Kijken

Anna

Giotto bekeek de muur waarop hij zijn fresco ging maken zoals een regisseur een toneel bekijkt. Hij kijkt en wacht en kijkt. Dan ineens stapt hij naar voren, en maakt onverzettelijk een begin.

Giotto, De verkondiging aan Anna, ca. 1305. Fresco © Scrovegni (Arena) kapel, Padua, Italië

In het eerste huis zit Anna geknield op de grond. De ruimte die Giotto bedacht had, was geweldig – een open vorm nooit zo vermetel gezien. Eigenlijk is het een stevige omtrek van een huis. Het was een fresco in de bovenste reeks op de zuidwand van de Arena-kapel. Daar was Giotto begonnen. Het zat hoog op de muur, nog boven de smalle boogramen daar. Dus stel ik me de schilder voor, op een meter of zes hoog op een stellage van planken. Hij staat aandachtig te kijken naar de plek waar de schildering moet komen van ongeveer twee meter hoog. Natuurlijk wist hij wat de vertelling van het tafereel zou worden: de nog kinderloze Anna krijgt door een engel uit de hemel aangezegd dat zij toch zwanger zal worden. Giotto keek naar de ruimte van die plek op de muur en overwoog een passende mise-en-scène om er het verhaal in onder te brengen. Het stuk muur bekeek hij zoals een regisseur de afmetingen van een toneel bekijkt. Hij stelde zich figuren voor die bewegen en stilstaan. Op de ruwe muur was de plek met droge, grijze pleister geprepareerd om erop te kunnen tekenen.

Hij kijkt en wacht en kijkt. Dan ineens stapt Giotto resoluut naar voren en zet op het vlak van grijs, met enkele straffe bewegingen van houtskool, een harde rechthoek op de muur. Impulsief en onverzettelijk werd het begin aan ruimte in dit geweldige fresco zo vastgezet. Ik denk dat omdat ik net zo ongeduldig, bijna getergd, Iannis Kounellis in Umbrië in de weer heb gezien met gitzwarte vlekken die hij maakte met stukken stof die gedoopt waren in kokende teer. Kounellis, zag ik, was een collega van Giotto.

Giotto, De geboorte van Maria, ca. 1305. Fresco © Scrovegni (Arena) kapel, Padua, Italië

De rechthoek van houtskool werd de open inkijk in de woonruimte in Anna’s huis. De strakke omtrek staat iets naar rechts in de voorstelling. De muren en de sokkelvloer zijn, net als de achterwand van de kamer, parallel met het vlak van het beeld. De dieptewanden zijn naar links gericht. Tegen de linkermuur zien we een veranda onder een balkon op slanke pilaren. Van het balkon komt achterin een houten trap naar beneden. De architectonische vormgeving van het huis is beweeglijk en vol ruimtelijke variatie. Het interieur is ruim en voornaam.

De hoekige vorm lijkt precies op de omtrek van Anna’s huis

Tegelijk heeft het ook iets van een kijkdoos – door Giotto vooral bedacht als de schaduwrijke, ademloze kamer waarin Anna, midden daarin, stil kon bidden. Dat was de bedoeling van de mise-en-scène. Anna’s bidden is het hoofdzakelijke sentiment dat de ernstige stemming in de schildering bepaalt – meer nog dan de verschijning van de engel. Het licht in het interieur is eerder donker.

Intussen doen het volume van het huis, en het schemerlicht, mij denken aan een ander meesterwerk van Giotto, de Madonna in Maest à, een luisterrijk paneel met veel glanzend goud dat ooit hing te stralen boven het altaar van de Ognissanti-kerk in Florence. Ook vanwege de maat, meer dan drie meter hoog, is dat schilderij zo stevig als een gebouw. In het midden zit de Madonna op een gotische troon, omringd door een groepering van heiligen. Dat wil zeggen: zij wordt omgeven door een prachtig samengepakte symmetrie van profielfiguren. Die zijn weer gevat in een ruime lijst waarvan de hoekige vorm precies lijkt op de omtrek van Anna’s huis, rechthoek met driehoek bekroond.

Giotto, Madonna di Ognissanti, ca. 1310. Tempera op hout, 325 x 204 cm © Galleria degli Uffizi, Florence

De Madonna zit in volle glorie midden in haar altaar. Anna zit ook in het midden maar in profiel. Haar uitdrukking is er een van deemoed. Rondom haar stille gestalte is er nog veel te zien in de vertelling. Dat zijn realistische waarnemingen zoals die blijven hangen in de verbeelding van een wendzame verteller als bijvoorbeeld Dante, of anders in de voorstelling van een schilder. Dat meisje op de veranda, bijvoorbeeld, heeft Giotto ook zo zien zitten op een boerderij bij Padua.

Vier fresco’s verderop zien we het huis van Anna nog eens. Het lijkt hetzelfde interieur, maar door wat er in de vertelling gaande was, is de stemming opmerkelijk levendiger. Zojuist is Maria geboren. Nu moest Giotto verzinnen hoe hij in het woonhuis het gedoe van een kraamkamer moest uitbeelden. Het werd huiselijker. De baby in wikkels komt twee keer voor. Op de voorgrond, voorbij de stoep, staat een wasbekken. Twee meisjes op de grond hebben de kleine Maria gewassen en reinigen nu haar ogen. Het kraambed in het midden lijkt omvangrijker dan het bed in het eerste huis. Er is nu ook ruimte aan de andere kant: daar leggen vrouwen van het gezelschap het kind in de handen van haar moeder. Alles gaat met tederheid. Het mooist is het licht in de schildering. De linkergevel is helder verlicht; het licht van de zon komt van links uit het blauw. Op de veranda brengt een vrouw brood. Van binnen heeft de dienstbode, om het aan te pakken, de deur opengemaakt. Het was wonderbaarlijk. Bijna ongemerkt stroomt nu het zonlicht door de open deur naar binnen. Binnen rond het bed wordt het heel licht. Het rood straalt.