Anne frank gaat douchen

Anne Frank die zin heeft in een douche. Choquerend vinden de Duitsers dat. En daarom schotelt Gerardjan Rijnders het ze voor. ‘Moffenblues’ heet zijn stuk, en het speelt in Berlijn. Loek Zonneveld bezocht het stuk en de stad. Moffenblues staat voorlopig gepland in het Deutsche Theater op 9 en 30 maart. De voorstelling komt vrijwel zeker naar Nederland. Rijnders’ Teksten uit Berlijn werden (en worden) gepubliceerd in het tijdschrift Toneel Theatraal.
BERLIJN - Eerst zou de voorstelling Winkelemente heten - ‘zwaaielementen’, naar de papieren vlaggetjes waarmee men naar DDR-bobo’s zwaaide. Maar dan zou het te veel ‘Wende-kabarett’ worden. Toen werd de titel Die Moffen, maar dat was voor de pr-afdeling weer te hard (wat vreemd is, want het woord ‘mof’ is in Duitsland onbekend). Nu is het dan Moffenblues geworden. Gerardjan Rijnders bleef de regisseur. Afgelopen weekend vond de premiere plaats.

Het Deutsche Theater. Een oudere actrice wandelt in een diagonaal over het podium. Ze leest uit een boek met een rode kaft. Een soort litanie is het. Over de ex- DDR. ‘Vroeger was er Stasi’, zegt ze. 'Maar er was ook sociale zekerheid. Vroeger waren er rijen. Maar we hadden te eten. Vroeger mochten we niks zeggen. Maar we hadden werk. Nu mogen we alles zeggen. Maar er luistert niemand meer.’
Moffenblues wordt gespeeld op een draaitoneel. In Duitsland zijn ze daar dol op. Max Reinhardt, een van de eerste Intendanten van het Deutsche Theater waar Moffenblues wordt gemaakt, heeft de effecten ervan zo ongeveer uitgevonden. Aan het begin van deze eeuw regisseerde hij Shakespeare’s Midzomernachtsdroom op zo'n ding. De enscenering werd beroemd, Berlijnse taxichauffeurs zeiden tegen hun theaterminnende klanten steevast: 'Um neun dreht sich bei Reinhardt der Wald.’
In Nederland houden we niet van draaitonelen. De Koninklijke Schouwburg in Den Haag heeft nog een prachtig exemplaar in huis, maar die zit tegenwoordig ingemetseld in de kelder. Een oude technicus heeft me het mechaniek ooit laten zien. Hij stond er bijna bij te janken. Het Deutsche Theater in Berlijn, waar Moffenblues dus wordt gemaakt, heeft wel twee draaitonelen, een in de grote zaal en een in de Kammerspiel-zaal. Decorontwerper Paul Gallis bouwde voor die zaal een fraaie constructie rond en bovenop het draaitoneel: de grote steiger van een bouwplaats, plus een half voltooide flat van verkeerd tegen het licht glimlachende blauwe tegels - afdruk van de torens die straks op de Potzdamerplatz gaan verrijzen. De steiger staat stil en 'zwijgt’ dreigend, de toren draait almaar rond en 'spreekt’ hectisch.
Tijdens de repetities voor Moffenblues stierf Heiner Muller, de man die in ditzelfde Deutsche Theater ten tijde van de val van de Muur zijn legendarische voorstelling Hamlet/Hamletmaschine repeteerde. De ploeg van Moffenblues ging niet naar de begrafenis. 'Wir probieren heute. Der Heiner hatte es so gewollt’, zei Gerardjan Rijnders tegen zijn acteurs. Die schijnen elkaar te hebben aangekeken met de vraag op het gezicht: belazert die man ons nu? Achteraf blijken ze de begrafenis in de kantine op de televisie te hebben gevolgd.
VROEGER REISDE IK altijd via de ondergrondse naar het oostelijke stadsdeel. Dat was een treurige rit, door gesloten U- Bahnstations waar de Volkspolizei patrouilleerde met wapens in de aanslag. De ondergrondse rit was trouwens ook erg om. Iemand maakte me erop attent dat het via de zogenaamde S-Bahn veel leuker reizen was naar Oost-Berlijn. Je treinde als het ware bovenop de Muur naar Bahnhof Friedrichstrasse. Het station wordt op dit moment grondig verbouwd. Ik verdwaal er dit weekend vier keer.
Telkens als ik naar Berlijn reis, reserveer ik minstens een uur voor het mooiste kerkhof van de stad, de Dorotheenstadtischen Friedhof aan de Chausseestrasse. Het is de laatste rustplaats van de 'rode-cultuurfamilie’: Brecht ligt er, zijn vrouw Helene Weigel, en verder ongeveer iedereen waarmee hij heeft samengewerkt. Componisten als Hans Eisler, filmers als Slatan Dudow, regisseurs als Erich Engel, politici als de eerste DDR-minister van Cultuur Becher, ontwerpers als Heartfield.
