Anton kon mooi lachen

Alweer een kwart eeuw geleden is Anton overleden.
Hij was familie en geestelijk gehandicapt. Hij was een jaar jonger dan ik. Wanneer mijn ouders een bezoek brachten aan mijn oom en tante kreeg ik te horen: ‘Doe normaal tegen Anton.’ Eigenlijk werd daarmee precies het omgekeerde bedoeld, en ik begreep dat mijn ouders dat ook wilden zeggen.

Medium opheffer anton

Anton vond mij aardig, want ik behandelde hem als een jonge hond. We balden, trommelden op de achterkant van een emmer, wierpen stokjes in het water en gooiden zomaar kluiten aarde omhoog.
Toen emigreerden zijn ouders naar Canada.
Het doen en laten van Anton zagen wij aan de hand van super8-filmpjes. We zagen hem ouder worden - hij werd een man die altijd ongemakkelijk in zijn nette pak zat.
Tot Anton overleed op 31-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartkwaal.
‘Doe normaal tegen Anton.’
Als we over hem in huiselijke kring spraken, deed ik hem heel goed na, waar iedereen om moest lachen, ook mijn ouders, maar ze verboden mij het tegelijkertijd om te doen. 'Wees blij dat je niet zo bent’, zei mijn vader. 'Ik zou liever nog een tijd in het kamp hebben gezeten, dan zo'n kind hebben’, zei mijn moeder, die tot haar dood alles met de oorlog vergeleek.
Op de televisie zie ik nu bij De wereld draait door een aflevering van een soap met geestelijk gehandicapten. Ze spelen scènes en spreken teksten uit die vermoedelijk niets te maken hebben met hun eigen leven.
Johnny de Mol, bij een andere omroep, werkt met enkele geestelijk gehandicapten aan een popband. Ik heb dat programma nooit gezien, en er slechts van gehoord.
Mijn vraag is: hoe moet ik dit alles beoordelen?
Moet ik de 'soap’ van de geestelijk gehandicapten beoordelen als soap? Moet ik de artisticiteit van het spel beoordelen? Ik keek ernaar en dacht de hele tijd: goh, wat knap en leuk dat ze dit met geestelijk gehandicapten kunnen laten doen, maar ik voelde me ongemakkelijk. Ook door de reacties van het publiek waarmee ik keek. 'Aandoenlijk, hè?’ hoorde ik.
Enkele jaren geleden - en misschien nog wel - had je de Jostiband. Geestelijk gehandicapten die muziek maakten. Knap en als bijzonderheid leuk om te zien, maar ik vond het iets pijnlijks hebben. Zoals ik ook die soap af en toe pijnlijk vind.
Waar kijk ik naar?
'Je kunt het toch ook gewoon leuk vinden?’
'Ja, maar wat vind ik dan leuk?’ Ik blijf me ongemakkelijk voelen. Het is namelijk niet echt leuk, niet echt goed, niet echt mooi - het is wel verbluffend om te zien hoe men in vergelijking met dertig jaar geleden de geestelijk gehandicapte een zinvoller leven kan laten leiden.
'Geestelijk gehandicapten moeten meer op de televisie, ze moeten als normalen worden behandeld, want ze maken deel uit van onze samenleving.’
Daar zit iets in, maar ik heb juist het idee dat het abnormale van geestelijk gehandicapten wordt benadrukt.
'Maar wat wil je dan zien?’
Dat weet ik niet, misschien meer een drama over hoe hun leven echt is. De problemen die ze hebben of krijgen als hun ouders sterven en er geen broertjes en zusjes meer zijn. De omgang met hun medicijnen en wat dat met ze doet. Ik zou wel eens de omvang van hun gevoelsleven willen weten; daar kunnen al die soap- en muziekelementen in. Waar ik moeite mee heb, is de esthetisering door geestelijk gezonden van de zieligheid van mensen van wie je kunt beweren dat ze ook daadwerkelijk zielig zijn. Zielig, omdat ze minder kansen kunnen grijpen dan mensen die geestelijk gezond zijn.
Anton kon mooi lachen, zo gul en vaak dat je je daardoor met zijn lot enigszins kon verzoenen. Maar wel 'enigszins’.