DE KERK VAN OBAMA

Apartheid op zondag

De kerk waar Barack Obama kind aan huis was en die hij wegens omstreden uitspraken van dominee Jeremiah Wright verliet, blijft onverminderd in trek bij de zwarte gemeenschap. ‘Sommigen vinden dat we te radicaal zijn.’

CHICAGO, ILLINOIS – De zuidkant van Chicago is arm, zwart en buitengewoon godvruchtig. Bijna iedere bouwval aan de winderige boulevards lijkt in gebruik als kerk, moskee, tempel of ministry. Rijdend over West 95th Street passeer ik kerkgenootschappen met de meest wonderlijke namen.
De Purchased Church of God beschikt over niet meer dan een garagebox en een geel spandoek aan de gevel met daarop de naam van de ‘founding pastor’. De Christian Fellowship in Christ Church heeft een oud, laag hoekpandje met dichtgetimmerde ramen en vijf slordig boven de voordeur opgeplakte kruisjes. En New Life Ministries is gehuisvest in een soort verbouwde hamburgertent. Maar iedere zondag wordt er gekerkt.
Veel gemeentes in de Verenigde Staten zijn zo begonnen: als storefront church, in de etalage van een leegstaande winkel of in een krakkemikkig slooppand. Trots prijken op zelfgefabriekte gevelborden naam en titulatuur van de voorgangers die in het weekend voor anderhalve man en een paardenkop de dienst leiden.
Trinity United Church of Christ, bijna aan het eind van West 95th, is met achtduizend leden dat stadium allang gepasseerd. Het vale, bakstenen gebouw van de kerk waar Barack Obama de helft van zijn leven lid van was is niet bepaald mooi, maar wel groot. Trinity heeft onbetwist de strijd om de gelovige consument aan de zuidkant van Chicago gewonnen. Het in 1997 opgeleverde, nieuwe kerkgebouw biedt ruimte aan 2700 mensen en eromheen ligt een immens parkeerterrein dat op zondagochtend ruim voor de eerste van drie diensten al vol staat. De kerk, zo meldt de website, is ‘Unashamedly Black and Unapologetically Christian’: zwart zonder schaamte en christelijk zonder pardon. ‘We zijn een Afrikaans volk’, staat er ook, ‘en blijven “trouw aan onze geboortegrond”, het moedercontinent, de bakermat van de beschaving. God heeft toezicht gehouden op onze pelgrimage door de dagen van slavernij, de dagen van segregatie en de lange nacht van het racisme.’
Bij Trinity United Church of Christ wordt de rassenstrijd nog steeds gestreden.
Op een flikkerende lichtkrant heten ‘Senior Pastor Rev. Dr. Jeremiah Wright Junior’ en ‘Pastor Rev. Otis Moss III’ nieuwe bezoekers welkom bij de zondagse dienst. Maar ik weet niet of ik ook welkom ben. Een week geleden, net voordat Barack Obama de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen binnenhaalde, heeft hij na twintig jaar lidmaatschap zijn kerk de rug toegekeerd.
‘Met verdriet’, zei hij erbij. ‘Het was geen gemakkelijk besluit.’ Hier aan de zuidkant van Chicago, bij de trotse Trinity United Church of Christ, heeft hij naar eigen zeggen ‘Jezus gevonden’. Obama noemt dominee Wright zijn ‘spirituele mentor’. Maar snel nadat de senator uit Illinois begin 2008 zijn eerste Democratische voorverkiezingen won, kwamen op het internet filmpjes in omloop van een vuurspuwende Wright, die met overslaande stem donderpreekte dat zwarte Amerikanen geen enkele reden zouden hebben om ‘God bless America’ te proclameren. ‘No, no, no. Not God bless America’, zei hij, ‘God damn America! That’s in the Bible. For killing innocent people.’
Die uitspraak en een fragment uit een preek van de zondag na 11 september 2001, waarin Wright suggereerde dat Amerika de aanslagen van al-Qaeda aan zichzelf te wijten had, werden eindeloos op de nationale nieuwszenders herhaald. ‘America’s chickens’, bezwoer Wright theatraal, ‘are coming home to roost!’
