Anti-sensatie in cannes

Cannes. De glamour. De dure hotels. De zon. De drukte. Het uiterlijk vertoon. Het zet je steeds weer op het verkeerde been. Je bent geneigd om de gretigheid en de inhaligheid van dit monsterfestival te onderschatten. De inhaligheid die maakt dat ook strenge, bijzondere en radicale films in het programma worden opgenomen. Al was het maar om ervoor te zorgen dat geen ander festival de kans krijgt om met de eer van de première te gaan strijken. Zo is er geen groter contrast denkbaar dan dat tussen de zonovergoten hysterische spilzucht aan de Croisette en de kilte, de koude en de apathische armoede in Few of Us, de nieuwste film van de jonge Litouwse filmmaker Sarunas Bartas.

En dan heb ik het alleen nog maar over wat er in de film aan Siberische koude en postsovjettreurigheid is te zien. De gedaante van de film, zijn verschijning, staat nog een stap verder van de opgewonden schreeuwerigheid van Cannes. Few of Us is zwijgzaam als een stomme film. Taal lijkt een overbodige luxe. Bartas vertelt zijn verhaal louter met beelden en ook met die beelden is hij zeer spaarzaam. De beelden worden lang aangehouden en in die lang aangehouden beelden gebeurt vaak weinig. Is het dan een saaie film? Nee, hij is adembenemend. Hij is mooi en triest en heeft een voelbare onderhuidse agressie. Hij speelt zich af in een leeg en ongenaakbaar maar soms prachtig Siberië. Op een door god vergeten plaats (het Sajangebergte bij Mongolië) woont wat er over is van een vergeten nomadenvolk, de Tofolaren. Alleen een schijnbaar oeroude man trekt nog wel eens op een rendier de wildernis in, de rest vegeteert in vervallen blokhutten op een dieet van uitsluitend wodka.
Op deze troosteloze plek arriveert een jonge vrouw. De vrouw is Bartas’ vaste hoofdrolspeelster Katerina Golubeva (ook te zien in Trys Dienos en Koridorius). Ze past er niet. De nomaden zijn Aziaten en zij is blond. In haar ogen weerkaatst het noorderlicht. Toch lijkt ze er eerder te zijn geweest. Ze doorzoekt een lang geleden verlaten huisje - er groeit gras in de huiskamer - alsof ze thuis is gekomen. Alsof er nog iets van haarzelf is te vinden. Ze brengt een avond door in een kale houten ruimte met liederlijke nomaden die geen nomaden meer zijn, maar des te liederlijker.
Plotseling en onberekenbaar is er toch actie. Het lijkt of de filmmaker er zelf niet op was voorbereid. Een man valt de vrouw lastig en er volgt half buiten beeld een korte, maar heftige vechtpartij. De vrouw heeft een mes. Het lichaam van haar belager voegt zich bloedend bij de mensen, mannen en vrouwen, die op de smerige planken hun roes uitslapen. De vrouw vlucht de wildernis in, maar het lijkt niet waarschijnlijk dat ze definitief kan ontsnappen. De nomaden zijn het jagen nog niet helemaal verleerd. Bartas maakte een incident tot een volledig filmverhaal dat in de meeste films in luttele minuten, maar in een veelvoud van woorden en opnamen zou zijn verteld. Evident gaat het hem niet om de gebeurtenis, maar om een toestand. Een toestand waarin een groot deel van de voormalige Sovjetunie zich bevindt en die hier aan de hand van een extreem en specifiek voorbeeld wordt weergegeven. De weergave van een geestelijke en sociale atmosfeer is hier belangrijker dan een eventuele handeling.
Het is een bijzondere manier van filmmaken die je op een bepaalde manier verwant zou kunnen noemen met die van Hou Hsiao-hsien. Voor de kijker dan, want het zou me verbazen als de Litouwer en de Taiwanees elkaars werk zouden kennen. Hou had met Goodbye South, Goodbye ook een bijna hermetische atmosfeerfilm in Cannes. Ook een stille film, al wordt er wel veel in gesproken, maar het zijn toevallige conversaties met weinig betekenis. De betekenis bevindt zich buiten de dialogen in de beelden. Ook Hou gaat het om de momenten tussen de incidenten. Net als bij Bartas komt het geweld onverhoeds en is daardoor griezelig authentiek. Ook hier lijkt het soms te snel en te echt om binnen de filmbeelden te passen. Alsof Hou overal op lette, behalve op dat ene sensationele moment.
Bartas en Hou waren in het op sensatie beluste Cannes met hun antisensationele films eigenlijk niet op hun plaats, maar het was des te prettiger dat ze er waren.