Anne van amsterdam

DE RIJ STAAT bijna tot aan de hoek. Nederlanders, Duitsers, Japanners en Amerikanen, vooral veel Amerikanen, schuifelen geduldig tot ze naar binnen kunnen. Een paar meisjes houden het boek in hun handen geklemd.

‘Ze geloofde in de goedheid van de mens. Ondanks alles’, zegt de man voor ons. Hij bezoekt voor het eerst het Achterhuis. 'Voor mij is ze een symbool van optimisme, van uitkijken naar een toekomst.’ 'Ze is een rolmodel’, zegt een joods-Amerikaanse vrouw op witte sportschoenen. 'Wat zij heeft doorgemaakt, hebben we allemaal doorgemaakt. Maar zij was zo dapper en zo onschuldig. Het is ongelooflijk dat een meisje van dertien voor alle slachtoffers kan spreken. It’s like a pilgrimage for me.’
De bezoekers lopen nog wat gehaast door de eerste kamers van het huis. De eerste verdieping was vroeger de kantoorruimte waar de helpers werkten; de etage erboven diende als de opslagplaats van het bedrijf van Otto Frank. De kamers zijn kaal, alleen het bruingevlekte behang ziet er authentiek uit. Op een video is helpster Miep Gies te zien. Ze vertelt wat ze in honderden interviews heeft verteld. Toen de vader van Anne Frank haar liet weten dat zijn dochters niet meer terug zouden komen, deed ze de la van haar bureau open en pakte er de papieren uit die al bijna een jaar op Anne lagen te wachten. 'Ik legde het oranje-roodgeruite dagboekje bovenop en overhandigde alles aan mijnheer Frank met de woorden: “Dit is de erfenis van uw dochter Anne Frank.”’
Het gedempte praten verstomt. De bezoekers staan op de drempel van dé plek: het Achterhuis. Zwijgend kijken ze naar de beroemde kast vol ordners die de toegang tot de schuilplaats camoufleert. De boekenkast is tegelijk een draaideur. 'Onze schuilplaats is nu pas een echte schuilplaats geworden’, schreef Anne erover. De bezoekers bestuderen de vernuftige constructie met ontzag.
Ze betreden het heiligdom.
DE BEROEMDSTE schrijver van Nederland heet Anne Frank. Haar dagboek is in 55 talen vertaald, meer dan 25 miljoen exemplaren werden ervan verkocht. Een bibliotheek is over haar volgeschreven. Bijna iedereen die haar gekend heeft en de holocaust overleefde, heeft zijn of haar memoires gepubliceerd. Afgelopen jaar zagen An Obsession with Anne Frank: Meyer Levin and the Diary van Lawrence Graver en The Stolen Legacy of Anne Frank: Meyer Levin, Lillian Helman, and the Staging of the Diary van Ralph Melnick het licht. Onlangs verscheen Anne Frank voor beginners en gevorderden van David Barnouw. Komend najaar staan er maar liefst twee Anne Frank-biografieën op stapel, van twee jonge vrouwelijke biografen. In de jaren vijftig werd in Amerika een toneelstuk van het dagboek gemaakt en een film. Vele opvoeringen en tv-uitzendingen volgden. De nieuwste toneelbewerking vierde vorig najaar triomfen op Broadway.
Er leek sprake van een Anne Frank-revival; misschien is er altijd sprake van een Anne Frank-revival.
Nelson Mandela las het dagboek met zijn medegevangenen op Robbeneiland tot het uit elkaar viel. Om het te behouden, schreven ze het in schriftjes over. Yasser Arafat, Hillary Clinton, Eleonor Roosevelt, Willy Brandt, Juliana, Beatrix, ze bezochten het Anne Frank Huis. Toen Steven Spielberg voor de première van Schindler’s List in Amsterdam was, ging hij naar het Achterhuis. Iedereen kent Anne Frank. 'Van de velen die door de geschiedenis heen (in tijden van groot lijden en verlies) zich hebben uitgesproken voor de menselijke waardigheid, is geen stem dwingender dan die van Anne Frank.’ Was getekend: John F. Kennedy.