Sindsdien is het op zondagochtend bij Trinity een komen en gaan van cameraploegen en journalisten die op alle mogelijke manieren proberen informatie los te krijgen. Veel verslaggevers, klaagden de kerkelingen, bleken niet geïnteresseerd in de goede werken van de gemeente of in de achterliggende afrocentrische bevrijdingstheologie, maar alleen in de voor Obama desastreuze paar seconden uit de oude preken van de ondertussen gepensioneerde dominee Wright. Ze voelden zich onbegrepen door de overwegend witte pers.
Het was een bittere herinnering aan een oude uitspraak van Martin Luther King. Zondagochtend 11 uur, oreerde King in 1963, is ‘het meest gesegregeerde tijdstip in de natie’. Zwart en wit gaan zelden naar dezelfde kerk, ze houden er vaak andere geloofsopvattingen op na en de erediensten hebben nogal een andere stijl. Geen institutie in Amerika, zei King, is zo gescheiden als de kerk. ‘Dat is tragisch’, oordeelde hij. ‘Wie eerlijk is, kan dit niet over het hoofd zien.’
In de zwarte bevrijdingstheologie, die in zijn huidige vorm eind jaren zestig ongeveer gelijk opkwam met de in Europa wat bekendere (katholieke) variant uit Latijns-Amerika, staat het Bijbelboek Exodus centraal: Jezus Christus is een zwarte revolutionair en God richt zich in het bijzonder op de armsten, de verschoppelingen en de onderdrukten.
Maar behalve op de Bijbel, waarin een volk in opstand komt tegen de staat en steun krijgt van God, leunt de zwarte bevrijdingstheologie ook zwaar op ervaringen uit de recente geschiedenis, legt professor Dwight Hopkins van de University of Chicago Divinity School uit. Hopkins is lid van de kerk van Wright en wordt gezien als de meest gezaghebbende moderne zwarte bevrijdingstheoloog. Bevrijding en verlossing uit slavernij en segregatie, zegt hij, en sociale, economische en politieke bevrijding staan centraal.
De nogal fysieke stijl van preken, waar veel witte Amerikanen bij het zien van de clips van Jeremiah Wright van schrokken, hoort onmiskenbaar bij de tradities van de zwarte kerk, zegt Hopkins. Net zoals het zogenaamde ‘profetisch preken’, waarbij de dominee redeneert vanuit Gods waarheid. ‘Zwarte predikanten in de VS geloven dat de betekenis van de boodschap van het evangelie zowel via het woord als via het lichaam wordt overgebracht. Het een kan domweg niet zonder het ander.’
Die stijl heeft zijn oorsprong in de mondelinge tradities in West-Afrika. ‘De zendelingen probeerden hier in Amerika Afrikanen die in slavernij leefden te bekeren, maar ze preekten niet vanuit het lichaam of het hart, maar slechts vanuit het hoofd’, zegt Hopkins. ‘Afro-Amerikanen namen het christendom over, maar voegden er eigen culturele elementen aan toe. Die erfenis, met ritme, muziek, zwart Engels en beweging, maakt zwarte kerken nog altijd wat ze zijn.’
Trinity United Church of Christ is, ook onder Wrights opvolger Otis Moss III, in de VS de belangrijkste en meest volhardende representant van deze theologie uit de nadagen van de burgerrechtenbeweging. De zondagse apartheid, het gescheiden kerken uit de tijd van Martin Luther King, wordt hier gecultiveerd. Al mag dat natuurlijk niet zo heten. ‘Er is een verschil tussen gedwongen segregatie en mensen die vrijwillig samenkomen om hun culturele diversiteit te botvieren’, onderwijst Hopkins. Hij kwam in het tumult rond de uitspraken van dominee Wright als een soort woordvoerder van de kerk naar buiten. ‘Er is natuurlijk het een en ander veranderd. Wettige segregatie bestaat niet meer en we kennen nu een succesvolle zwarte professionele klasse die in de jaren zestig niet bestond en die door het systeem is ingekapseld. Maar die groep is niet representatief. Uit officiële rapporten blijkt dat de levensstandaard van de meerderheid van de zwarte mensen die niet tot die professionele klasse behoort, slechter is dan vóór de burgerrechtenbeweging.’
