TONEEL Il Giardino

ANTIPASTO VAN DE WEEMOED

Het wordt een lang afscheid daar in Groningen en dat mag ook best. Acht jaar hebben Koos Terpstra & Co met hun Noord Nederlands Toneel het theater in Groningen en verre omstreken onveilig gemaakt. Nu is het bijna over en dat zullen we weten ook. Een landelijke tournee van de voorstelling De vrouw met de baard staat vanaf eind oktober op het programma. En in eigen huis, de Groningse Machinefabriek, speelt het voltallig ensemble nu een laatste theatrale groet, een afscheid, vrij naar de moeder van alle afscheidsstukken, Tsjechovs De kersentuin, verplaatst naar de heuvels van Toscane: Il Giardino. Geen larmoyante dame in de hoofdrol, maar Alessandro, de berooide eigenaar van een Toscaans landhuis annex Italiaans restaurant. Dat laatste feit drukt een aangenaam stempel op de avond. Mogen we in de eerste twee aktes nog vanaf de tribune toekijken hoe de tafels worden gedekt, in de derde akte schuiven we aan, er is voor ons gekookt en als het even meezit wordt ons de wijn geserveerd die we zelf inbrachten als deel van de entree. Pasta melancholica met veel gepeperde humor en een hoop foute grappen. De noodlotsstruikelaar uit Tsjechovs stuk is hier een eeuwige loser met grollen uit de feestwinkel en een pistool iets te losjes in de zwembroek gestoken. Als deze Jef tijdens het voorgerecht opeens losbarst in een West-Vlaamse evergreen gaan er heel andere luiken open en ontroert Jef Hoogmartens tot in het merg. Het stokoude factotum Fiers uit De kersentuin is hier de dorpsgek-in-maatkostuum Fausto (Martijn de Rijk), wiens prachtige afscheidslied wordt doorsneden met het hilarische gehuil van kokkin Valentina (Aafke Bruning) die jankend aan al haar korte eindjes trekt. Zo kun je het hele twaalfkoppige ensemble (en nummer dertien, de al acht jaar op de achtergrond kokende en ook nu daar volop aanwezige MamaMoos) nalopen.
De vette humor en de overdwars in de krop gesmoorde snik van ontroering liggen in alle figuren dicht bijeen, ook en misschien wel juist in personages die bij Tsjechov bijrollen zijn. De land- en thuisloze goochelaar Charlotta uit het origineel is hier de dolende buikspreker Leonardo (Iwan Walhain), die tijdens het hoofdgerecht op de tribune een nummer afwerkt dat op de eerste avond voorbeeldloos goed was en ongetwijfeld nog zal groeien. In de loop van de avond trekt de pijn van het kleine sterven dat afscheid heet langzaam van de kuiten naar de kruin. Ja, het is over, niet omdat de fut eruit is (verre van dat, zo zien we hier) maar omdat het zo is afgesproken: Koos Terpstra en zijn rechter- en linkerhand Dennis Molendijk gaan weg, en alle toneelspelers dus ook. Gewoon-ongewoon (want zo gaat het vaak niet in Nederland): ’t is schluss, ’t is mooi geweest, ieder zijns en haars weegs nu.
Tegen het eind zitten landgoedeigenaar Alessandro en zijn broer Antonio (Wolter Muller en Loek Peters) naast elkaar op de tribune. Ik kan dat moment, dat een samenvatting is van de complete voorstelling in drie minuten stilte, best noemen, want het effect ervan krijg je nooit op papier. Zij kijken naar ons en wij naar hen. Wat zien zij? Acht jaar toneelplezier, speelgein, een berg onwaarschijnlijk hoog oplopende ruzies (de rode peper voor een ensemble-gerecht), het verdriet en het eindeloze lachen dat ze samen deden. Wat denken ze? Voor hén deden we het allemaal, vermoed ik. Wij zitten immers op hún plek nu en we kijken naar die twee toneelspelers en zien hen zoals we ze zelden zien, twee kwetsbare mensenkinderen die zwijgend afscheid nemen. Ik slikte iets zwaars weg en dacht daarna troostvol: we’ll meet again, don’t know where, don’t know when. Dat is ook toneel!

Noord Nederlands Toneel, Il Giardino;
tot 19 oktober (uitverkocht)