Antifa-club promoveert naar de Belgische eredivisie

Brussel – Fabrice, de nukkige ober van de lokale brasserie L’Union op het Parvis de Saint-Gilles in Brussel, is voetbalfan. Meer precies, hij is fan van de gelijknamige club Royale Union Saint Gilloise. ‘Ik ga al meer dan 25 jaar naar het stadion, en ik had nooit gedacht dat we ooit nog eens in de division 1A (de hoogste in België – pe) zouden spelen’, zegt hij in de zon op zijn terras na een dag werken, met een Westmalle voor zich. ‘Jamais!’

Union is een van de oudste voetbalclubs van België, maar de gloriedagen liggen voor de Tweede Wereldoorlog. Het eerste elftal werd elf keer kampioen, won twee keer de beker, daarna ging het sportief bergafwaarts. Wel kreeg de club de reputatie van een kleine, gezellige volksclub, met een hechte supportersgroep. Het stadion ligt in een bos, een toegangskaartje kost weinig meer dan een tientje.

De harde supporterskern, de Bhoys, is onlosmakelijk verbonden met het antifascisme. ‘Dat is altijd zo geweest’, zegt Fabrice. ‘Het maakt ons niet uit welke kleur je hebt, of je Vlaams bent of Franstalig.’ In het stadion zwaaien ze met antifa-vlaggen, maar dan in het geel-blauw – de thuiskleuren – en met het opschrift ‘Toute ma vie Unioniste, Antifasciste’. Een welkome uitzondering in een sport waar het ook wel eens anders kan verkeren.

En nu, komend seizoen, een halve eeuw na degradatie, en na een zinderende finale tegen Molenbeek, speelt Union weer op het hoogste niveau, de tweede club uit Brussel na Anderlecht. Voor Fabrice is het bitterzoet. ‘Toen we in de derde divisie speelden, feestten we samen met de spelers.’ Voetbal gaat om plezier maken, zegt hij: ‘Amateurvoetbal is van het volk; profvoetbal van het geld.’

Hij vreest de toestroom van nieuwe bezoekers, die alleen komen omdat er nu op het hoogste niveau gevoetbald wordt. De eigenheid van de club dreigt te verdwijnen, misschien wel vergelijkbaar met de buurt zelf: vroeger arm en onbeduidend, nu hip en in volle gentrification. Een van de nieuwe spelers komt over van Chelsea. Een andere van Feyenoord.

Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen. Het stadion, dat dateert uit 1919, heeft een maximum capaciteit van 9400 personen. Seizoenskaarten zijn nog beschikbaar. Toch zijn er geruchten dat de club voor topwedstrijden een ander stadion zou moeten zoeken, iets wat voor de Bhoys ondenkbaar is. ‘Dan kom ik niet meer!’ zegt Fabrice stellig.