Anticonceptie

Arjan Visser vraagt in zijn interview met Antoine Bodar in De Groene van 18 september: ‘Anticonceptie. Heeft Rome daar niet een nogal ouderwetse gedachte over?’ Volgt een warrig antwoord. Het zit zo.

De rooms-katholieke seksuele moraal schrijft voor dat geslachtsgemeenschap uitsluitend plaatsvindt binnen een huwelijk en dan alleen zo dat ze uitmondt in een onbelemmerde ejaculatio in vagina. Bij Augustinus was de huwelijksdaad alleen toegestaan wanneer deze gericht was op het voortbrengen van nieuw leven. Daarbij optredende lustgevoelens waren zondig, maar aanvaardbaar. Dat was tot de encycliek Casti Connubi in 1930 de officiële leer.
Dan wordt de vernieuwing ingezet met de leer van de twee doeleinden van het huwelijk: het voortbrengen van nageslacht en het uitdrukking geven aan de wederzijdse genegenheid. De noodzaak daartoe vloeide voort uit de gewijzigde omstandigheden. Door verbeterde gezondheidszorg en voeding daalde de zuigelingensterfe sterk. De katholieke kerk heeft daarom de periodieke onthouding geaccepteerd. Maar kunstmatige anticonceptiva bleven verboden.
In Ruanda bijvoorbeeld, een land dat na een door de rooms-katholieke kerk geïnspireerde machtswisseling in 1931 werd opgedragen aan ‘Christus koning’ en waar dus seksuele voorlichting en voorbehoedmiddelen verboden werden. Dat heeft in een halve eeuw geleid tot een verviervoudiging van de bevolking. Het jaarrapport van UNFPA voorspelt voor het jaar 2025 zestien miljoen mensen. Dat zal niet gebeuren, omdat bevolkingsreductie zal plaatsvinden door epidemieën, honger en slachtingen. In Nederland ligt men er niet wakker van, hier hebben we wel wat anders aan ons hoofd. Lees De Groene van 18 september.
Amsterdam, P.T. VAN DEN AKKER