De strijd gaat door. En Trinity United Church of Christ in Chicago gaat daarin voorop. Al wordt de kerk gefrequenteerd door rijke, succesvolle Afro-Amerikanen zoals Obama, de bevrijdingstheologie, de strijd voor de minderheden en onderdrukten, is er springlevend.

Het is vrijdagmiddag. Op het vrijwel lege parkeerterrein van Trinity is vandaag geen cameraploeg te bekennen. Na een kort kruisverhoor door een inderhaast opgetrommelde ‘mediacoördinator’ blijkt de uitnodiging op de lichtkrant ook op mij van toepassing. Zolang ik binnen geen geluidsopnamen maak en de kerkgangers niet lastigval met vragen over dominee Wright, zegt diaken Donna Hammond-Miller, ben ik van harte welkom. Als ik zou willen zelfs vanavond al. Er staat een dienst voor singles op het programma met een gastdominee van de School of Theology aan de Virginia Union University, een van de meest prominente instituten voor zwarte bevrijdingstheologie.
In het auditorium blijken de voorbereidingen voor de dienst al in volle gang. Mannen lopen af en aan met meubilair, de band speelt zich warm. In de hal wachten dames met plastic handschoentjes rustig keuvelend op buurtbewoners die een gratis aidstest willen ondergaan. In een van de zaaltjes worden kinderen begeleid bij hun huiswerk, in een ander zaaltje wordt computerles gegeven. Meer dan zeventig ministries bieden diensten aan, variërend van Bijbelstudie tot rechtsbijstand, steun aan gevangenen en yoga.
Trinity United Church of Christ lijkt in de onstuimige buitenwijken van Chicago bovenal een baken van rust en progressiviteit. De in 1972 door dominee Wright overgenomen gemeente noemt zich ‘onbeschaamd zwart’, maar maakt al sinds jaar en dag deel uit van de verder nogal witte en bovenal voor Amerikaanse begrippen erg liberale United Church of Christ. Behalve Barack Obama is bijvoorbeeld ook Oprah Winfrey lid. Ook de beroemde Amerikaanse theologen Richard en Reinhold Niebuhr behoorden tot de United Church of Christ. Bij Trinity maken homoseksuelen zonder enig voorbehoud deel uit van de gemeente, en de kerk heeft binnen het singles ministry zelfs voorzien in een speciale club voor alleenstaanden met een voorkeur voor partners van hetzelfde geslacht: de ‘same-gender loving family ministry’. Terwijl de hele wereld over de onbesuisde woorden van dominee Wright heen viel, probeerden homobelangenorganisaties uit de omgeving van Chicago duidelijk te maken dat Wright althans voor de homo-emancipatie altijd een rots in de branding is geweest. ‘Er was ophef in de media’, zegt Dwight Hopkins, ‘maar ondertussen bleef de kerk actief bij het verstrekken van kleren, het onderdak zoeken voor daklozen, medische hulp, rechtsbijstand, de praatgroep voor vrouwen met kanker – you name it. Terwijl heel Amerika naar de tien seconden Jeremiah Wright keek, onderhandelden wij tussen de gangs in Zuid-Chicago. Het was allemaal erg surrealistisch.’

In zijn autobiografie Dreams from My Father (1996) beschrijft Obama beeldend hoe hij voor het eerst bij Trinity kwam. Het was eind jaren tachtig en in het gazon bij het oude kerkgebouw stond een bordje met de tekst ‘FREE SOUTH AFRICA’ geprikt. ‘Voor een zwarte man in dit land is het leven niet veilig, Barack’, somberde dominee Wright bij die ontmoeting. ‘Dat is het nooit geweest. En zal het waarschijnlijk ook nooit zijn.’ Hij zei ook: ‘Enkele van mijn medegeestelijken kunnen geen waardering opbrengen voor wat wij doen. Ze vinden dat we te radicaal zijn. Voor anderen zijn we niet radicaal genoeg. Te emotioneel. Niet emotioneel genoeg.’
