Animal farm

Alles was boer bij ons thuis, zover de stamboom reikte. Ik was de enige zoon en hield alleen van beesten.
Beesten worden op het land heel slecht behandeld. Dat zat me behoorlijk dwars. Ik nam mij voor dat te zijner tijd heel anders aan te pakken.

Toen mijn ouders, kort na elkaar, stierven, verzamelde ik de complete menagerie om mij heen, beklom de hooiwagen en sprak: ‘Vrienden, bedrijfsgenoten, de slavernij is voorbij. Jullie zijn de ware erfgenamen van deze boerderij. Wie vindt dat hij of zij de stal is ontgroeid, is van harte welkom in de mooie kamer op de deel.’
Mijn experiment is nu zo'n drie maanden oud. In de stallen klinkt continu muziek van Chopin en Rachmaninoff, er is airconditioning en er staan diverse kleurentelevisies. Omdat dieren natuurlijk gek op natuurfilms zijn, komen zij tegenwoordig hun stal niet meer uit. De varkens kijken het liefst naar de joods-muzelmannische kookrubriek en zij lachen zich rot als de andere beesten in de pan worden gehakt. De koeien kun je op hun beurt geen groter plezier doen dan met een kleurrrijke reportage uit India.
Ondanks de goede sfeer in onze boerderij ben ik toch enigszins teleurgesteld. Er gaat goedbeschouwd weinig van die beesten uit. Van zelfontwikkeling, inzet en ambitie is geen sprake.
Het spijt me te moeten zeggen, maar ze zijn geestelijk nogal lui. Het is een en al zelftevredenheid. Wat dat betreft doen ze me denken aan de hedendaagse jeugd - en dat doet pijn.