Annie & harry

Herfstvakantie en dus Cinekid (film) en Kinderkastprijzen (televisie). Want kinderen hebben evenveel recht op schoonheid, waarheid, gein en ernst als volwassenen. Festivals en prijzen zijn er om creativiteit, originaliteit en vakmanschap van makers te eren: ‘Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.’ En om ze te steunen in het gevecht met verantwoordelijke autoriteiten, die gewin in de vorm van geld en kijkcijfers meestal belangrijker vinden dan kwaliteit.

Nederlandse kinderen zijn relatief niet slecht af. Dat blijkt op de Prix Jeunesse; dat bleek in Utrecht waar niet alleen de hoofdprijs (Abeltje) maar ook veel andere prijzen naar kinderproducties gingen. Dat zegt iets over wat er voor volwassenen wordt gemaakt, het pleit ook voor makers van kinderfilm en -televisie; en voor jury’s die hun desinteresse in dat genre laten varen.
In de herfstvakantie ging ook Harry Bannink dood. ‘Ook’, want Harry was, onder veel meer, de belangrijkste componist van de kindertelevisie; en 'ook’, want Annie ging hem voor. Duo voor wie mijn studentenkamer zich ooit vulde met vrienden die niets wilden missen van Ja zuster, nee zuster - standaard voor programma’s van 8 tot 80 (ik had het enige toestel, gewonnen bij de VPRO). Genialiteit laat zich niet analyseren, maar bij teksten heb je nog de illusie met woorden enigszins in de buurt van het raadsel te komen; bij muziek houdt het meteen op. Al deed Henny Vrienten, Banninks collega en opvolger bij Klokhuis, een dappere poging iets van diens techniek te ontleden. Dat gebeurde in Vara’s B & W, waar ook Wieteke van Dort, Jan Fillekers, Ivo de Wijs en Edwin Rutten aanzaten onder leiding van Inge Diepman. Het werd een matte uitzending.
In zekere zin was dat een hommage aan Bannink: de meest betrokkenen waren aangeslagen en dat vertaalde zich niet in tranen en geschreeuw waar de televisie ons aan heeft doen wennen en waar ze op uit is. Maar het lag ook een beetje aan Inge. Door een eigenaardige openingsvraag in de geest van: 'Is het nou typerend voor Bannink om zo plots te verdwijnen?’ Vast bedoeld als voorzet om ’s mans bescheidenheid te roemen, maar toch vooral bespottelijk en onkies: alsof die dood een keuze was. Verder hield ik het gevoel dat Diepman wist dat er een grootheid dood was maar dat ze het niet zo voelde - alsof haar leven er minder door gevormd is dan, pakweg, het mijne. Dat was bij Sonja Barend, die wegens ziekte node gemist wordt bij B & W, anders geweest. (Overigens is Diepman geen slechte: de lastige klus van 'Het zwarte schaap’, waarin omstreden hoofdpersonen als Janmaat en Buch met tegenstanders geconfronteerd werden, deed ze knap.) Generatiekwestie is het niet: voor mijn dochter verzorgden Annie & Harry, dankzij de platen met de Zuster-liedjes het tekst- en muziekdecor van haar jeugd. En ik hoorde dat nog altijd kinderen de vakantiereis naar Zuid-Europa vooral doorstaan dankzij duiffies, opa’s, steppen, fuchsia’s en de prachtmelodieën waarop die gezongen worden.
Dat wordt nog wat na de aanstaande remake van de Zuster. Ook op de in B & W gekozen fragmenten rustte geen zegen: een refrein dat niet van Bannink bleek te zijn; een liedversie door Paul de Leeuw - pratend de provocatie zelve maar zingend met een neiging tot verslijmen. Wat doet het ertoe? Weer is een epoque afgesloten. 'Warte nur, balde ruhest du auch.’