H.J.A. Hofland

Anti-Amerika

Over een jaar hebben we een maand ervaring met de nieuwe Amerikaanse president. Heeft het zin om daar nu al een stukje over te schrijven? We weten niet hoe de wereld er in februari 2009 uit zal zien en evenmin wat McCain, Obama of Clinton daaraan wil en kan doen. En ook niet hoe de wereld erop zal reageren. Zo zit de politieke schrijverij nu eenmaal in elkaar. Schrijven over de toekomst is een mengsel van beredeneerde speculaties en wensen.

Welke president de Amerikanen dan ook zullen kiezen, hij heeft met een totaal andere wereld te maken dan die waarin zijn voorganger vergeefs heeft geprobeerd het vak te leren. George W. Bush koesterde de illusie dat dankzij de Amerikaanse hypermacht hij en zijn adviseurs het mondiaal en unilateraal voor het zeggen hadden. Die rampzalige vergissing heeft Amerika vijf jaar geleden in het moeras van Irak gebracht (met de theoretische steun van het Nederlandse kabinet, dat beter kon weten, vergeet dat niet!). En van deze vergissing is hij nooit hersteld.

Tijdens zijn twee ambtstermijnen is het monopolie van Amerika als hypermacht fundamenteel aangetast, door de opkomst van China en India. Daar kan deze president niets aan doen, maar hij had het kunnen voorzien. Ernstiger is het dat door de manier waarop hij zijn ‘war on terror’ heeft gevoerd de fronten zijn verlengd en de vastberadenheid van de onoverzichtelijke tegenstanders is versterkt. En na een reeks van Amerikaanse experimenten in Irak en Afghanistan is er nog altijd geen eensgezindheid over de tactiek en strategie waarmee de vijand kan worden verslagen. De recente ruzies in de Navo leren opnieuw dat de bereidheid om de Amerikanen te volgen verder afneemt.

In zijn eigen land staat nog 33 procent van de kiezers achter de president. Het is de moeite waard te weten hoe groot dit percentage bij de Europese bondgenoten is. De uitslag van zo’n onderzoek zou een aanwijzing geven over de soliditeit van het Atlantische bondgenootschap. Een van de bijverschijnselen van zeven jaar George W. Bush is het toenemen van het anti-Amerikanisme aan deze kant van de oceaan.

Anti-Amerikanisme is er al zo lang het bondgenootschap bestaat. Het is een gevoel dat zich kan ontwikkelen tot een politiek beroep. In de Koude Oorlog werd het beoefend door linkse intellectuelen, vooral in Frankrijk en de Bondsrepubliek, die van mening waren dat de Amerikanen, enkele gelukkige uitzonderingen daargelaten, oorlogshitsers waren en dat de Sovjet-Unie de grote kracht van de wereldvrede was. Rechts had zijn eigen vorm: beschuldigde Amerika van inmenging in binnenlandse aangelegenheden en economisch imperialisme. Kijk er de rechtse Nederlandse media uit die tijd op na. Allemaal geschiedenis.

In de roaring nineties waren we beland in het tijdperk van de eeuwige vrede, gesteund door de eeuwige groei van de Nieuwe Economie en het Einde van de Geschiedenis, zoals in 1992 ontdekt door Francis Fukuyama. Het bondgenootschap was eigenlijk niet meer nodig. In het laatste decennium van de vorige eeuw zagen we hoe onder toezicht van de Verenigde Naties in de Joegoslavische burgeroorlogen tweehonderdduizend mensen het leven verloren, steden werden verwoest, tot de Amerikanen onder Bill Clinton er een einde aan maakten. Terwijl hij daarmee zijn handen vol had, moest hij zich ook verweren tegen de Republikeinen, die hem wegens Monica Lewinsky met impeachment dreigden. Was Europa anti-Amerikaans? We hadden eerder medelijden met de president.

Allemaal nog geen tien jaar geleden, en: goeie ouwe tijd. Nu, terwijl in Amerika de verkiezingen naderen, heeft deze president waarschijnlijk ook voor verreweg de meeste West-Europeanen zijn geloofwaardigheid verloren. Nogmaals, je weet dat niet zeker. De West-Europese regeringen kunnen zich een openlijke breuk met het Washington van Bush niet veroorloven, ze bepalen zich tot een omzichtige afzijdigheid of een uiterst geclausuleerde steun. Die voorzichtigheid komt ten dele voort uit de gegronde twijfel aan de Amerikaanse wereldpolitiek en wordt verder gemotiveerd door de houding van de kiezers. Bush heeft in de loop van zijn bewind het Europese anti-Amerikanisme van een hebbelijkheid onder minderheden tot een van de overwegende factoren in de wereldpolitiek bevorderd. Afgezien van de vraag of het nu verstandig zou zijn de bondgenootschappelijke solidariteit tot het oude peil te verheffen (nee, denk ik), zou een meerderheid van de kiezers dat niet toestaan.

Wie er ook over een jaar president zal zijn, het blijft voor West-Europa van levensbelang dat een geloofwaardige leider hier vlug op bezoek komt om het bondgenootschap te restaureren. De praktische vraag voor de Europeanen is hoe je dit, tussen nu en november, de kandidaten aan het verstand kunt brengen.