Het kerkhof is de afgelopen maanden voller geworden. Regisseur Ruth Berghaus is, blijkens het nog verse bed van rode rozen, onlangs bij haar man, componist Paul Dessau, neergelegd. Op het graf van Heiner Muller staat een aangebroken fles Johnny Walker. Iets verderop is het graf van Wolfgang Langhoff, de vader van de intendant bij het Deutsche Theater, Thomas Langhoff, bij wie Gerardjan Rijnders nu Moffenblues regisseert.
'DE ACTEURS ZOEKEN overal betekenissen achter. Ik heb de losse scenes grofweg in drie categorieen verdeeld en gebruik daartoe labels in de toevallig voorhanden zijnde kleuren rood, blauw en paars. Stagelopende assistent-dramaturg vraagt: “Betekent dat iets, twee elementaire kleuren en hun mengkleur?” Waarschijnlijk logisch, wanneer je probeert wegwijs te raken in een methode van werken die hier totaal onbekend is. Zo valt het mij op dat er in Berlijn veel apotheken en opticiens zijn. Ik ben geneigd onmiddellijk te concluderen dat Duitsers meer hypochondrisch ingesteld zijn dan Nederlanders, dat ze veel vaker hun ogen niet geloven, niet weten wat ze zien.’ (Gerardjan Rijnders, Teksten uit Berlijn 3)
IN HET WEEKEND waarin de premiere van Moffenblues plaatsvindt, zitten de belangrijkste politici van Berlijn in een villa bij elkaar om 2,1 miljard mark te bezuinigen. Tot de eeuwwisseling heeft de stad een tekort van rond de 32 miljard mark, voor het lopende begrotingsjaar bedraagt het gat in de begroting al zo'n 7,6 miljard mark. Raar genoeg is Berlijn eigenlijk ontzettend rijk: de stad bezit 150 miljard mark aan onroerend goed, landerijen en woningen. De CDU wil wel het een en ander verkopen aan particulieren, maar de SPD wil dat niet. Buikriem aanhalen dus. Er staan op dit moment onder andere twee theaters op de nominatie gesloten te worden: het Theater des Westens (inderdaad: voormalig West-Berlijn, een groot gezelschap voor musicals, jaarlijkse subsidie 24,4 miljoen mark, zaalbezetting gemiddeld tachtig procent). Pijnlijk detail: het theater bestaat dit seizoen honderd jaar.
Tweede kandidaat om weggestreept te worden: de Komische Oper (voormalig Oost-Berlijn, jaarljkse subsidie 64,9 miljoen mark, zaalbezetting gemiddeld zeventig procent). De Komische Oper staat al jaren op de nominatie om gesloten te worden. Het 'huis’ heeft een opera- en een dansgezelschap. Dat laatste wordt geleid door twee Nederlanders: Jan Linkens (artistiek) en Marc Jonkers (zakelijk). De kranten schrijven dat ze erin zijn geslaagd om vernieuwing en verandering te brengen. Maar volgens velen heeft het Berlijnse publiek daar geen behoefte aan. Om Gerardjan Rijnders te citeren: 'Het Berlijnse publiek wil Notenkrakers en Doornroosjes.’
Het Deutsche Theater waar Gerardjan Rijnders Moffenblues heeft gemaakt, zit niet zo op de toer van vernieuwing en verandering. Het levert degelijk repertoiretheater, goed gemaakt, prachtig gespeeld. En bij mij voortdurend die prangende vraag: waartoe? Het is een soort Haagse Comedie (maar dan vier keer zo groot), met een sterk vergrijsd Haagse Comedie-publiek (maar dan twee keer zo conservatief), waar maar mondjesmaat jongeren tussen schuiven. Het Deutsche Theater komt overigens (nog) niet voor op de bezuinigingslijstjes van de cultuurwethouder. Ze zijn een beetje voorzichtig geworden met het snijden in toneel-toneel. Er zijn al twee theaters gesloten: de Freie Volksbuhne en het Schillertheater. De stad telt nu nog vijf grote gesubsidieerde gezelschappen: de Schaubuhne (West, ooit legendarisch, nu geen schim meer van wat het ooit was), het Berliner Ensemble, het Maxim Gorki-theater, de Volksbuhne en het Deutsche Theater (allemaal Oost). Daar komen de politici even niet aan. Hopen de toneelmakers.