Anne Frank is meer dan een schrijfster. Juist omdat ze een kind was, en dus per definitie onschuldig en puur, verbeeldt ze meer dan wie ook het joodse lijden in de nazi-tijd. De historicus Jan Romein, die in Het Parool een artikel over het dagboek schreef nog voor het werd gepubliceerd, zei het als eerste: 'Voor mij echter is dit schijnbaar onbeteekenende dagboek van een kind, (is) in dit door een kinderstem gestamelde alle afzichtelijkheid van het fascisme belichaamd, méér dan in alle processtukken van Neurenberg bij elkaar. Voor mij is in het lot van dit Joodsche meisje de ergste misdaad saamgevat.’ De recensenten die de eerste uitgave van het dagboek bespraken, zeggen het hem na: haar kinderstem is zo zuiver, zo zonder effectbejag, dat zij door de ziel snijdt.
Anne Frank is een symbool geworden, hét symbool van het joodse lijden, van het lijden in het algemeen. En hoe meer ze het lijden in het algemeen verzinnebeeldt, hoe meer ze bijna heilige proporties heeft aangenomen. Ze wordt gezien als een martelaar tegen wil en dank, die in haar dagboek het hoofd niet laat hangen. Als een Sint Anne van Amsterdam die dapper blijft hopen op betere tijden. Schrijft ze niet, na twee jaar onderduik: 'Ik heb veel meegekregen, een gelukkige natuur, veel vrolijkheid en kracht. Elke dag voel ik hoe m'n innerlijk groeit, hoe de bevrijding nadert, hoe mooi de natuur is, hoe goed de mensen in m'n omgeving, hoe interessant en amusant dit avontuur! Waarom zou ik dan wanhopig zijn?’
Een vrouwelijke Christus is ze, die de kwellingen die ze moet doorstaan als beproevingen ziet. Iemand die beseft dat ze een unieke taak heeft, die anders is dan anderen, die van nut wil zijn. 'Soms geloof ik’, schrijft ze, 'dat God me op de proef wil stellen, nu en ook later. Ik moet alleen goed worden, zonder voorbeelden en zonder praten, dan zal ik later het sterkst zijn.’
Anne Frank predikt een boodschap van verzoening, niet van haat. Daarom halen haar lezers telkens hetzelfde vergevende zinnetje aan: 'Ondanks alles geloof ik nog steeds in de goedheid van de mensen.’ Het is ook dat zinnetje dat in de laatste scène van de toneelbewerking en aan het eind van de film klinkt. En omdat in toneelstuk en film ook nog eens wordt benadrukt dat Anne zich ervan bewust is dat niet alleen de joden lijden, vatte de criticus van de Hollywood Reporter in zijn reactie op de film de filosofie van Anne Frank als volgt samen: 'Ook andere volkeren hebben geleden onder vervolging, maar altijd zijn er mensen geweest (…) die zich opwerpen voor beschaving. Dat bewees haar dat de wereld fundamenteel en blijvend goed is.’
De heiligheid van Anne Frank is maar één van de verhalen die voortleven. Wel het meest hardnekkige. En het berust al te vaak op citaten die uit hun context zijn gelicht. Het is bovendien een wrang verhaal, omdat de joodse traditie geen heiligen kent. Een christelijke annexatie is het, en zijn het niet juist de christenen die aan de bron van het antisemitisme staan?
De toenemende heiligenverering van Anne van Amsterdam - elk jaar trekt het Achterhuis weer meer bezoekers - heeft waarschijnlijk ook alles te maken met deze tijd waarin het slachtofferschap wordt gecelebreerd. 'Ik lijd, dus ik ben’, is het adagium van tegenwoordig als je op de vele praatprogramma’s op de televisie en het groeiende aantal zelfhulpboeken afgaat. Anne Frank is een slachtoffer waaraan je kracht kunt ontlenen.
HET GAAT verbazingwekkend snel. Zo sta je achter in de moedeloosmakend lange rij, zo ben je binnen - en zo ben je ook weer buiten. Na het beklimmen van het steile trapje achter de boekenkast vallen de laatste fluisteraars stil. Eerst is er de kamer van Anne’s ouders en haar zusje Margot, daarnaast het kamertje dat Anne deelde met tandarts Friedrich Pfeffer (Alfred Dussel in het boek). De ruimtes zijn indrukwekkend leeg; de enige sporen van Anne en haar familie bevinden zich op de muren. Dunne potloodstreepjes in de kamer van de ouders laten zien hoe de kinderen in twee jaar zijn gegroeid. Op de wanden van Anne’s kamer zijn foto’s van filmsterren en prinsessen geplakt. De ramen zijn verduisterd. Op de gang gaapt het trapgat opeens nadrukkelijk. Peinzend staren mensen omlaag: hier doorheen werd de familie afgevoerd.
