Antigone in Karachi

Aan het begin van Huis in brand van Kamila Shamsie wordt Isma Pasha vastgehouden op het vliegveld. Ze is op weg naar de VS om te beginnen aan haar promotieonderzoek. Voordat ze kan vertrekken uit Engeland, moet ze bewijzen dat ze een betrouwbare burger is. Het feit dat ze een Brits paspoort heeft, een goede student is en plichtsgetrouw en liefdevol voor haar verweesde tweelingbroer en -zus heeft gezorgd, is niet genoeg. Van Isma wordt een vorm van burgerschap verwacht die voorbij de wet gaat en waaraan, wellicht, nooit te voldoen valt. De vraag die de douanebeambte haar stelt is niet ‘bent u Brits’ (ja, volgens haar paspoort), maar ‘beschouwt u zichzelf als Brits?’ Vervolgens wordt ze onderworpen aan een verhoor ‘over sjiieten, homoseksuelen, de Queen, democratie, de Great British Bake Off, de invasie van Irak, Israël, zelfmoordterroristen, datingsites’. Terwijl ze deze vragen mak beantwoordt moet ze denken aan haar jongere en opstandige zus Aneeka ‘met haar rechtenstudiedenkwijze, die alles van haar rechten wist en niets van haar fragiele plek op deze wereld’.

Kamila Shamsie © Zain Mustafa

De roman is verdeeld in drie delen, elk deel genoemd naar een van de kinderen Pasha: Isma, de oudste zus, en vervolgens de tweeling Aneeka en Parvaiz. De serieuze Isma en bloedmooie Aneeka, allebei op hun eigen manier formidabele vrouwen, weten met intelligentie en doorzettingsvermogen een beurs te krijgen en onderwijs lijkt hun weg te worden naar een betere en hopelijk zekerder toekomst. Hun boer Parvaiz is minder doelgericht, hij heeft een fascinatie voor geluiden en maakt opnamen van zijn zus en de grotestadsgeluiden van de migrantenbuurt waar hij is opgegroeid. Als hij uit een ander milieu was gekomen, was hij wellicht kunstenaar geworden. De vader van de kinderen vocht als jihadi in Bosnië, Tsjetsjenië en Afghanistan. Vermoedelijk is hij in of op weg naar Guantánamo overleden, zijn kinderen hebben nooit opheldering gekregen over zijn dood.

Zonder vaderfiguur en met weinig idee van een toekomst is Parvaiz een makkelijke prooi voor een ronselaar van IS. Deze Abu Raees weet handig in te spelen op de onzekerheden rondom de dood van Parvaiz’ vader en de rancune over de verdachtmakingen en rechtsonzekerheid van (moslim)migranten in Engeland. Pas als het gruwelijk te laat is beseft Parvaiz hoe goedgelovig hij is geweest. Die goedgelovigheid is overigens een van de weinige elementen in de roman die niet helemaal overtuigen. Maar wellicht is dat bewust, want zo wordt ook duidelijk dat Parvaiz moedwillig zijn ogen sluit voor de gruwelen van IS, voordat hij naar Syrië afreist. Later wordt bijvoorbeeld duidelijk dat de Pakistaanse familie van de kinderen een stuk minder naïef is over IS en de desastreuze gevolgen voor hun eigen kansen op visa buiten Pakistan met een terrorist in de familie.

Naast de Pasha-familie wordt de roman ook verteld vanuit het perspectief van de welvarende Eammon en zijn vader Karamat Lone. Die laatste is een eerste generatie Pakistaanse migrant, die zich met opportunisme, intelligentie en een goed huwelijk heeft opgewerkt tot minister van Binnenlandse Zaken. Hij is voorstander van een wetsvoorstel dat de bevoegdheid geeft terrorismeverdachten (ook met een enkele nationaliteit) hun paspoort af te pakken. De minister is zich ondanks zijn succes altijd bewust van zijn precaire positie en ziet met lede ogen hoe hij misschien al te goed geslaagd is zijn geliefde en geprivilegieerde zoon tegen die wetenschap te beschermen.

Kamila Shamsie werd in Pakistan geboren, in de VS opgeleid en woont nu in Londen. Sinds een paar jaar is ze zowel staatsburger van Pakistan als van Groot-Brittannië, een status die moeilijk te krijgen is en een stuk minder permanent blijkt te zijn dan ooit gedacht werd. Zelfs ik, na bijna dertig jaar in Nederland, betrap me nu opeens, nog ondenkbaar een paar jaar geleden, op de gedachte: waar hebben mijn ouders mijn naturalisatiepapieren opgeborgen? Wat als deze rechts-populistische wind doorzet? Wat als er een legaal foutje in die documenten blijkt te zitten? Wat dan?

Huis in brand is een roman met een geweldige, spannende opbouw waarin het bespreken van een actueel politiek ‘geval’ – de manier waarop geradicaliseerde jongeren in het nieuws komen en de gevolgen voor hun familie – moeiteloos samengaat met een realistische en liefdevolle familievertelling vol tegenstrijdige karakters en belangen. Het is ook een eigentijdse bewerking van de tragedie Antigone. Vaak zijn hedendaagse bewerkingen van klassiekers een beetje onhandig of vergezocht, maar in deze roman werkt de verwijzing, tot aan de namen toe, bijzonder goed. In Antigone wordt het de rouwende koningsdochter verboden om het lichaam van haar opstandige broer te begraven, dat ligt weg te rotten buiten de poorten van de stad. Antigone strijdt hartstochtelijk tegen het verbod van haar oom, de leider van Thebe. De grote morele kwestie in het stuk is de strijd tussen recht en wet, tussen familie en burgerschap. Wat is uiteindelijk het morele fundament van een orde die onmenselijke wetten uitvaardigt, ongeacht de daden van haar tegenstanders?