Het Maxim Gorki-theater ligt nog het meest in de cultuurpolitieke vuurlinies. Wat op zich weer een Ossi-Wessi-tragedie is: dit theater was er in de nadagen van de DDR als eerste bij om stukken van dissidente schrijvers op het repertoire te nemen. En nu dreigt het als eerste 'Ost’-buhne’ te worden gesloten.
Voor de voorstelling Moffenblues interviewde regisseur Rijnders zijn acteurs en actrices over hun persoonlijke geschiedenis. Die gesprekken gingen dus heel vaak over de (ex-)DDR, want het Deutsche Theater staat op voormalig Oostduitse grond. Flarden van die gesprekken waaiden tijdens de repetities de produktie in en uit. 'Het wc- papier was niet slecht. Het was beter, niet zo glad, steviger. (…) De tampons waren vreselijk. De baby-olie was goed. (…) Ze durven hier veel minder “in elkaars onderbroek” te kijken. Het uitwisselen van prive-ervaringen tijdens repetities, dat gebeurt niet. Hoewel het daar in het theater juist om gaat. Dat je het over dingen hebt die altijd verzwegen worden, ook al stinken ze misschien. (…) Het is allemaal een beetje belachelijk. Het doet me denken aan die cartoon: twee herdershonden pissen tegen een muur. Ineens wordt die muur weggetrokken. En dan pissen die honden tegen elkaar. Die twee Duitse herders zijn hun muur kwijt. (…) Of ik me Duits voel? Wat moet ik anders?’
Moffenblues heeft geen verhaal. Het heeft een situatie. Bauplatz Nirgendwo, een bouwput in Nergenshuizen - steigers, een half afgebouwde torenflat, mist. Daar dwaalt Anne Frank rond. Ze is niet dood. Ze zoekt een Duitser aan wie ze haar verhaal mag vertellen. Pas dan kan ze sterven. Maar er is niemand die wil luisteren. Er zijn alleen maar eenzaam dolende types, onder wie een homoseksuele jongen, een jongen met krulhaar, een trompetterende meneer, een non-descript meisje, en nog zo wat. Berlijners? Zou kunnen. Ze zijn allemaal wanhopig met zichzelf in de weer. Met gigantische uitbarstingen, maar het lijkt allemaal niet veel op te leveren.
Anne Frank wordt gespeeld door Chun Mei Tan. Ze studeerde ooit acteren in Maastricht, ging vervolgens naar Salzburg, en speelt nu hier. Anders dan haar naam doet vermoeden ziet ze er niet Chinees uit, en ze spreekt in de voorstelling perfect Duits en perfect Nederlands, afwisselend. Ik vind haar prachtig. Vooral die wanhopige teksten die ze in een cassetterecorder spreekt, over dat verlangen om haar verhaal nu eindelijk eens kwijt te raken! En dat radeloze begrip na een ontmoeting met een jonge Duitser die de gewraakte tekst 'Ich habe es nicht gewusst’ uitspreekt. 'Ja, dat snap ik eigenlijk wel’, antwoordt Anne.
Op een gegeven ogenblik wil Anne Frank 'douchen’. In een Duitse voorstelling in Berlijn waarin soms wordt gerefereerd aan concentratiekampen werkt de mededeling dat je gaat douchen als een morbide grap. Ze kwam bij mijn Duitse buurmannen in ieder geval hard aan. Ze lachten niet. Ze snoven. Dat deden ze trouwens de hele voorstelling. Ook het andere Vorauffuhrungspublikum om me heen (veel maatkostuums en hoera-kapsels) reageerde hier en daar ronduit vijandig. Maar de pr had me ook tussen de Schickeria gezet. Het jonge volk zat achterin, en die hadden (hoorde ik) een topavond.
De intendant van het Deutsche Theater, Thomas Langhoff, en zijn dramaturgen vonden Moffenblues (heb ik begrepen) maar niks. Die zaten niet te wachten op een twee uur durende preek van een Nederlander tegen Duitsers. Maar raar genoeg is Moffenblues dat nu juist niet. Die Duitsers in de voorstelling zijn behoorlijk maf, maar niet echt maffer dan de gemiddelde wereldburger op het westelijk halfrond of de standaardbezoeker van het metrostation Nieuwmarktbuurt. Wanneer Anne Frank maar blijft aandringen en maar mensen blijft opbellen om haar verhaal eindelijk kwijt te kunnen, is er in de slotscene een jongeman die eigenlijk alleen maar zegt: oke, vertel het maar. Ik wil geen monument voor Anne Frank, maar dat verhaal van jou, dat kan ik best hebben. En als het jou oplucht, kom maar op. En dan zwijgt Anne.
Wie na alles wat aan die scene is voorafgegaan en na dit merkwaardige gesprek nog niet ontvankelijk is voor de ironie van Moffenblues, tja, die heeft volgens mij geen gevoel voor humor.
