Dezelfde dag kwam het antwoord uit New York: negatief. Drie maanden later moest Dallaire zijn troepen uit de catastrofe loodsen die hij niet had mogen voorkomen. Wenend deed de gehoekte militair jaren later zijn verhaal voor een VN-tribunaal. Wie had de ‘genocide-fax’ gezien? Ik niet, hield Kofi Annan vol, hoewel de fax namens hem was verstuurd. Hij werd geloofd, want later werd hij verkozen tot secretaris-generaal van de VN. Maar als hoofd vredesoperaties was hij wel de hoogst verantwoordelijke in de zaak-Rwanda. Volgens Annan was de fax behandeld door een naaste medewerker, zijn huidige kabinetschef Iqbal Riza. Volgens Riza viel ingrijpen niet onder het mandaat van de VN-macht. Meer voor de hand ligt dat niet werd ingegrepen om politieke redenen, bijvoorbeeld omdat de Amerikanen na de vernedering in Somalië geen zin hadden in een nieuw Afrikaans avontuur. Of vanwege het soevereiniteitsbeginsel, dat toentertijd nog serieus werd genomen. Omdat de verdenking nooit is weggenomen, besloot Annan tot een onderzoek naar het optreden van de VN in de zaak-Rwanda. Althans, dat voornemen stond in een ‘uitgelekte’ brief die hij eind maart schreef aan de voorzitter van de Veiligheidsraad. Nu gaat er genoeg mis in de VN-bureaucratie, maar het doorspelen naar de pers van een brief van de hoogste baas was daar nog niet bij. Het heeft er dan ook de schijn van dat de brief expres is gelekt. Maar waarom, als Annan werkelijk van plan is een onderzoek te beginnen? Zo'n onderzoek duurt natuurlijk lang, en wie weet wat het allemaal aan het licht brengt. En zoveel aandacht krijgt het lustrum van de genocide nu ook weer niet. Wellicht is de suggestie van een onderzoek ook wel genoeg.