Obama was gewaarschuwd. De titel van de eerste preek van Wright die hij bij Trinity meemaakte, luidde The Audacity of Hope, dat zich in het Nederlands het minst slecht laat vertalen als ‘De vermetelheid van hoop’. Obama zou op deze preek terugkomen in zijn beroemd geworden toespraak voor de Democratische conventie in Boston in 2004, toen hij als onbekende Senaatskandidaat in het voorprogramma van John Kerry stond. Ook het boek waarmee Obama in 2006 zijn presidentiële campagne begon, kreeg de titel The Audacity of Hope mee.
Dominee Wright, zo schrijft Obama, begon zijn preek die bewuste zondag met het verhaal van de beschimpte en bespotte Hanna uit het Boek Samuel. Het was ‘een meditatie over een gevallen wereld’, concludeert hij. Wright sprak ‘over Sharpville en Hiroshima, de gevoelloosheid van beleidsmakers in het Witte Huis en het gouverneurshuis’. ‘We leven in een wereld’, zei Wright, ‘waarin cruiseschepen in één dag meer voedsel weggooien dan de meeste inwoners van Port-au-Prince in een jaar te zien krijgen, waar de inhaligheid van blanken een wereld in nood regeert, apartheid op het ene halfrond, apathie op het andere halfrond…’ Die zondagochtend, in de kerk van Jeremiah Wright, besloot Barack Obama verder door het leven te gaan als African American. Hun strijd was zijn strijd. In 1988 liet hij zich op 27-jarige leeftijd als een soort born again bij Trinity dopen en in 1992 voltrok dominee Wright zijn huwelijk met Michelle. Ook doopte Wright Obama’s beide kinderen.
Maar in de presidentiële campagne twintig jaar later, van begin tot eind gericht op verzoening en consensus, bleek de polariserende kerk een blok aan het been. Obama deed Wright eerst luchtig af als ‘een oude oom die wel eens dingen zegt waar ik het niet mee eens ben’ en legde uit dat dit niet de kerk was zoals hij die kende. Maar toen de tien seconden vitriool van Wright maar bleven terugkeren op de nationale nieuwszenders, kondigde Obama een fundamentele toespraak over de rassenkwestie aan.
Met gevoel voor historie sprak hij op 18 maart in Philadelphia zijn rede A More Perfect Union uit. In Philadelphia werden niet alleen een paar weken later voorverkiezingen gehouden, maar werd in 1787 ook de Amerikaanse grondwet voltooid. In deze stad kon Obama zich, staand voor een partij Amerikaanse vlaggen, van zijn meest patriottische kant laten zien. Hij prees de goede werken van Trinity, maar nam op handige wijze afstand van de polariserende uitspraken van Wright door het denkraam van zijn dominee voor zijn witte electoraat te verklaren en tegelijk te benadrukken dat hij bi-raciaal is opgevoed.
‘Wright, hoe imperfect hij ook mag zijn, is als familie voor me’, zei Obama. ‘Ik kan hem net zo min verloochenen als ik mijn witte grootmoeder kan verloochenen, die heeft geholpen me op te voeden. Een vrouw, die zich steeds weer voor me opofferde, een vrouw die meer van me houdt dan van wat ook in de wereld, maar een vrouw die ooit bekende dat ze bang was voor zwarte mannen die haar passeerden op straat, en meer dan eens raciale of etnische stereotypen uitsprak die me ineen deden krimpen. Deze mensen zijn deel van mij. En ze zijn deel van Amerika, het land waarvan ik houd.’