Aanvankelijk was de voorstelling gepland als een remake van Rijnders’ Amsterdamse produktie Count Your Blessings, die door mensen van het Deutsche Theater is gezien tijdens een Gastspiel in Bonn. Maar in een remake had Rijnders geen zin. Dramaturgisch is Moffenblues wel 'familie’ van Count Your Blessings. Een ongeregeld groepje mensen verzamelt zich voor een gebouw en trekt zich daar (met alle individue le sores) ook in terug. De 'vreemdelingen’ uit Count Your Blessings ontbreken hier. Anne Frank is eigenlijk de enige vreemdeling. En toch ook weer niet. Want onder 'de’ Duitsers schuilen ook veel vreemde types. De felblauw gebroekte flikker bijvoorbeeld, beschonken, voortdurend omvallend, een tekst vol met harde uitvallen, hand af en toe begerig in het eigen kruis tastend. Of het meisje met de korte rok en haar naieve (?) teksten. Er klinken echo’s uit Count Your Blessings. Het tableau ziet eruit als een ontvolkte troep eenlingen die het even helemaal niet meer weet en die daar af en toe aan toe wil geven.
DE POTZDAMERPLATZ is de grootste bouwput van Westeuropa. Daimler-Benz en Sony bouwen hier een nieuw Stadtmitte. Middenin de bouwput hebben ze een Infobox neergezet, een grote doos op poten waarin de bouwplannen worden tentoongesteld. Het is er vreselijk druk. Ik loop er verdwaasd rond. Dit circus heeft helemaal niks te maken met de in hun eigen geschiedenis ronddolende eenlingen die ik gisteravond op het podium van het Deutsche Theater zag. Of toch? Ik herinner me een van de oudere actrices uit Moffenblues, die hysterisch krijsend rondliep en iets als 'Scheiss-Berlin mit diesen Scheiss-Theatern’ schreeuwde.
Gerardjan Rijnders schrijft in zijn Teksten uit Berlijn: 'Zo spannend en vitaal als Berlijn op straat is, in de kroegen, in de sportschool, zo angstig en voorzichtig is het theater dat ik hier tot nu toe heb gezien.’
In de Tagesspiegel, een van de Berlijnse kranten, wordt Rijnders 'der sanfte Provo’ genoemd. 'Beleefd’, noemt Rijnders in het interview de reacties van de acteurs op zijn experiment. 'Vaak bijna te beleefd’, wil hij eraan toevoegen, en dat neemt hij meteen terug. 'Geen provocatie, geen confrontatie alsjeblieft. Liever: veel lagen, niets eenduidigs, openheid, avontuur.’
Het sneeuwt op de Potzdamerplatz. Zegt de ene Berlijner tegen de andere, kijkend uit de ramen van de Info Box van Daimler- Benz en Sony: 'Huth steht noch immer da.’ Hij wijst naar het wijnhuis Huth, het enige gebouw aan Potzdamerplatz dat de Tweede Wereldoorlog en de kaalslag van de jaren daarna heeft overleefd. De bewoners wijken niet voor het grootkapitaal. 'David gegen Goliath’, kopte de Tagesspiegel een klein jaar terug. Ook Berlijn, denk ik.
Er zit veel muziek in Moffenblues. Als we de zaal binnenkomen, zingen de spelers ergens achter op het podium 'echte’ Duitse liedjes bij kaarslicht. Anne Frank probeert voortdurend op een viool Fur Elise te spelen. En midden in de voorstelling barst Chun Mei Tan opeens uit in 'Samen’, een evergreen van Willeke Alberti. Willeke Alberti, die kennen de Duitsers niet. Tot iemand vertelt dat het de schoonzus van Linda de Mol was.
Scene uit Moffenblues. De blauw gebroekte flikker en de jongen met het krulhaar naderen elkaar omzichtig. Muziek: Mondscheinsonate. 'Mag ik mijn hand in je kruis leggen?’ 'Waarom?’ Het antwoord ben ik vergeten, de scene niet: een prachtig, verstild moment in de voorstelling. Een pas-de-deux voor twee mannen. 'Dank an Hans van Manen und Truus Bronkhorst’ staat achterop het programma. Nederlands theater op heilige Duitse grond.
'EEN ACTRICE vertelt me dat ze heeft gedroomd over de premiere; er werd heftig gediscussieerd over de vraag of het stuk nu antisemitisch is of juist niet. Ik zeg dat ik dat een fantastisch resultaat zou vinden. Ja, zegt ze, maar die discussies waren zo dom.’ (Gerardjan Rijnders, Teksten uit Berlijn 4)