De contemplatie duurt niet lang. Een nieuwe stroom bezoekers duwt de voorgangers de trap op, naar de verdieping van de familie Van Pels (in het dagboek: Van Daan) en via de overloop waar Peter sliep naar de zolder van het voorhuis. Daar komt de geschiedenis van Anne samen met die van de andere slachtoffers van de holocaust.
Een reconstructie van de route die de opgepakte onderduikers volgden via de verschillende concentratiekampen in Duitsland en Polen maakt tevens duidelijk wat het lot is geweest van de miljoenen joden, zigeuners en andere vervolgden. Hoe afschuwelijk dat lot was, blijkt uit de ene foto van een stapel lijken. Maar zo'n foto - wéér een foto van een stapel lijken - lijkt minder hard aan te komen dan de mededeling dat Anne Frank slechts drie weken voor de bevrijding stierf.
Het Achterhuis is open sinds 1960 en verstouwde het afgelopen jaar een record aantal bezoekers van 710.500. Op topdagen trekt van opening tot sluiting een constante rij met een lengte van rond de drieduizend mensen door het gebouw. Deze zomer blijft het huis daarom tot ’s avonds negen uur open. In opdracht van de gemeente Amsterdam wordt naast de deur een nieuw pand gebouwd met extra tentoonstellingsruimte.
Al die bezoekers die langs het kamertje van Anne trekken, allemaal kennen ze een andere Anne. Elk land gebruikt Anne op eigen wijze.
De Japanse stad Nishinomiya kent zijn eigen 'Rozen van Anne’-kerk. In Japan bestaan ook stripversies van het dagboek. Op Santa Barbara wordt de lach van Anne Frank gebruikt om het begrip 'tolerantie’ te promoten. In het Engelse York werd haar lach geprojecteerd op een toren waar in de twaalfde eeuw na Christus een slachting onder joden plaatsvond. In Nederland is ze sleutelfiguur in het onderwijs tegen discriminatie. Op Broadway en in Hollywood is ze veramerikaniseerd, dat wil zeggen: grotendeels ontjoodst, opdat ze staat voor lijden en heldhaftigheid in het algemeen. Andere Amerikanen, de inmiddels overleden Meijer Levin voorop, maken Anne juist joodser dan ze was. De querulant Meijer Levin verhief in zijn toneelbewerking de liberaal-joodse familie Frank tot toneelbeeld van orthodox-religieuze joodsheid.
Historicus David Barnouw wijdt in Anne Frank voor beginners en gevorderden een hoofdstuk aan de 'Anne Frank-industrie’. Hij stelt daarin: 'Het hangt van je nationaliteit, je ras, je afkomst, je sekse, je leeftijd en nog wat factoren af hoe je Anne ziet. En het hangt af van de periode waarin de exegese van haar verhaal plaatsvindt.’ In een mooi artikel in The New York Review of Books schrijft Ian Buruma: 'Anne is a ready-made icon for those who have turned the Holocaust into a kind of secular religion.’ Het is gevaarlijk om te zeggen en Buruma zegt het dan ook heel voorzichtig: in een tijd waarin men het slachtofferschap celebreert, waarin zwarten hun wortels zoeken in de slavernij en Armeniërs hun identiteit definiëren tegenover die van de Turken, is, zeker in Amerika, de holocaust religie geworden. Elke staat heeft zijn eigen holocaustmuseum, als Amerikanen naar Europa gaan zoeken ze in ieder geval de plaatsen van verschrikking op. 'Last year I was in Dachau’, begint een Amerikaanse vrouw als we haar aanspreken.
NATUURLIJK IS het belangrijk dat steeds weer bij de holocaust wordt stilgestaan. Natuurlijk zijn er verhalen nodig om de holocaust begrijpelijk, althans enigszins voorstelbaar, te maken. Miljoenen mensen over de hele wereld leren de holocaust kennen via Anne Frank. In Amerika, in Duitsland, in veel Europese landen wordt haar dagboek op school klassikaal gelezen. De hamvraag is: is het erg dat één meisje de zes miljoen slachtoffers van de jodenvervolging representeert? Primo Levi is duidelijk: 'Eén enkele Anne Frank ontroert ons meer dan de ontelbaren die net zo leden als zij, maar wier beeld in de schaduw is gebleven. Misschien moet dat ook zo zijn: als we het leed van alle mensen moesten en konden mee-lijden, zouden we niet kunnen leven.’
Je kunt ook zeggen, en in joodse kringen is dat gezegd, dat het zo prominent naar voren halen van Anne Frank als hét holocaustslachtoffer doet vergeten dat ze slechts één van de vele slachtoffers was, niet meer en niet minder. Het vertellen van dat ene verhaal werkt versimpelend.
