandse overheid dat alle moslims met één mond praten, maar vanwege de interne verdeeldheid van de islamitische geloofsgemeenschappen is het schier onmogelijk om tot een consensus te komen over alleen al het curriculum. Bovendien heeft, zo is in de afgelopen tien jaar gebleken, de nieuwe generatie Nederlandse moslims nauwelijks interesse in de baan van imam in een moskee. Het aanzien daarvan is laag, evenals het salaris.

De nieuwe generatie Nederlandse moslims heeft weinig interesse in de baan van imam

Om de regie in eigen hand te houden, werkt Diyanet in Nederland actief mee aan een imamopleiding van het Turkse Presidium voor Godsdienstzaken. Turks-Nederlandse jongeren worden op theologische faculteiten in Ankara, Bursa en Istanbul opgeleid, waarna ze door de Turkse staat als imam worden teruggezonden naar Nederland. Maar nog geen handvol van de ruim zestig studenten die inmiddels zo’n opleiding volgden, zijn daadwerkelijk teruggekomen en aangesteld in een Diyanet-moskee in Nederland, zeggen ingewijden. Een daarvan werkt in de Fatih-moskee in Amsterdam. Daar is bewust voor gekozen, vertelt Yamalı. ‘We krijgen een diverse groep moslims over de vloer, waaronder ook toeristen. Dat vraagt om een imam die weet wat het is om moslim te zijn in een land waar de islam geen meerderheidsreligie is.’

Hij hoopt dat de Diyanet-moskeeën de tijd krijgen om zelf oplossingen te zoeken voor het weerbarstige vraagstuk van een bredere bedding van moskeeën in Nederland. ‘Het gaat te ver om aan moslims te vragen om in enkele decennia in een samenleving te integreren die hun totaal onbekend was en die totaal onbekend was met de islam.’ Net als Yücel Aydemir van de Ulu-moskee in Utrecht, ziet hij vooralsnog geen alternatief voor de imams uit Turkije. ‘Als we niet goed opgeleide imams moeten binnenhalen, zitten moskeebesturen binnen de kortste keren met de handen in het haar. Het opent de deur voor de voorgangers met een verkeerd soort islam’, waarschuwde Aydemir tijdens een bijeenkomst in Amsterdam.

Waar Nederland feitelijk op aandringt, concluderen betrokkenen, zijn voorgangers die de Nederlandse taal spreken en een liberale islam prediken. Dus zonder de nationalistische en financiële invloeden. Maar welke maatregelen er nodig zijn om dat af te dwingen, zegt de parlementaire commissie niet. Het is aan de Tweede Kamer om daar na het zomerreces conclusies aan te verbinden.

Ingewijden hebben er een hard hoofd in dat dat wat betreft de Turks-Nederlandse geloofsgemeenschap gaat lukken. Want met hoeveel inzet het ministerie van szw ook nu al trekt aan hervormingsprojecten en een opleiding voor islamitische voorgangers, Turks-Nederlandse moslims en moskeebesturen zien die inspanningen voorlopig als kwalitatief ontoereikend. Nog afgezien van de vraag of alle 148 moskeeën financieel in staat zijn zelf het salaris van een religieuze voorganger op te brengen.

En zeker zo belangrijk: de gevoelens van gekrenktheid en miskenning van veel Turks-Nederlandse moslims, waar ook emeritus-hoogleraar Zürcher tijdens de verhoren voor de parlementaire ondervragingscommissie herhaaldelijk naar verwees, zijn inmiddels zo sterk dat de banden met Turkije juist gekoesterd worden. Met als gevolg dat degenen die hun nek wel uitsteken om de verknoping van de islam met Nederland te bevorderen, vermangeld worden tussen enerzijds de Nederlandse overheid die actief een liberale islam bepleit, en anderzijds de Turkse overheid die afdwingt dat de liefde voor de profeet hand in hand gaat met de liefde voor het ongedeelde herkomstland.

Een voorbeeld daarvan is de vrijdagpreek midden oktober naar aanleiding van de Turkse invasie in Noord-Syrië. De Turks-Nederlandse gemeenschappen werden opgeroepen zich terughoudend op te stellen naar demonstranten die zich tegen Turkije keren. Enkele dagen daarvoor was het tot een treffen gekomen tussen Koerdische en Turks-Nederlandse demonstranten in Rotterdam. Tegelijk werd in de slotparagrafen van de preek in het Turks gesteld dat de ‘Operatie Bron van Vrede’ is gericht tegen de terreurorganisaties (pkk en ypg). ‘Moge onze God onze veiligheidskrachten ondersteunen. Moge Hij ons vaderland en onze natie beschermen tegen elk gevaar.’


Voor dit artikel is met meer dan twintig mensen gesproken, van wie de meesten niet met naam en toenaam geciteerd wilden worden. De namen zijn bij de redactie bekend. Diyanet Nederland gaf ondanks vele pogingen geen gehoor aan het verzoek tot een gesprek