Een maand later gaf de in zijn ego gekrenkte dominee Wright een persconferentie waarin hij niets terugnam van wat hij gezegd had. De kritiek op hem en Obama had volgens hem niets te maken met de voorverkiezingen, maar was vooral een klassieke aanval op de zwarte kerk. Bill Moyers, lid van een van de bekendere gemeentes binnen de United Church of Christ in New York, interviewde hem op de publieke televisie en liet hem uitgebreid zijn verhaal doen. Er werd geprobeerd om de omstreden fragmenten uit de preken van Wright in een wat bredere context te plaatsen. De suggestie dat Amerika de aanslagen op 11 september 2001 aan zichzelf te wijten had, bleek een door de dominee aangehaalde passage uit een televisie-interview met een gepensioneerde ambassadeur op Fox News – ‘a white man’.
Het meest aanstootgevende citaat, ‘God damn America’, kwam uit een sermoen waarin Wright aangeeft hoe regeringen in het verleden – niet alleen de Amerikaanse, maar ook de Britse, de Russische, de Japanse en de Duitse – gefaald hebben, met de dood van vele mensen tot gevolg. ‘Waar het erom ging de burgers van Afrikaanse afkomst eerlijk te behandelen, heeft Amerika gefaald. En dan willen ze ons God bless America laten zingen? Niet God zegene Amerika; God vervloeke Amerika!’ Waarbij dat ‘vervloeken’ toch vooral op een bijbelse manier bedoeld was. Maar dit soort nuances doen er in verkiezingscampagnes niet toe. Obama zegde zijn lidmaatschap op.

Rond half zeven druppelen bij Trinity United Church of Christ de eerste alleenstaanden binnen. Door de speakers klinkt gospelmuziek. Jeremiah Wright blijkt er deze vrijdagavond ook te zijn. Als hij zijn blinkende, zwarte Mercedes op de gereserveerde parkeerplek heeft neergezet, schuifelt hij stilletjes het auditorium in. Ergens midden in de kerk neemt hij plaats in een houten bankje. In een mum van tijd vindt het leeuwendeel van de gelovigen in zijn buurt een plaatsje. Hij mag in de media verguisd zijn, hier is hij nog onverminderd populair.
Bij mij in de buurt, schuin achter Wright aan de andere kant van het gangpad onder het balkon, blijft het leeg. Tien meter verderop, in de rij voor me, zit een kale man van de koeriersdienst UPS de Bijbel te lezen. Amerikaanse vlaggen zijn er niet te zien – dat is in de meeste andere kerken wel anders.
‘Laten we de Heilige Geest in ons midden welkom heten’, roept een vrouw vanaf het spreekgestoelte.
‘Hallelujah’, antwoordt de gemeente.
‘De Heer is goed. Ik zei: de Heer is goed!’
‘Oh yeah!’
Dan begint de band te spelen. Een koortje zingt de klassieke hymne Glory to Your Name. De acht vrouwen zwieren over het podium.
Met de stichtelijke woorden van gastspreker en dominee is de dienst voorbij en loopt de zaal leeg. Een bodyguard met een draadje uit zijn oor zorgt ervoor dat toevallige bezoekers niet te dicht bij senior pastor Jeremiah Wright komen.
Ik word opgehouden door de UPS-koerier. Hij beklaagt zich nog maar eens over de onheuse bejegening door witte media die een zwarte kerk gewoon niet willen begrijpen. ‘Zwarte mensen in Amerika’, zegt hij, ‘begrijpen prima waarom Obama de kerk heeft moeten verlaten. Eigenlijk is het voor veel leden van Trinity een opluchting dat hij zich heeft uitgeschreven. De druk is van de ketel. En we weten allemaal dat onze Barack beleid wil maken waarin de onderdrukten, waarin zwarten beter af zijn. Het gaat om het landsbelang, om de agenda van de meerderheid, de welvaart van alle mensen in deze natie. Niet om een kritische kerk in Chicago.’
Naast ons glijdt de bolide van dominee Jeremiah Wright Junior West 95th Street op.
God bless America.

Peter Vermaas, In God We Trust, Ambo, 189 blz., € 17,95