Voor dat ene verhaal hield men bovendien lange tijd, en nog steeds, vast aan de pure, onbedorven Anne Frank, de toneel-Anne. De vergevingsgezinde Anne, die ondanks alles in de goedheid van de mens gelooft, die verlossing biedt. De 'echte’ Anne was veel meer dan dat. Zoals Buruma schrijft: 'Annes dagboek werd verkocht als een boodschap van universele verlossing maar was iets veel beters dan dat. Ze was veel te intelligent om een simpele boodschap te geven, verlossend of anderszins. Wat het dagboek boven het niveau van louter een getuigenis uittilt, is de vaardigheid van de schrijfster om met problemen te worstelen waarop geen gemakkelijke antwoorden bestaan.’
Het dagboek gaat óók over een meisje dat volwassen wordt, over verliefdheid, seksualiteit, haar verhouding met haar ouders, joods-zijn, geloven en de betekenis van het leven. In de meer eigentijdse Nederlandse interpretaties is Anne allang uitgegroeid tot een sprankelend en een tikje ondeugend meisje dat staat te trappelen om het leven, de vrijheid met volle teugen tot zich te nemen. Want het dagboek van Anne Frank is in de eerste plaats het verslag van een puber.
Mét de passages die Otto Frank eerder schrapte, blijkt Anne zelfs bij tijd en wijlen een takketrut eerste klas. Van meet af aan vindt ze haar moeder te min. Die is niet in staat een echte moeder te zijn. Uiterst arrogant schrijft ze over haar populariteit onder leeftijdsgenoten en oudere jongens. Stromen aanbidders lopen achter haar aan. In hun liefde herkent Anne ook hun zwakheid. Wordt in het Achterhuis Peter eindelijk verliefd op haar, dan zijn die gevoelens wederzijds maar bekritiseert ze tegelijk pedant diens slappe karakter.
Al vanaf de eerste pagina’s getuigt Anne van een hooghartig besef van haar eigen slimheid en wellevendheid. Haar veel ingetogener zus moet telkens verdrongen worden. En de vrolijke opschudding die ze schijnbaar continu veroorzaakt, kan ook een andere omschrijving zijn van een hysterisch soort aandachttrekkerij waarmee het secreetje de andere onderduikers heeft getergd.
Steeds wordt herhaald hoe standvastig Anne is in haar geloof dat er betere tijden komen, omdat de mens in wezen nu eenmaal goed is. Maar een citaat dat het tegendeel bewijst is ook te vinden: 'Ik geloof nooit dat de oorlog alleen van de grote mannen, van de regeerders en kapitalisten komt. O nee, de kleine man doet het net zo graag, anders zouden de volkeren er toch al lang tegen in opstand zijn gekomen! Er is nu eenmaal in de mensen een drang tot vernielen, een drang tot doodslaan, tot vermoorden en razend zijn, en zolang de gehele mensheid, zonder uitzondering, geen grote metamorfose heeft ondergaan, zal de oorlog woeden, zal alles wat opgebouwd, aangekweekt en gegroeid is, weer afgesneden en vernietigd worden, om daarna opnieuw te beginnen!’
BIJ DE UITGANG ligt het gastenboek. Een dik zwart, gebonden schrift. Na een kleine twee weken zal het alweer vol zijn. Er moeten er inmiddels honderden van zijn. 'We will always remember!’; 'We must never forget!’; 'Never again!’, schreeuwt het van de pagina’s. De meer stichtelijke teksten voeren de boventoon. Bezoekers hebben iets geléérd van het bezoek. 'Ik ben sophie van os ik ben 7 jaar en heb er van geleerd’, staat er in hanepoten. Bas uit Hengelo schijft: 'Het was heel leuk hitler is een vieze eikel’. Op 12 juni van dit jaar staat in brokkelig kinderhandschrift geschreven: '12/6/98 Katharina König aus Frankfurt. Liebe Anne du hättest heute Geburztag.’
In Nederland is het heiligenleven van Anne Fank bovenal exempel geworden. Ter lering van de jeugd. Begin jaren tachtig, in de tijd van krakers en de antikruisrakettendemonstraties, werd duidelijk dat de gastarbeiders allang geen gasten meer waren. De politiek werd geconfronteerd met Janmaats Centrumpartij, de after-punkstroming van skinheads maakte zich verdacht, Kerwin Duinmeijer werd vermoord. Doodgestoken door een skinhead. Een racistische moord. Het werd nodig om het racisme aan te pakken. Anne Frank was het rolmodel bij uitstek.
