Antigif

Niet alleen is ouder worden dat je woorden vergeet, maar ook dat ze onder je ogen kapotvallen, niet meer betekenen wat ze betekenden.

Ik bedoel niet dat Gutmensch nu opeens staat voor een linkse rakker die radicale moslims knuffelt of het vocabulaire dat ingegeven wordt door een hysterische obsessie met politieke correctheid. Dat kan me allemaal weinig schelen en die omdraaiingen hebben altijd plaatsgevonden. Het gaat mij om gewone woorden in gewone zinnen.

‘Hoe voel je je?’
‘Best wel goed, nu.’

Dezelfde dialoog betekende twintig jaar geleden iets totaal anders. De subtekst is door de ouderdom tragischer geworden.

Ik hou van de woorden en zinnen die lijken op foto’s in een oud familiealbum. De betekenis van die foto’s is trouwens ook veranderd. Zo vond ik in een boek dat ik naar mijn nieuwe adres heb verhuisd een foto van mijn ouders. De foto stamt uit de tijd dat ze zich eindelijk konden permitteren uit te kijken over het Gardameer. Ze staan er een beetje suf bij. Voelde mijn vader al de eerste tocht van de dood? Het verkleurde fotootje – alles is zuurstokroze geworden – verwart mijn gemoed; papa en mama geposeerd gelukkig te zien, stemt me tevreden, maar de droefheid van hun verscheiden irriteert me, zoals dat hoort. Als ik het boek niet had behouden – en dat ik het nog heb, is toeval – was deze foto weg geweest.

Zeker nu heeft mijn geheugen ondersteuning nodig. Ook omdat ik zoveel ben vergeten, maar meer nog als antigif tegen het cynisme. Cynisme is ook al zo’n begrip dat ik vroeger waardeloos vond, maar dat ik naar waarde ben gaan schatten. Het wordt steeds meer de sleutel waarmee ik een geheimzinnige zwarte kist kan openen die gedurende mijn jeugd op slot zat en waarin het begrip verborgen lag dat verraadde hoe het komt dat alles doorrot en waarom men zo enthousiast raakt om daaraan mee te werken. Cynisme als toversteen, als diamant waardoor ik me nog enigszins goed voel, omdat het zo slecht gaat.

‘Hoe voel je je?’
‘Best wel goed, nu.’

Het verkleurde fotootje – alles is zuurstokroze geworden – verwart mijn gemoed

Ik weet dat mijn ouders terugkwamen van die vakantie in Italië, en dat mijn moeder meer last had gekregen van wat achteraf haar KZ-syndroom heette.

Ze durfde niet meer te slapen uit angst voor haar nachtmerries, en als ze sliep kwamen die ook; ze had daar ook last van gehad toen ik wat jonger was, maar nu was het verhevigd. Ontspanning is niet altijd goed voor een mens. Ze had niet meer de mogelijkheid het te verdringen. Het kwam los.

Ook bij haar – en later ook bij mijn vader – vielen de woorden uiteen. Wat refereerde aan vroeger begon angst in te boezemen.

‘Voor de oorlog gingen je vader en ik dansen in La Gaité, boven in Tuschinski.’
‘In Indië heeft je moeder nog in de soos een balletuitvoering gegeven.’
‘We zagen in Batavia Franse films die ze hier in Holland nooit te zien kregen.’
‘Toen we terug waren, snapten Oom Frits en Tante Jeanne absoluut niet wat we hadden meegemaakt.’

En ik, als kind, begreep het ook niet. Terwijl ik elk woord kende. Ouder worden is noodgedwongen in het lijf van een schizofreen terechtkomen. Jij en jij zijn dezelfden, maar totaal anders. De paradox van het ik. Het Nederlands is dezelfde taal, maar dan anders. En cynisme het beste medicijn.

Ik pak het boek en kijk of er misschien nog meer foto’s in zijn opgeborgen. Ja, een babyfoto van mijn dochter. Als boekenlegger. Door mijn vader gemaakt. Want de baby wordt vastgehouden door mijn moeder wier handen ik alleen zie. Ontzettend mooie, klassieke, magere oude handen. De greep is iets te stevig. Wat ben ik blij met deze foto’s.

‘Hoe voel je je?’
‘Best wel goed, nu.’