Aow: er is genoeg voor iedereen

‘Ik herinner me nog goed de dag dat de AOW werd ingevoerd. Mijn grootvader stond om zes uur ’s-ochtends bij de ingang van het postkantoor om z'n eerste AOW-pensioen te incasseren. M'n vader had honderd keer herhaald dat dat niet nodig was. Dat er van nu af aan genoeg was voor iedereen. Opa bleef erbij: “Als ik te laat ga, is het misschien op.”

Dat verhaal, jaren geleden gehoord, schoot me te binnen toen ik Brinkman afgelopen vrijdag hoorde ‘toezeggen’ dat de AOW een 'onvervreemdbaar basispensioen is, ook in de toekomst’. Waarom moest hij dat verzekeren? In het CDA-programma stond toch niet dat de AOW moet worden afgeschaft? De lijsttrekker vulde deze overbodige mededeling aan met nog wat overbodige zaken. 'Heel concreet’ zou geld worden uitgetrokken om de koopkracht van bejaarden te beschermen. Daartoe worden de AWBZ-premies voor ouderen verlaagd met 450 miljoen en wordt de voorgenomen lastenverlichting van vijftien miljard deels aan burgers uitgekeerd. Het eerste stond echter al in het CDA-programma en voorkomt alleen dat de koopkracht van bejaarden 'slechts’ met zes procent daalt. En het effect van de tweede maatregel bleef bij gebrek aan nadere uitwerking in nevelen gehuld. Ten slotte meldde Brinkman blij dat 'de bevriezing van de AOW geen doelstelling van beleid meer was’. Een extra tik voor mensen die tot dat moment gemeend hadden dat het hier niet ging om een 'beleidsdoel’ maar om een (paarde)middel tot het hoge doel van de wedergezondmaking van de vaderlandse economie. En verder was ook dit een mededeling zonder inhoud. Want in plaats van bevriezing voor een periode van vier jaar zal het CDA nu per jaar afwegen of de AOW moet worden bevroren. Dat gebeurt dan volgens de criteria van de Wet Aanpassing Mechanismen, die voorschrijft dat er gekoppeld moet worden als er tegenover elke honderd werkenden niet meer dan 86 uitkeringsgerechtigden staan. Om de komende vier jaar aan die voorwaarde te kunnen voldoen, moeten er elk jaar 100.000 banen bij komen. Dat lukt geen enkele partij: het CDA creeert volgens het Centraal Plan Bureau 117.000 banen in vier jaar een kwart van wat nodig is voor de koppeling. Brinkman zei dus dat hij niet eenmaal voor vier jaar maar viermaal voor een jaar zal besluiten tot bevriezing.
Inmiddels is het niet meer alleen het CDA dat kampt met de daling van het basispensioen. PvdA-voorman Wo"ltgens berispte D66 onlangs omdat die partij op een zelfde koopkrachtdaling voor AOW'ers koerst als het CDA. (Overigens leveren AOW'ers bij de PvdA drie procent in.) Dat bracht ook Van Mierlo tot toezeggingen: alleenstaande AOW'ers krijgen er nu van zijn partij tachtig gulden bij, samenwoners 110 gulden. Was de AOW tot op heden het voorbeeld van hoe de sociale zekerheid behoort te werken een basisinkomen waar men rustig bij mag klussen en waarbij het niet uitmaakt of je samenwoont of niet binnenkort wordt het voor hokkende bejaarden lucratief om zich voor te doen als alleenstaande en kunnen we de vorming van nieuwe rechercheteams verwachten.
Nee, dan de VVD. Bolkestein laat geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat zijn partij de koppeling van de AOW aan de lonen overeind houdt. Maar vergeet daarbij te vermelden dat dit nog altijd betekent dat AOW'ers de komende vier jaar zeven procent inleveren, het meest dus van alle partijen. Dit is een gevolg van het feit dat het VVD-programma uitkomt op een forse loonmatiging, waardoor de koopkracht over de hele linie sterk afneemt.
Het laatste voorbeeld toont aan dat de vraag bij een over de hele linie dalende koopkracht niet langer luidt: koppelen of niet. Het gaat om de vraag of het mogelijk is om een zelfstandig koopkrachtbeleid te voeren voor de AOW en voor andere minimum-uitkeringstrekkers en die een eigen welvaartsontwikkeling te laten doormaken.
De paniek rond de betaalbaarheid van de AOW komt voort uit de toename van het aantal 65-plussers. Waren dat er in 1990 nog twee miljoen, in 2030 zullen er 3,9 miljoen zijn. De AOW wordt betaald via een omslagstelsel: de werkenden van nu onderhouden de gepensioneerden van nu. Dit in tegenstelling tot het aanvullend pensioen. Omdat ieder voor zijn of haar eigen aanvullend pensioen spaart, hoeft het aantal pensioengerechtigden op zichzelf geen gevolgen te hebben voor de hoogte van de premie: een stijging van het aantal pensioengerechtigden correspondeert met een stijging van de premie-inleg. Bij de AOW betekent een stijging van het aantal gepensioneerden ten opzichte van het aantal werkenden een zichtbare stijging van de premie. De reactie daarop luidt bevriezing. Dat is om twee redenen slecht.
Bevriezing van het basispensioen zal tot gevolg hebben dat werknemers meer aanvullend pensioen willen sparen. Dat betekent een verhoging van de pensioenpremies en dus van de kosten van arbeid. Dat heeft een nadelig effect op de werkgelegenheid. En het betekent dat mensen die alleen van de AOW afhankelijk zijn altijd nog zo'n 400.000 aan hun lot worden overgelaten.
Een manier om dat te vermijden is AOW-premie te heffen over het aanvullend pensioen. Dat stelt GroenLinks voor in haar verkiezingsprogramma. GroenLinks wil de AOW met tien procent verhogen door premie te heffen over het aanvullend pensioen. Voordeel: bij een negatieve koopkrachtontwikkeling van de lonen blijft die van de AOW'ers gespaard. Nadeel: het raakt direct de koopkracht van de gepensioneerden van wie ruim veertig procent het moet doen met aan aanvullend pensioen van nog geen driehonderd gulden per maand.
Een andere mogelijkheid werd geopperd door Wim Duisenberg, president van de Nederlandse Bank. Die stelde voor het huidige omslagstelsel voor de AOW gedeeltelijk te vervangen door een kapitaal-dekkings-stelsel, zoals bij het aanvullend pensioen. Dit betekent dat behalve voor de AOW van nu ook wordt gespaard voor die van straks. De verhoging van de huidige AOW-premie betekent dan echter dat die later niet meer zal hoeven toe te nemen. Een stijging van de collectieve lastendruk op dit moment betekent het voorkomen van een veel scherpere stijging in de toekomst. De eerste partij die dat voorstelt, mag zich de werkelijke erfgenaam van het gedachtengoed van de oude Drees noemen: want er is nog steeds genoeg, voor iedereen.