In opdracht van de Anne Frank Stichting schreef Mies Bouhuys een boek voor de Nederlandse jeugd. Titel: Anne Frank is niet van gisteren. De schrijfster laat erin zien dat het niet goed is om mensen te onderdrukken vanwege huidskleur, ras of geloof. Daartoe vertelt ze het verhaal van de familie Frank die uit Duitsland vlucht alsof het gisteren was. In een verlicht eindhoofdstuk houdt ze haar jeugdige lezers voor dat je de ware nagedachtenis van Anne Frank op de Albert Cuypmarkt vindt. Daar staan ook mensen uit Suriname, Turkije, Marokko, Chili en Azië. En dan: 'Vraag maar, vraag maar. Er lopen hier genoeg mensen om het te vragen. Waarom zijn ze eigenlijk hier, in een vreemd land? Wie zijn ze? Je zult dezelfde woorden horen, die een meisje in 1944 hoorde toen ze naar háár wereld keek: vluchtelingen… vervolgden… goedkope arbeidskrachten die in een vreemd land moeten werken om thuis niet van honger om te komen, omdat er een klein groepje rijken of één sterke man het in hun land voor het zeggen heeft. Alle woorden herhalen zich: honger, onderdrukking, marteling, geweld van wapens en concentratiekampen.’
Dat Anne Frank meer en meer een symbool is geworden van alle lijden van alle mensen die van een ander ras, geloof of cultuur zijn, is ook aan Anne’s vader, Otto Frank, te danken. Hij wilde dat de toneel-Anne op Broadway stond, en er niet alleen voor joden was, maar juist voor niet-joden. Al in 1947, bij de eerste uitgave van het dagboek, zei hij: 'Moge dit kleine boek bijdragen aan een beter begrip tussen alle volkeren.’ De rest van zijn leven - hij stierf in 1980, op negentigjarige leeftijd - zou hij dagelijks tientallen brieven van lezers, vooral jongeren, beantwoorden. Die brieven eindigde hij het liefst zo: 'Ik hoop dat Anne’s boek van blijvende invloed is op de rest van je leven en dat je naar omstandigheden en vermogen zult werken voor saamhorigheid en vrede.’
BIJ DE UITGANG vertelt de kassadame van de museumwinkel dat geregeld een bezoeker het te kwaad krijgt: 'Dan begrijpen ze ineens werkelijk iets van wat er in de oorlog is gebeurd.’ Een Amerikaanse vrouw heeft kletsnatte wangen. Ze kan nauwelijks praten. 'Impressive’ en 'moving’ prevelt ze.
Het blijkt uit alle reacties: de mensen hebben zich kunnen identificeren met het dagboek; nu ze in het Achterhuis zijn geweest is het ook echt gebeurd.
Nogmaals: is het erg dat mensen zich met het verhaal van Anne Frank identificeren? Mensen hebben verhalen nodig om de werkelijkheid te begrijpen. Maar misschien zijn er ook grenzen aan de identificatie. Ian Buruma schrijft het streng: 'De tendens, niet alleen bij joden maar ook bij veel anderen, om zich met het lijden te identificeren, om, als het ware, deugdzaamheid te ontlenen aan het slachtofferschap van een ander, is onze moderne vorm van sentimentalisme.’
Als de holocaust seculiere religie is geworden, dan is het bezoek aan het Anne Frank Huis het ondergaan van een seculiere eredienst. Je komt om een emotie te ondergaan en gaat gelouterd weer naar buiten.
'Now I know what the war was all about’, zegt de Amerikaanse dame met de natte wangen. Heeft zij het werkelijk begrepen? 'Voor mij is in het lot van dit Joodsche meisje de ergste misdaad saamgevat’, schreef Jan Romein. Maar is het ergste wel samen te vatten? Misschien is het dagboek van Anne Frank juist zo populair omdat het niet een verslag is van een verblijf in de hel maar van het voorgeborchte. Anne Frank kan in het Achterhuis nog hopen, aan het dagboek kan nog hoop worden ontleend, maar na Auschwitz is er geen hoop meer.
Natuurlijk blijft het dagboek van Anne Frank staan als een uniek en ontroerend document. Met het dagboek is niks mis. Er is iets mis met de simpele boodschap van hoop die eraan wordt ontleend. En met de simpele emotie van de bedevaartgangers. Van Anne Frank is een veel te simpele heilige gemaakt.