Ger Groot

Anne

Anne is Ana geworden en vanaf alle Madrileense bushaltes kijkt ze je op posterformaat lachend aan. Sinds een aantal maanden loopt in het voormalige Calderón-theater van de stad (inmiddels omgedoopt tot Teatro Häagen-Dazs Calderón) de musical El diario de Ana Frank en dat zullen de Madrilenen weten. Of het veel heeft uitgehaald, weet ik niet. Als ik er op de matineevoorstelling van Eerste Paasdag binnenschuif, blijkt de zaal redelijk gevuld, maar lang niet uitverkocht.
Een vreemde ervaring is het wel: een soort fantasie-Amsterdam op het toneel, met fietsen die voorzien zijn van on-Hollandse handremmen (de terugtrapnaaf bestaat in Spanje niet) en als geluidsdecor bij het dimmen van het licht een gebulder van bommen en kanonnen alsof de stad ooit in de vuurlinie gelegen had. Wanneer de familie Frank halverwege het stuk door het zolderraam kijkt naar een bombardement ‘in Amsterdam-Noord’, vraag je je af hoeveel mensen in de zaal zich realiseren dat het daarbij voornamelijk om haveninstallaties ging. En dat het geen Duitse maar Engelse bommen waren die daar vielen.
De Tweede Wereldoorlog is in Spanje altijd een wat mistige grootheid gebleven. Het land bleef er officieel buiten en had bovendien zijn eigen Burgeroorlog te verwerken. Het franquisme had er weinig belang bij te herinneren aan de verloren strijd van zijn geestelijke bondgenoten, wier nederlaag misschien nog wel compromitterender was dan hun misdadigheid. En toen het land eenmaal democratisch geworden was, gold de Vergangenheitsbewältigung allereerst datzelfde franquistische verleden. Ook die lijkt, net zoals dat met de Tweede Wereldoorlog was gebeurd, pas een kwart eeuw later werkelijk op gang te zijn gekomen.
Wat in Nederland sinds de herfst van 1979 net als in Amerika de holocaust is gaan heten heeft in Spanje dan ook slechts de vage klank van de dooddoener, of zelfs dat niet. In zo’n land heeft een spektakel dat er bij het grotere publiek gemakkelijk in gaat zin. Dat was voor de Anne Frank Stichting dan ook de belangrijkste reden om met de productie akkoord te gaan. Met enige huiver misschien, maar van de frivoliteit die het musicalgenre gewoonlijk aankleeft, blijkt tijdens El diario de Ana Frank niets.
Als er iets in deze productie overheerst, dan is het wel de nadrukkelijke wil om niet te trivialiseren en het publiek de boodschap van tolerantie en levenswil (Un canto a la vida, luidt de ondertitel) zo scherp mogelijk in te prenten. Humor mag alleen maar af en toe om de hoek kijken, beelden van verschrikking en vervolging zetten de toon. De twee twaalfjarige meisjes die ik naar de voorstelling had meegenomen, kwamen na het slotapplaus met tranen in de ogen de theaterzaal uit.
Hun had het niet gestoord dat de boodschap er in dit stuk zo dik bovenop lag dat de geschiedenis af en toe danig moest worden vervalst. Want een familie Frank die vol afgrijzen denkt aan de gaskamers die hun zouden kunnen wachten, is moeilijk denkbaar in een oorlog waarin vrijwel niemand zich nog zoiets kon voorstellen. En een openingslied waarin de joodse familie tijdens Annes verjaardag (cadeau: een dagboek) de troost van haar roots bezingt, lijkt eerder ontleend aan zwart-Amerikaanse parolen dan aan de gevoelens van vluchtelingen die aan hun afkomst nu juist trachtten te ontkomen.
Zo toont het scenario de moeilijkheden waarmee de makers zich geconfronteerd moeten hebben gezien, toen ze een stuk in scène zetten voor een publiek dat van de setting van Annes dagboek maar een vage notie had. Wat daarin als vanzelfsprekend wordt verondersteld, of juist zo wrang is omdat de schrijfster er nog geen, maar de lezer er maar al te veel wetenschap van heeft, moest op het toneel nadrukkelijk worden aangevuld. Dat is de subtiliteit niet ten goede gekomen, terwijl ook de karakters uit het boek door de wetten van het musicalgenre tot een schematische ééndimensionaliteit werden vereenvoudigd.
Maar het werkt allemaal wel. Ook al komt de muziek zelden uit boven de middelmaat van de computercompositie, er wordt – vooral door de veertienjarige Isabella Castillo die Anne vertolkt – overtuigend in gezongen en geacteerd. De personages staan er, veel meer tot symbolen teruggebracht dan zelfs in de beroemde Hollywoodverfilming uit 1959, maar ze ontroeren wel. De kalverliefde tussen Anne en Peter, en zelfs de ingehouden rivaliteit van de beide zusjes om hem, raakt op het juiste ogenblik een knap gedoseerd sentiment.
De meisjes die ik bij me had, vonden het even mooi als indrukwekkend. Bij het buitengaan kocht ik een Spaans exemplaar van het dagboek voor hen. Ze bleven er in de dagen daarna onafscheidelijk van.